Iedereen jaagt op bloedplasma

Plasma Files De handel in bloedplasma is een miljardenbusiness. Bloedbanken verkennen de grenzen om zoveel mogelijk te kunnen aftappen. Commerciële centra in de VS en het Nederlandse Sanquin nemen meer risico met donoren dan de WHO adviseert.

 

Je moet gewoon vroeg gaan, zegt een bezoeker in de recensie van een bloedbank in Detroit. „Dan is het minder druk”, schrijft ze tussen alle kritische reacties op Google. Bezoekers van de bloedbank klagen dat de plaatselijke CSL Plasma vies is, met onprofessioneel personeel en zo populair dat je altijd twee tot drie uur moet wachten voordat je plasma kan geven. Het is heel normaal dat je eerst een paar uur in de rij moet staan voordat je als donor nog een uur kwijt bent met het geven van bloedplasma. Maar de vergoedingen zijn gewild.

Lees ook: Groot alarm bij de bloedbank: alweer een zak vol zwarte deeltjes

Doneer nu en verdien tot wel 400 dollar per maand! Wij belonen al onze donoren met een oplaadbare prepaid credit card”, adverteert de plaatselijke bloedbank. Een tevreden, wat oudere donor: „Ik ben dol op deze tent. Een tweede baan kan mij gestolen worden.” Hij krijgt ongeveer 50 dollar (44 euro) per bezoek, waarvoor hij een klein litertje doneert. Dat doet hij twee maal per week.

Woensdag onthulde NRC na een gezamenlijk onderzoek met internationale media die verbonden zijn aan klokkenluidersplatform The Signals Network dat bij één van de meest gebruikte machines voor plasmadonatie wereldwijd niet nader geïdentificeerde zwarte deeltjes vrijkomen. Deze deeltjes kunnen in het lichaam van donoren en patiënten terechtkomen. De gevolgen voor hun gezondheid zijn niet goed onderzocht – niet door de Amerikaanse fabrikant Haemonetics, niet door bloedbanken en niet door de inspectie.

Menselijk plasma is zeer gewild, de vraag ernaar explodeert. Voor steeds meer medicijnen zijn de eiwitten uit plasma een belangrijke grondstof. Artsen schrijven geneesmiddelen uit bloed inmiddels voor bij de behandeling van zo’n honderd verschillende ziekten. De financiële en economische belangen zijn groot.

Wie de Nederlandse bloedbanken gewend is, kan zich moeilijk een voorstelling maken van hoe een volledig geprivatiseerde bloedmarkt eruitziet. In de Verenigde Staten concurreren commerciële bloedbanken met elkaar. Ze betalen voor het afgenomen bloedplasma, dat wereldwijd wordt verhandeld als grondstof voor vele medicijnen.

In Nederland is het bij wet verboden om te betalen. Dat verlaagt het risico dat mensen jokken over hun gezondheid of dat alleen kansarmen bloed doneren. In de VS blijken verslaafden en daklozen dikwijls leveranciers. Vrijwilligheid staat in Nederland centraal: de donor van bloedplasma krijgt alleen een roze koek en Sanquin mag niet naar winst streven. Daar krijgt de bloedbank een monopolie voor terug.

Alleen kost het de grootste moeite om daarin binnen Nederland zelfvoorzienend te zijn. Sanquin garandeert dat er voldoende getapt lichaamsvocht klaar staat voor iedere patiënt die in Nederland een transfusie van bloed of bloedplasma nodig heeft. En daar kan de organisatie ruimschoots aan voldoen. Maar bij het plasma als grondstof voor medicijnen heerst de schaarste.

Commercieel en nutsfunctie

Net als energiebedrijf Shell heeft Sanquin een soort divisie ‘upstream’ (de bloedbanken) en een divisie ‘downstream’ (de medicijnfabrikant). De organisatie acht zichzelf van groot belang voor de volksgezondheid. „Wij redden 25.000 levens per jaar”, schrijft Sanquin in zijn jaarverslag.

