Reportage

Erdogan wil weer bidden in de Hagia Sofia

‘Nieuwe Turkije’ Turkse Raad van State buigt zich over een verzoek om van de Hagia Sofia, nu een museum, weer een moskee te maken. Historici en christelijke landen zijn bezorgd.

De Hagia Sophia
De Hagia Sophia Foto AP

Een bezoek aan de Hagia Sofia in Istanbul doet je nietig voelen. De minaretten lijken tot de hemel te reiken. Een imposante koepel die 55 meter boven je uittorent kroont het roze gebouw. Enorme bronzen deuren geven toegang tot een uniek monument dat het midden houdt tussen een kerk en een moskee. Voorin hangen zwarte panelen waarop ‘Allah’ en ‘Mohammed’ in goud zijn gekalligrafeerd, ertussen een mozaïek van de maagd Maria met Jezus.

In zijn 1.500-jarige bestaan is de Hagia Sofia altijd een krachtig symbool geweest. Het was bijna duizend jaar de belangrijkste kathedraal van het christendom. Na de verovering van het toenmalige Constantinopel door sultan Mehmet II deed het bijna vijf eeuwen dienst als de grootste moskee van het Ottomaanse Rijk. En de Turkse leider Mustafa Kemal Atatürk besloot de Hagia Sofia in 1934 te veranderen in een museum om de seculiere principes van de jonge republiek te onderstrepen.

Dit besluit is nooit populair geweest bij conservatief-religieuze groepen in Turkije. Voor hen staat de Hagia Sofia symbool voor de islamitische overwinning op het christendom. Door middel van petities en protesten eisten ze de afgelopen jaren dat het weer een moskee wordt. Er zijn al voorzichtige stappen in die richting gezet. Zo heeft de Hagia Sofia sinds 2016 een imam, klinkt de oproep tot gebed vanaf zijn minaretten, en worden er soms gebeden en koranlezingen gehouden.

Erdogan wil een correctie op het ‘doorgeschoten secularisme’ van Atatürk

Hoewel Erdogan als jong politicus in de jaren negentig verklaarde dat de Hagia Sofia weer een moskee moet worden, heeft hij daar in zijn achttien jaar als premier en president nooit gevolg aan gegeven. Maar daar kan binnenkort verandering in komen. Want deze donderdag boog de Raad van State, de hoogste administratieve rechtbank in Turkije, zich over een verzoek van een overheidsinstelling om Atatürks besluit nietig te verklaren.

Het vonnis wordt binnen vijftien dagen verwacht. In 2005 wees dezelfde rechtbank een soortgelijk verzoek nog af. Maar veel wijst erop dat het dit keer anders uitpakt. Zo werd de Hagia Sofia in Trabzon in 2013 veranderd van een museum in een moskee. Er zijn gordijnen opgehangen zodat de fresco’s bedekt zijn tijdens het gebed, maar toeristen ze kunnen blijven zien. En sinds 2019 is ook de Chorakerk in Istanbul, die eerst moskee en later museum werd, weer een gebedshuis.

Erdogan zag deze musea als voorbeelden van het in zijn ogen doorgeschoten secularisme van Atatürk. Daar wil hij met zijn ‘Nieuwe Turkije’ een correctie op aanbrengen. Dit project moet zijn voltooid in 2023, wanneer de republiek honderd jaar bestaat. Erdogan heeft al voorbereidingen getroffen om het eerste gebed in de Hagia Sofia te houden op 15 juli, wanneer de mislukte coup van 2016 wordt herdacht. Het lijkt geen toeval dat de uitspraak rond die datum wordt verwacht.

-

Dit leidt tot grote zorgen bij wetenschappers en christelijke landen. De Griekse en Amerikaanse regering hebben al bezwaar aangetekend. „Ik hoop dat Erdogan niet doorgaat met iets dat Turkije ernstig zal schaden”, aldus minister van Buitenlandse Zaken Nikos Dendias. En zijn Amerikaanse collega Mike Pompeo riep Turkije op te zorgen dat de Hagia Sofia „voor iedereen toegankelijk” blijft, „als voorbeeld van zijn inzet om diverse geloofstradities te respecteren”.

