Pensioenstelsel mag wel/niet van EU

Verplichtstelling werkgevers Het pensioenstelsel verplicht werkgevers tot aansluiting bij Nederlands fonds. Is dat strijdig met mededingingsregels van de EU?

Het Hof van Justitie van de EU in zitting bijeen in Luxemburg.
Het Hof van Justitie van de EU in zitting bijeen in Luxemburg. Foto Julien Warnand / EPA

Het geldt als een van de pijlers onder het Nederlandse pensioenstelsel: de wet die werkgevers verplicht zich aan te sluiten bij het pensioenfonds in hun sector. Zo’n 80 procent van de werknemers werkt bij een organisatie die verplicht is aangesloten bij een pensioenfonds. Zo moeten alle zorgorganisaties zich aansluiten bij Zorg en Welzijn en alle bouwbedrijven bij het Pensioenfonds voor de Bouw.

Hoe het werkt? De werkgeversorganisatie van de sector en de vakbonden kunnen hierover afspraken maken in hun collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Daarna vragen ze de minister van Sociale Zaken om de verplichtstelling rechtsgeldig te maken.

In het jongste pensioenakkoord hebben kabinet, werkgevers en vakbonden allerlei veranderingen van het pensioensysteem afgesproken, maar de ‘verplichtstelling’ houden zij graag intact. Zo willen ze voorkomen dat bedrijven – op zoek naar besparingen – kunnen beknibbelen op deze belangrijke en vaak dure arbeidsvoorwaarde. Toch loopt de Nederlandse verplichtstelling al jaren gevaar.

Daarvoor waarschuwen masterstudent arbeidsrecht Sanne Vlastuin, die hier deze week een scriptie over publiceerde, en haar begeleider Hans van Meerten, hoogleraar Europees pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht.

Buitenlandse fondsen geweerd

Het Nederlandse systeem is waarschijnlijk in strijd met het Europees recht, schrijft Vlastuin in haar scriptie. Dat zal onder de nieuwe regels van het pensioenakkoord niet anders zijn. Tot nog toe heeft echter niemand de zaak aangekaart bij het Hof van Justitie in Luxemburg – en er zijn geen signalen dat dat binnenkort gaat gebeuren.

Volgens Vlastuin schendt Nederland het Europese ‘vrije verkeer van diensten’. Want alléén een Nederlands pensioenfonds kan verplicht gesteld worden voor een hele sector. Buitenlandse fondsen worden dus geweerd van zo’n 80 procent van de Nederlandse pensioenmarkt. Dat is een inbreuk op het vrije verkeer van diensten, schrijft Vlastuin.

Lees ook: Wéér onderhandelen over pensioenakkoord? Dat ziet Koolmees niet zitten

Om aan de Europese regels te voldoen, zou de Nederlandse pensioenmarkt volgens Vlastuin opengesteld kunnen worden voor buitenlandse pensioenaanbieders. Ook is het mogelijk in de cao alleen nog afspraken te maken over het sóórt pensioen dat bedrijven moeten aanbieden: hoe hoog de maandelijkse premie moet zijn bijvoorbeeld.

Vervolgens mogen bedrijven zelf bepalen welke pensioenaanbieder ze de regeling laten uitvoeren. Dat zou vooral in het belang zijn van verzekeringsmaatschappijen en andere commerciële pensioenaanbieders, uit binnen- en buitenland, die nu nog opereren in de marges van de Nederlandse pensioenmarkt.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) is al langer bekend met de juridische risico’s van het Nederlandse pensioenstelsel. Daarom heeft hij Erik Lutjens, hoogleraar pensioenrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, gevraagd alle mogelijke obstakels te beoordelen.

Lutjens ziet weinig gevaar, blijkt uit zijn vorige week gepubliceerde analyse. De scriptie van Vlastuin doet hem niet van mening veranderen, zegt hij. „Er wordt inderdaad een inbreuk gemaakt op het Europese mededingingsrecht en de vrije dienstverrichting. Maar als daar een rechtvaardiging voor is, dan kan dat.”

Duurder uit

En er ís een rechtvaardiging, zegt Lutjens. De verplichtstelling is ‘solidair’ omdat het pensioenfonds bij alle werkgevers dezelfde premie heft. Op de vrije markt zou een werkgever waar zwaar werk wordt verricht, duurder uit zijn. Daar ziet een pensioenaanbieder meer risico, omdat werknemers eerder arbeidsongeschikt kunnen raken, waarna het fonds nog jarenlang een arbeidsongeschiktheidspensioen moet betalen. „Door de verplichtstelling kunnen zulke werkgevers hun personeel toch een goed pensioen aanbieden.” Dit soort belangen weegt het Hof mee, volgens Lutjens.

Daar is hoogleraar Van Meerten het niet mee eens. Bij een mildere inbreuk op het vrije verkeer kun je zulke rechtvaardigingen gebruiken, zegt hij, maar het gaat hier om een zware inbreuk: ‘directe discriminatie’. Buitenlandse pensioenaanbieders worden geweigerd op een belangrijk deel van de Nederlandse markt. „Onderscheid maken naar nationaliteit is gewoon een rode lijn in het Europees recht”, zegt Van Meerten, die maar drie mogelijke rechtvaardigingen kent: als dat nodig is voor de openbare orde, veiligheid of volksgezondheid.

Lees ook deze column: Pensioenen zijn geen intern FNV-‘speeltje’

Maar in de praktijk, zegt Lutjens, geeft het Hof meer vrijheid aan nationale overheden om socialezekerheids- en pensioenregels te maken.

Uiteindelijk is er pas zekerheid over deze kwestie als het Hof een uitspraak doet. Tot die tijd vindt Van Meerten dat Lutjens te stellig is in zijn opvatting dat het Nederlandse systeem geen gevaar loopt. „Het is goed om voorzichtig te zijn in de conclusies die je trekt.” Lutjens: „Natuurlijk zit hier altijd een vorm van interpretatie in. Maar ik heb hier geen gerede twijfel over.”