De niet op winst gerichte nutsfunctie voor de Nederlandse bloedvoorziening staat op gespannen voet met de commerciële wereldmarkt voor medicijnen. Sanquin wint het bloedplasma in een stichting, maar gebruikt rond 90 procent hiervan in een aparte, op winst gerichte bv. Die was de laatste jaren uiterst succesvol.

De vraag naar antistoffen (immunoglobulinen) uit het plasma groeit al jaren met circa 6 procent per jaar. De bloedbank levert jaarlijks meer dan 300.000 kilo plasma aan Sanquin Plasma Products BV. Sanquin wint het plasma uit gedoneerd bloed en krijgt het rechtstreeks via donatie van bloedplasma. De plasmapoot is goed voor meer dan de helft van Sanquins omzet van een half miljard euro. En voor de winstgevendheid is plasma nog belangrijker. Driekwart van het bedrijfsresultaat, 45 van de 60 miljoen euro, komt er vandaan.

De politiek bouwde een paar veiligheidskleppen in. Om misbruik te voorkomen dwong de Tweede Kamer een strakke juridische scheiding af tussen de bloedbanken en de commerciële poot van Sanquin. Het ministerie van Volksgezondheid bepaalt tegen welke prijs de commerciële divisie van Sanquin het gratis verkregen plasma van donoren van de bloedbanken van Sanquin afneemt.

Want een litertje plasma is heel wat waard op de wereldmarkt: 100 à 120 euro. De Amerikanen zijn hofleverancier van de wereld geworden. Aanvankelijk waren gedetineerden belangrijke donoren van bloedplasma. Tegenwoordig zijn het vooral de armste Amerikanen die hun bloedplasma in grote hoeveelheden afstaan. Ook bestaat er massaal ‘donatiedagtoerisme’ langs de grens met Mexico. Op tijdelijke visa’s steken Mexicanen de grens over om plasma te doneren en dezelfde dag terug te gaan. Betalen voor plasma is in hun thuisland verboden, terwijl Mexicanen met hun donaties in de VS een volwaardig inkomen kunnen verwerven.

Maar hoe vaak kan plasma bij mensen worden afgetapt zonder dat zij daar schade van ondervinden? Het is niet ongewoon dat een donor na een plasmadonatie flauwvalt. Dat is goed verklaarbaar: bij de donatie ontstaat een tijdelijk tekort van stoffen die het lichaam zelf aanvult.

Lees ook: Verdacht plasma aangetroffen bij bloedbanken wereldwijd, in Nederland tien tot twintig incidenten

Bij plasmadonatie voegt de machine dikwijls natriumcitraat aan het bloed toe dat terugvloeit naar de donor om klontvorming tegen te gaan. Dat bindt in het lichaam met calcium, waardoor de donor tijdelijk een calciumtekort heeft. Dit wordt genoemd als een van de oorzaken voor het bewusteloos raken of extreme moeheid na de donatie. Maar in veruit de meeste gevallen ervaren donoren geen probleem.

Te frequent doneren kan het immuunsysteem aantasten. In Nederland mag je maximaal twaalf maal per jaar plasma afstaan, maximaal 25 liter. Gemiddeld geeft een donor nog geen zes keer per jaar plasma aan Sanquin.

Maar in de VS zijn die grenzen ver opgerekt. Daar mag je tweemaal per week plasma doneren en maximaal 84 liter per jaar (1,6 liter per week). De Amerikanen gaan daarmee veel verder dan wat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbeveelt. Die adviseert om medische redenen een interval van minimaal twee weken voordat een donor weer plasma doneert.

Te veel sociaal vangnet

In Europa bestaat per saldo een groot tekort aan plasma, dat voornamelijk uit de VS wordt geïmporteerd. Eén van de verklaringen: er is te weinig onderklasse in Europa. „Een sterke economie, lage werkloosheid, een hoger minimumloon en een genereus sociaal vangnet” noemt een bestuurder van plasmamachinefabrikant Haemonetics in een interne presentatie als nadelen. Het zijn volgens hem de belangrijkste redenen waarom het in Duitsland moeilijk is om genoeg donoren te vinden, ook al mag daar betaald worden voor plasmadonatie. Deze logica verklaart ook waarom het aan het eind van de maand zo druk is bij de Amerikaanse bloedbanken: het geld van donoren is op. „Heel goed adresje als je snel cash nodig hebt”, schrijft bezoeker Ron van de bloedbank in Detroit.

