Opinie

Palestijnen én Israël betalen de prijs voor het annexatieplan

Midden-Oosten

Commentaar

Met de aankondiging van een gedeeltelijke annexatie van de bezette Westelijke Jordaanoever heeft de Israëlische regering zichzelf klemgezet. Sinds woensdag 1 juli geeft Israël zichzelf het recht tot 30 procent van het gebied te annexeren. Mogelijk annexeert Israël de Joodse nederzettingen in bezet gebied, mogelijk komt daar ook de gehele Jordaanvallei bij. De details van het plan, losjes gebaseerd op het ‘vredesplan’ van de Amerikaanse president Donald Trump, houdt premier Benjamin Netanyahu vaag. Ook blijft onduidelijk wanneer het moet gaan gebeuren, en onder welke voorwaarden. Het is zelfs de vraag óf de annexatie er gaat komen. Maar het leed is al geleden. De aankondiging van de pas aangetreden regering-Netanyahu was bedoeld als strategische meesterzet. Nu er nog een Amerikaanse president zit die alle eenzijdige stappen van Israël goedkeurt, heeft Netanyahu momentum. Maar de stap heeft Israël nu al grote schade berokkend. Een verder isolement is het logische resultaat: woede onder Arabische gesprekspartners en de Palestijnen, en verwijdering van westerse bondgenoten, exclusief Amerika. De Britse premier Boris Johnson deelde op de voorpagina van de Israëlische krant Yedioth Ahronoth zijn „verdriet” over de plannen. En binnenlands heeft Netanyahu het zichzelf evenmin gemakkelijk gemaakt: een groot deel van de bevolking staat er niet achter, en de kolonistenbeweging zal geen genoegen nemen met minder dan wat Netanyahu in zijn grootspraak beloofd heeft.

Veel internationale veroordelingen hebben het karakter van een ritueel mantra: ‘schadelijk voor het vredesproces’. In werkelijkheid is er geen vredesproces meer, in feite sinds de Annapolis-onderhandelingen in 2008 definitief mislukten. Sindsdien is de diefstal van bezet gebied harder dan ooit doorgegaan, ongeacht de veroordelingen van de internationale gemeenschap. De stappen die Israël neemt – nieuwe nederzettingen stichten, bestaande nederzettingen uitbreiden, illegale buitenposten gedogen – maken een Palestijnse staat onmogelijk. Bovendien: alles gebeurt unilateraal. Vrede, of een aanzet daartoe, kan nooit ontstaan als één partij de feiten op de grond bepaalt. Het eenzijdig annexeren van Palestijns grondgebied onder de vlag van een vredesplan is cynisch en contraproductief tegelijk.

Iedereen die rondkijkt op de Westelijke Jordaanoever kan zien dat een volwaardige Palestijnse staat allang niet meer haalbaar is. De gebieden waar de Palestijnen het bestuurlijk voor het zeggen hebben, de zones A en B, zijn armoedige en geïsoleerde enclaves. De Palestijnse Autoriteit is zwak, corrupt en niet in staat te besturen. Israël controleert nu al het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever: zone C. En daarmee ook de meeste wegen, vruchtbare gebieden, strategische plekken en alle grenzen. In dat opzicht maakt een annexatie weinig verschil met de huidige situatie: inlijving is een formalisering van een al bestaande totale controle. Een vredesproces kan pas op gang komen als Israël erkent dat nederzettingen moeten worden ontmanteld, zoals het internationaal recht voorschrijft. Hoewel er weinig zal veranderen in het dagelijks leven van Palestijnen, raakt dat doel opnieuw verder uit zicht. Israël dreigt een nieuwe, vrijwel onomkeerbare stap te zetten. Door stappen als deze zet Israël zichzelf vast. Het land gaat door een economische crisis en is gebaat bij rust en stabiliteit, niet bij oplopende spanningen. Op korte termijn betalen de Palestijnen de rekening, op langere termijn merkt Israël zelf de gevolgen.