Nieuwe boskapstudie oogst direct kritiek

Natuur In Europa neemt de kap van bos toe, schrijven onderzoekers in Nature. Maar deskundigen hebben twijfels bij hun methode.

Een deels gekapt bos in het Finse deel van Lapland. In Noord-Europa vindt traditioneel veel bosbouw plaats.
Een deels gekapt bos in het Finse deel van Lapland. In Noord-Europa vindt traditioneel veel bosbouw plaats. Foto Alamy Stock Photo

Het gekapt bosgebied in Europa is de laatste jaren met bijna de helft toegenomen. Dat schrijven onderzoekers van het Joint Research Centre in het Italiaanse Ispra, een onderzoekscentrum van de Europese Commissie, deze woensdag in het tijdschrift Nature. De oorzaak van de toename hebben ze niet uitgezocht, maar ze suggereren dat het gebruik van hout voor hernieuwbare energie, bijvoorbeeld in biomassacentrales, mogelijk een rol speelt. Dit onderwerp ligt politiek erg gevoelig.

Maar deskundigen hebben veel op- en aanmerkingen op de publicatie. Zoals Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europese bossen aan Wageningen University & Research. „Ze zetten het dramatisch neer. Ik vraag me af waarom Nature dit heeft gepubliceerd. Misschien juist omdat het zo’n politiek gevoelig onderwerp is?”

Gekapt naaldhout

De onderzoekers van de Europese Commissie hebben op basis van bestaande satellietdata (van het Amerikaanse Landsat-programma) het jaarlijks gekapt bosgebied in Europa in beeld gebracht. Ze komen erop uit dat gemiddeld over de periode 2016-2018 dat gebied met 49 procent is toegenomen ten opzichte van de periode 2011-2015. De toename komt voor de helft op het conto van Zweden en Finland, en voor 30 procent op dat van Polen, Spanje, Letland, Portugal en Estland. Het is voor een belangrijk deel naaldhout dat meer wordt gekapt.

Boskap is in Slovenië het meest toegenomen

Het gebruik van satellietdata is een nieuwe methode om gekapt bosgebied op Europese schaal in kaart te brengen, zegt Hans Verkerk van het European Forest Institute. Tot nog toe zijn er voornamelijk landelijke rapportages van geoogste houtvolumes. Daar zitten wel onnauwkeurigheden in, zegt Verkerk. Bovendien loopt de rapportage twee jaar achter – er zijn nu cijfers tot 2018 bekend. „In die zin is het waardevol om een nieuwe, snellere en ook onafhankelijke bron van data te hebben.”

Maar je mag het huidige Landsat-archief van satellietdata niet zomaar voor zulke jaaranalyses gebruiken, zegt Guido van der Werf, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdan en gespecialiseerd in klimaat en bosbranden. Want de methode om ontbost gebied in kaart te brengen is door de jaren heen meerdere keren aangepast. Dat geeft vertekeningen, waar niet voor is gecorrigeerd. Bovendien werd in 2013 een nieuwe, gevoeligere satelliet (Landsat 8) gelanceerd, en die geeft ten opzichte van voorgaande jaren een overschatting van het verstoord bosgebied. Daarom wordt nu gewerkt aan een nieuwe versie van de data, die wel geschikt is voor dit soort studies.

Nabuurs heeft meer kritiek. Het gemiddelde over de periode 2011-2015 wordt naar beneden getrokken door de economische recessie. „De vraag naar hout, bijvoorbeeld voor de bouw, zakte tussen 2009 en 2012 sterk in.” Daar zeggen de auteurs niks over. Nabuurs vindt het „heel normaal” dat de houtoogst weer omhoog is gegaan. „Volgens onze eigen cijfers met zo’n 15 tot 20 procent in de laatste tien jaar.”

Er worden weliswaar meer bomen gekapt, maar het bos breidt ook uit

Ook de groei van het bosgebied in Europa wordt in het artikel niet genoemd. Die neemt jaarlijks nog steeds toe met zo’n 300.000 tot 400.000 hectare, zegt Nabuurs. „Met name door leegloop van het platteland in landen als Spanje, Frankrijk, Bulgarije, Roemenië, Polen.” Inmiddels wordt zo’n 38 procent van het Europees grondgebied aangemerkt als bos. Ook de boomdichtheid is toegenomen. Er worden weliswaar meer bomen gekapt, maar het bos breidt ook uit.

Verkerk merkt nog op dat de droogte van de laatste jaren heeft gezorgd voor veel schade aan de bossen. Het heeft plagen in de hand gewerkt, bijvoorbeeld van de letterzetterkever in Duitsland en Tsjechië. „Sommige plagen kunnen tot ontbladering leiden en dat ziet er wellicht op het satellietbeeld uit alsof de bomen zijn verdwenen”, zegt Verkerk. „Maar ontbladering leidt niet direct tot sterfte, en die bomen worden ook niet direct gekapt.”

Nabuurs heeft ook nog een opmerking over die toename van 49 procent. „Dat klinkt heel heftig”, zegt hij. Maar als je de 15 jaarkaartjes van harvested forest area bekijkt (van 2004 tot en met 2018) die in de Nature-publicatie staan, zie je dat het jaarlijks gekapte bosgebied nergens boven de 2 procent uitkomt. Het gekapt gebied in een bos neemt op het blote oog misschien toe van ongeveer 1 tot 1,5 procent. Dat geeft een toename van 50 procent, maar het klinkt heel anders, zegt Nabuurs. „Als je elk jaar 1,5 procent van een bos kapt, heb je een rotatietijd van 67 jaar voordat het hele bos een keer is gekapt. Wat nog steeds heel gangbaar is.”

Takken en toppen

Volgens Verkerk en Nabuurs is er wel een groeiende vraag naar hout vanuit de bouw, de meubelindustrie en kartonproductie. Dat blijkt ook uit cijfers die de organisatie Bioenergy Europe desgevraagd aanlevert. Zo nam in 2017 de vraag naar industrieel rondhout toe met 2,5 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Rondhout en gezaagde planken leveren de boseigenaar het meeste op, zegt Nabuurs.

Hout verkopen voor energie-opwekking is ook toegenomen, maar is veel minder lucratief. Het door Bioenergy Europe opgestuurde statistische rapport 2019 vermeldt dat er voor producenten van bio-energie „geen marktprikkel is om hoge-kwaliteit hout te kopen”. Alleen reststromen en hout dat weinig waarde heeft, zijn voor de energie-sector betaalbaar. Reststromen komen uit het bos zelf (bomen van slechte kwaliteit, takken, de top van bomen) of uit de industrie (van zagerijen bijvoorbeeld).

Maar ook de groeiende vraag naar houtproducten kan de sterke toename in gekapt bosgebied waar de JRC-onderzoekers op uitkomen niet verklaren, zegt Verkerk. „Er is inmiddels een levendige discussie gaande tussen experts uit verschillende landen en er is toch wel redelijk wat verbazing over de gepresenteerde resultaten.”