Recensie

Recensie Muziek

Pianobroers Jussen openen het zomerseizoen overdonderend

Klassiek Arthur en Lucas Jussen openen het zomerseizoen met het eerste voor publiek toegankelijke concert in het Concertgebouw. Tijdens het slotapplaus blijkt hoezeer het publiek naar livemuziek hunkerde.

Lucas en Arthur Jussen tijdens hun concert in Grote Zaal van het Concertgebouw.
Lucas en Arthur Jussen tijdens hun concert in Grote Zaal van het Concertgebouw. Evert Elzinga/ANP

Het grootste voordeel van een klassiek concert in coronatijd? Er is nog nooit zo weinig door de muziek heen gekucht en gesnotterd als woensdag tijdens het eerste voor publiek toegankelijke concert in het Amsterdamse Concertgebouw. De ‘pianobroers’ Arthur en Lucas Jussen trapten het zomerseizoen af met twee quatre-mainsconcerten vlak achter elkaar. Oorspronkelijk voor twee keer honderd man, op de valreep werd dat twee keer 350. Het zal aan die valreep gelegen hebben, maar helemaal uitverkocht was het niet.

De bezoekers van het openingsconcert van het zomerseizoen dat gegeven werd door de broers Jussen.

Evert Elzinga/ANP

Het Concertgebouw is coronaproof gemaakt door elke tweede rij stoelen weg te halen. „Een upgrade met meer beenruimte”, grapt directeur Simon Reinink vooraf. Maar of we aan het eind alsjeblieft wel zittend willen applaudisseren, voor onze eigen veiligheid.

Mozarts vierhandige Sonate in D is het eerste wat door de ruimte echoot. Echoot, want wat direct opvalt: de zaal klinkt met zo weinig stoelen en publiek totaal anders. Mozart vliegt overal heen. Het eerste akkoord dendert nog achter je langs als de Jussens er al drie verder zijn. Voeg daarbij vier handen en een wat scherpe vleugelklank – om nog enigszins door de galm heen te dringen – en je krijgt een overdonderende storm van geluid.

In Schuberts Fantasie in f neemt de wind gelukkig wat af. Het is een stuk vol korte stiltes waarin je je ten volle realiseert hoe schijnbaar eenvoudig de Jussens het vierhandig spelen doen laten lijken: werkelijk elke nieuwe inzet is heerlijk spatgelijk. Toch is het uiteindelijk VAN…, een krachtig modern stuk van Hanna Kulenty vol snelle repeterende nootjes, dat het best tot zijn recht komt. Hoe meer kracht de ruimte daarin bijzet, hoe beter.

Tijdens het slotapplaus blijkt hoezeer het publiek naar livemuziek heeft gehunkerd. Terwijl de broers elkaar overladen met schouderklopjes (de zaal smult ervan), gebruikt het de extra zaalklank voor een juichen alsof elke stoel bezet is.