Recensie

Recensie Beeldende kunst

Van Veluw wil weten wanneer mensenwerk sacraal wordt

Tentoonstelling De installatie ‘Sanctum’ van Levi van Veluw in Het HEM in Zaandam is als een kijkdoos waar je in kunt. Iets blauws dat het midden houdt tussen een grot en een kapel.

Sanctum van Levi van Veluw in Het Hem.
Sanctum van Levi van Veluw in Het Hem. Foto Levi van Veluw

Kunstenaar Levi van Veluw (1985) was al goed bekend met Het HEM in Zaandam voordat het een expositieruimte werd. In 2014 huurde hij een deel van de voormalige munitiefabriek aan het Noordzeekanaal als atelier. Met een team assistenten werkte hij er aan een reeks donkere kamers die vervolgens werd ingepakt en weer opgetuigd in het Maastrichtse kunstcentrum Marres. Daar konden steeds twee bezoekers tegelijk door de gangen en vertrekken dwalen en zich, als hun ogen aan het schemerduister gewend waren, verwonderen over wat er te zien was. Stellingkasten die op omvallen stonden, een tafel die wegzonk in een vloer van water, een explosief ogend reuzenmikado van zwarte planken, stuiterballetjes die in hun gestuiter bevroren leken. The Relativity of Matter was een droom in het echt, zorgvuldig uitgedacht en geconstrueerd door Levi van Veluw.

Niet veel later kocht hij op het Hembrugterrein een ateliergebouw: een voormalige perserij van springstoffen aan de rand van wat het Plofbos wordt genoemd. In dat atelier, op een paar minuten lopen van Het HEM, werkt Van Veluw sindsdien aan schilderijen, sculpturen en installaties. Zijn nieuwste werk, Sanctum, is weer een kijkdoos-waar-je-in-kunt. Hij maakte het speciaal voor Het HEM, inmiddels een voor iedereen toegankelijk tentoonstellingsgebouw.

„Toen ik hier werkte, stond er in de ondergrondse schietgang nog een laag water en was hij pikkedonker”, vertelt de kunstenaar. „Ik liep er doorheen met het lampje van mijn telefoon. Aan het einde van de gang hing een grote metalen plaat die helemaal pokdalig was van de kogelinslagen.” De dromenmaker liep door een droom die hij nu eens niet zelf had gemaakt. Vandaag de dag is de tweehonderd meter lange kelderruimte droog en theatraal uitgelicht en is er werk van 25 kunstenaars te zien onder de noemer Chapter 3hree.

Sanctum van Levi van Veluw. Foto Levi van Veluw

Kapel

Van Veluws Sanctum staat los van die tentoonstelling en blijft langer te bezoeken. Van buiten lijkt het een kobaltblauwe container die als een nest of bijenkorf tussen de pilaren van de fabriek hangt. Via de eerste verdieping kom je binnen, in een blauwe ruimte die het midden houdt tussen een grot en een kapel. Of eigenlijk kom je in een glazen kubus die in die ruimte staat: je kijkt door het glas naar de bodem en de wanden, zoals op een voor publiek opengestelde archeologische vindplaats. Recht voor je staat een altaartje waar zich drie figuren omheen hebben verzameld, ook gemarmerd blauw, stilgezet in hun beweging als de inwoners van Pompeii na de vulkaanuitbarsting.

Van Veluw komt uit een christelijk milieu, zijn opa was dominee. Bij het maken van Sanctum dacht hij aan kerkbezoeken in zijn jeugd. „In een kerk wordt iets onzichtbaars tóch verbeeld, door rituelen, kleding, symmetrie, lichtval. Mensen willen immateriële zaken toch graag tastbaar maken. Ze hebben behoefte aan een rituele handeling, willen persoonlijk contact met het sanctum. De figuren in mijn installatie hebben blauwe blokjes op het altaar gelegd.”

Sacraal

Mensen maken dus voorwerpen die ze bij door mensenhanden gemaakte voorwerpen leggen, in door mensen gebouwde ruimtes – maar in hun hoofden krijgt dat alles een bovenmenselijke betekenis. „Kerken, kapellen en tempels zijn zo ontworpen dat de bezoeker zich onmachtig voelt ten opzichte van een overweldigend mysterie”, aldus Van Veluw. „Maar zelfs de meest imposante kathedraal is uiteindelijk gewoon mensenwerk. Wanneer is dat mensenwerk sacraal geworden? Dat vind ik een interessante vraag. Als er een nieuwe kerk wordt gebouwd, hoe en wanneer krijgt die dan zijn heilige status?”

Nu hij het zegt: voor kunstwerken geldt iets vergelijkbaars. Er is een idee en misschien ook een beoogd effect, de kunstenaar begint eraan in zijn atelier, het werk groeit en verandert onder zijn handen. Maar wanneer begint het zélf te werken, wanneer krijgt het betekenis in de hoofden van anderen? Als het wordt tentoongesteld. Als er ruchtbaarheid aan wordt gegeven op het internet en in de krant. Als u, lezer, het gaat bekijken.