‘Slecht risicomanagement en zelfoverschatting nekte AEB’

Afvalbedrijf De directie trad ‘structureel ontoereikend’ op, blijkt uit onderzoek. En de gemeente Amsterdam was amper geïnteresseerd.

Vuilniswagens storten in 2014 afval in de storthal van het Amsterdamse afvalbedrijf AEB.Foto Bart Eijgenhuijsen/Hollandse Hoogte
Vuilniswagens storten in 2014 afval in de storthal van het Amsterdamse afvalbedrijf AEB.Foto Bart Eijgenhuijsen/Hollandse Hoogte

De ernstige financiële en operationele crisis bij de Amsterdamse afvalverbrander AEB, vorig jaar zomer, werd veroorzaakt door slecht risicomanagement en zelfoverschatting van het bestuur. De gemeente Amsterdam was als aandeelhouder van AEB amper geïnteresseerd in het bedrijf en zag de problemen ook veel te laat aankomen.

Dat concludeert een onafhankelijke onderzoekscommissie onder leiding van hoogleraar ondernemingsrecht Jaap Winter. AEB belandde in de zomer van 2019 in acute financiële nood nadat vier van de zes verbrandingsovens werden stilgelegd omwille van de veiligheid. Het bedrijf moest door het Amsterdamse stadsbestuur en een consortium van banken overeind gehouden worden met een noodkrediet van 80 miljoen euro. De problemen bij AEB veroorzaakten die zomer een nationale afvalcrisis. Later leidde onenigheid binnen het Amsterdamse college over de toekomst van het bedrijf tot het opstappen van wethouder Udo Kock (Financiën, D66).

Lees ook onze reconstructie van de mislukte verkoop van AEB in de zomer van 2019

De commissie-Winter velt een uiterst kritisch oordeel over de rol van de directie in de aanloop naar de crisis. AEB slaagde er jarenlang niet in om de risico’s van achterstallig onderhoud adequaat in kaart te brengen, waardoor het bedrijf overvallen werd door technische problemen. Daarnaast werden de inkomsten van AEB jaar na jaar te hoog ingeschat: ondanks overcapaciteit op de afvalmarkt werd er „structureel te optimistisch begroot”. De commissie kwalificeert het optreden van de directie en raad van commissarissen van AEB in de aanloop naar 2019 als „structureel ontoereikend”.

Ook de gemeente Amsterdam, volledig eigenaar van AEB, krijgt in het rapport harde kritiek te verduren. Bij de verzelfstandiging in 2014 werd het afvalbedrijf, een voormalige gemeentelijke dienst, opgezadeld met onvoldoende eigen vermogen, waardoor de ruimte om financiële tegenvallers op te vangen beperkt was. In de jaren erna „verdiepte de gemeente zich niet in wat echt speelde bij AEB en toonde weinig diepgaande belangstelling”, zo schrijft de commissie. „De aandacht van de risico’s van AEB bij de gemeente was ontoereikend om haar publieke belang te waarborgen.”

De relatie tussen de gemeente en de AEB-directie was bovendien „vrijwel doorlopend gespannen”, aldus het rapport. Het gevolg was dat er slechts met veel pijn en moeite een oplossing kwam toen het bedrijf in juni 2019 op omvallen stond en afval dreigde op te hopen. „Partijen stonden tegenover elkaar en vertrouwden elkaar niet.”

De conclusies van de commissie komen overeen met het beeld dat NRC eerder schetste van AEB. Er heerst in het bedrijf al jarenlang een slechte sfeer tussen het management en de werkvloer. De vele personele wisselingen in de top zorgden daarnaast voor een zwalkende koers en onvoldoende kennis van technische problemen. Het hoge verloop werd te vaak opgevangen met tijdelijke inhuur. AEB, zo schrijft de commissie „leed aan interimmeritis”.

Het Amsterdamse stadsbestuur besloot vorig jaar om AEB te privatiseren, maar de verkoop is voorlopig opgeschort vanwege de coronacrisis. Deze week sloten de gemeente en het bankenconsortium een deal over nieuwe steun aan het bedrijf. AEB krijgt van de gemeente nog eens 36 miljoen euro krediet, afkomstig uit het noodpakket van vorig jaar. De banken versoepelen de voorwaarden voor de aflossing van leningen. De totale schuld van AEB komt daarmee op zo’n 400 miljoen euro. Voor deze nieuwe ronde staatssteun moet de gemeente nog wel toestemming krijgen van de Europese Commissie.

De onderzoekscommissie bestond naast hoogleraar Winter uit twee oud-Tweede Kamerleden: Staf Depla (PvdA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).