Opinie

Schone lei

Marcel van Roosmalen

Gisteren belde de Gelderlander, ze hadden een artikel geschreven over De Mookerhof, het woon-zorgcomplex waaruit mijn moeder aan het begin van de coronacrisis werd geëvacueerd. Een onafhankelijk onderzoek – „om van te leren” – van ZZG zorggroep concludeerde dat er fout op fout was gestapeld, de directie had excuses aangeboden en nu stond mijn moeder voor de terugverhuizing.

En de krant voor de onvermijdelijke follow-up.

De verslaggever van de Gelderlander, Hermans was de naam, wilde wel eens weten hoe ik daar tegenaan keek want ik had samen met huisarts Marion de Bruin destijds de noodklok zitten luiden bij het televisieprogramma Op1 en hij had van directeur Hans Vos begrepen dat wij inmiddels „een vette streep” onder het verleden hadden gezet en dat we met „een schone lei” met mijn moeder vervolgstappen gingen zetten.

Ik wist niets van vette strepen en was vooral verbaasd. Behalve de conclusie – niets was goed gegaan, maar iedereen had wel zijn best gedaan – mocht niets uit het onderzoek gedeeld worden vanwege de privacy, maar de aanstaande terugverhuizing van mijn moeder was wel onderwerp van gesprek tijdens een interview. Hermans – geen familie van Toon – dook de diepte in, mocht hij ook een wat meer vileine vraag stellen? Er was hem ook een verpleegster toegespeeld die aangaf dat ze wel duizend stapjes extra had gezet voor mijn moeder, of had willen zetten, want ze kreeg al snel corona.

„Die kende uw gezicht nog niet.”

Het verwijt was dat ik in die begintijd, mijn moeder woonde er nog maar net, te weinig op bezoek was gekomen.

Of ik dat via het regiokatern aan het volk wilde bevestigen? Ik heb geantwoord, kort en krachtig, en merkte dat het slachtofferschap ook mij als een warme jas past. Ik wilde van Hermans weten of hij nog een moeder had en hoe vaak hij haar bezocht.

„Eens in de drie weken”, zei Hermans.

Ik neem het woord schandalig niet snel in de mond, maar veel vond ik het niet. Was dit niet veel te weinig om te kunnen weten hoe het met haar gaat? Het gesprek liep pruttelend naar het einde, hij ging er wat van bakken, ik moest de mailbox maar even in de gaten houden.

Een halve dag later, ik hing nog steeds hongerig voor de mailbox, dacht ik dat ik hem misschien zelf ook nog even moest bellen met wat vrijblijvende tips omtrent zijn moeder. Kon die niet naar de Mookerhof? Geweldige architectuur, kamers met een keukentje, personeel dat duizend pasjes extra zet en een super-integere directeur.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.