‘Op het strand ben ik groot geworden’

Badgasten Wie zijn de vaste gasten van de Nederlandse stranden? De kust in portretten.

Achter een blauw katoenen windscherm – dat het uitzicht op zee net wegneemt – ligt Ben Looren de Jong (66). Op een strandstoel met comfortabel matras. Pet én zonnebril én leesbril op, ingesmeerd met factor 20, sudoku uit de krant in de hand.

Hij is, zegt hij, geboren in Noordwijk, en er nooit meer weggegaan. „Op het strand ben ik groot geworden. Dit hiero is mijn stek.”

Op exact dit stukje strand komt hij al veertig jaar. En precies deze twee bedjes plus het scherm huurt hij al jaren. Van april tot september komt hij dagelijks, in de winter drie keer per week. „Ik ga altijd even kijken.”

Hoe ziet een dag op het strand eruit? Krant lezen, de crypto en de sudoku maken, stukje lopen. Koffie haalt hij bij de strandtent, boterhammen neemt hij mee van thuis, „de financiën zijn niet onuitputtelijk, hè”.

Het maakt Looren de Jong niet uit of het druk of rustig is op het strand, „ik ben net gepensioneerd, ik heb geen stress, daarom lig ik hier ook zo vaak.”

Als machinist op vrachtschepen heeft hij de hele wereld gezien – Hongkong, Singapore, Japan, Brazilië, Australië. Hij was achttien toen hij ging varen, was steeds negen maanden tot een jaar van huis. Hoe vond hij het reizen, dagenlang op zee zijn, dagen wachten in een haven in Azië? „Wat denk je zelf? Ik was jong en onbedorven. Het uitgaan was fantastisch.” De zomers bracht hij door in Nederland, „daar zorgde ik voor, zodat ik op het strand van Noordwijk kon zijn.”

Het is ideaal als er een zeewindje is, zegt hij. Frisse lucht, bootjes kijken. Nee, het varen mist hij niet. „Met geen twintig politieagenten krijg je mij meer op een boot. Ik heb genoeg gevaren.” Wat ging hem tegenstaan? „Je mist een stuk sociaal leven.”

Lees ook: Zal dit virus de vakantie voorgoed veranderen?

Na zijn tijd op zee werkte hij in de technische dienst bij een elektriciteitscentrale, in een ziekenhuis, bij een medicijnenfabrikant. Zijn vrouw is „een echte Amsterdamse”, maar na al die jaren is Noordwijk „echt iets van ons samen”. Zij werkt nog, aan het eind van de dag sluit ze wellicht nog aan. „We hebben nooit een plan, misschien komt ze en blijven we hier hangen, eten we wat. We zien wel.”