Een mysterieus fenomeen zijn de doden die soms vallen na een plasmadonatie. Waar Haemonetics zo’n incident in de VS dient te melden aan toezichthouder FDA, is het bedrijf in Europa niet verplicht om doden te melden. Uit de gegevens van de Amerikaanse toezichthouder blijkt bijvoorbeeld dat er in 2010 een vrouw na donatie gevonden werd in haar auto met een hartstilstand. Een andere donor werd al misselijk tijdens de donatie, en overleed kort daarop. Maar de meeste donoren die kort na donatie stierven, leken zich nog goed te voelen toen zij de bloedbank verlieten. Meestal betreffen meldingen een overlijden binnen 24 uur na donatie, een enkele keer is ook een overlijden vijf dagen na donatie geregistreerd.

Of de sterfgevallen te maken hebben met de problematische zwarte deeltjes in het plasma, is niet duidelijk. Het kan, zeker gezien de aantrekkingskracht op bijvoorbeeld verslaafden om te doneren, toeval zijn als iemand na donatie op de parkeerplaats in elkaar stort.

Haemonetics nam het melden jarenlang niet serieus en meldde tussen 2010 en 2017 helemaal geen doden na donatie. In de jaren erna werden zes doden gemeld. In 2020 meldde Haemonetics plotsklaps nog 33 doden, ook over eerdere jaren. Gevraagd naar deze plotselinge toename meldt Haemonetics eerst dat door een technische fout meldingen de toezichthouder niet op tijd bereikten. Later verklaart Haemonetics dat de toename komt doordat het bedrijf op een andere manier is gaan tellen.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Alarm bij de bloedbank

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Plasma inkopen

In Europa mogen slechts in vier landen donoren worden betaald: Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Hongarije. Die vier landen leveren ook het meeste plasma, volgens cijfers van Haemonetics. Europa verzamelt onvoldoende bloedplasma. Het gevolg: Europa importeert driekwart van haar behoefte vanuit de VS. Volgens Haemonetics komt er naast de 5,4 miljoen liter zelf geoogste plasma jaarlijks een kleine 16 miljoen liter diepgevroren plasma de oceaan over. Er gaat jaarlijks wereldwijd 26 miljard dollar om in de markt voor plasmaproducten, schat BCC Research, een onderzoeksbureau.

Binnen dat krachtenveld zoekt Sanquin naar mogelijkheden om zijn honger naar plasma te stillen. Sanquin verhoogde in april 2018 de maximale leeftijd voor donoren met tien jaar, naar 79. „De leeftijdsgrens was lange tijd op 69 jaar gesteld omdat de aanname was dat na die leeftijd de kans op ongewenste effecten van een donatie te groot wordt”, stelt het bedrijf in een verklaring. „Maar na literatuuronderzoek en uitwisseling van ervaringen met bloedbanken in andere westerse landen die een hogere maximale leeftijd hanteren, bleek dat het geven van bloed, plasma of trombocyten [bloedplaatjes] ook na de leeftijd van 69 jaar verantwoord en veilig is voor de donor.”

Daarmee wijkt Sanquin doelbewust af van de adviezen van de WHO, die een maximale leeftijd van 65 stelt. Sanquin gaat niet in op de reden waarom het afwijkt van die adviezen, maar zegt dat het veilig is. Ook heeft Sanquin een aparte afdeling opgezet die zich specialiseert in het aankopen van plasma in het buitenland, niet voor transfusie naar patiënten maar voor haar medicijnproductie.

De ingekochte hoeveelheden zijn concurrentiegevoelige informatie. Sanquin vond onlangs een Hongaarse partner voor strategische samenwerking. Wie dat is, wat er betaald wordt en of er specifiek in Hongarije voor Sanquin wordt gedoneerd, wil Sanquin niet zeggen.