In een open brief roepen honderden wetenschappers de Turkse regering op goed voor het gebouw te blijven zorgen. „Onze zorg is dat het conflict, tot nu toe slechts een ‘woordenstrijd’, kan resulteren in een onverschillige behandeling van de Hagia Sofia: dat historisch en archeologisch bewijs kan worden beschadigd, en kunstwerken kunnen worden verborgen. De Hagia Sofia is een te mooi monument en te belangrijk historisch document om te fungeren als een politieke pion.”

„Het zou onacceptabel zijn als dit belangrijke monument een moskee wordt”, zegt Zeynep Ahunbay, een prominente architectuurhistorica die eind jaren negentig leiding gaf aan gedeeltelijke restauratie van de buitenkant van de Hagia Sofia. „Het monument verkeert in precaire staat en heeft constante zorg nodig. Atatürk besloot om het open te stellen voor de wereld en wetenschappelijk onderzoek toe te staan. De status van museum is de beste manier om het monument te behouden.”

Christelijke periode

Als bezoeker is het moeilijk voor te stellen dat de Hagia Sofia in slechts vijf jaar (532-537) is gebouwd. „Er werden 11.000 werklieden ingezet”, vertelt gids Metin Koca tijdens een rondleiding. „Als de belangrijkste Byzantijnse basiliek was het destijds het grootste gebouw ter wereld.” Het is inmiddels 500 jaar geleden dat de Hagia Sofia voor het laatst dienst deed als kerk. En sindsdien is veel verloren gegaan, zoals de vijftien meter lange zilveren wand met iconen, talloze mozaïeken, en miljoenen goudglazen kubussen die een glinsterende luifel in de kerk vormden.

Toch is het christelijke karakter van het gebouw onmiskenbaar. Dat begint al met de structuur, die een microkosmos van de hemel voorstelde, met in de hoeken serafijnen (engelen met zes vleugels). „De belangrijkste toegangspoort, die alleen gebruikt mocht worden door de keizer, bestaat uit brons en hout dat volgens de overlevering van de Ark van Noach komt”, vertelt Koca. Hij wijst op de plek waar de poortwachters stonden. „Zie je dat de marmeren vloer daar is uitgesleten?” Er zijn diverse mozaïeken bewaard gebleven, zoals van de maagd Maria met Jezus. Wellicht dat die worden bedekt als de Hagia Sofia weer een moskee wordt.

Islamitische periode

Nadat sultan Mehmet II in 1453 Istanbul had veroverd, veranderde hij de Hagia Sofia in een moskee. Zo kon hij de symboliek van het gebouw voor zijn eigen politieke prestige gebruiken. Er werd één rode minaret aan toegevoegd, als symbool van de islamitische overwinning. „Maar het gebouw was op dat moment in een erg slechte staat”, vertelt Koca. „Daarom voegde de beroemde Ottomaanse architect Mimar Sinan nog drie andere minaretten toe, bovenop de steunberen die hij liet bouwen om het gebouw te stutten.”

Omdat het aanbidden van een persoon of symbool is verboden in de islam, werden de christelijke mozaïeken afgedekt met pleisterwerk. Er werden zes grote zwarte panelen opgehangen waarop de namen van Allah, Mohammed en de eerste vier kaliefs in goud zijn gekalligrafeerd. Ook kwam er een mirhab in de Hagia Sofia, een nis in de muur die de richting van Mekka aangeeft. Koca: „Daaraan is goed te zien dat de Hagia Sofia niet is gebouwd als moskee. Want de plek waar het altaar stond wijst niet naar Mekka. Dus de mihrab staat daar enigszins rechts van.” Dit betekent dat de gelovigen niet precies met de richting van het gebouw mee zullen bidden als het weer een moskee wordt, maar iets haaks erop.

Seculiere periode

Nadat Atatürk in 1934 van de Hagia Sofia een museum had gemaakt, werd het gebouw geseculariseerd. Zo wilde hij afstand creëren tussen de Turkse republiek en het Ottomaanse rijk. Het gebouw kreeg het karakter van een museum, met een kassa voor kaartverkoop in plaats van een donatiekist. Sommige mozaïeken werden blootgelegd en gerestaureerd. „Ze wilden ook de zwarte panelen weghalen”, zegt Koca. „Maar ze pasten niet door de poort, dus werden ze weer terug gehangen.”

De Hagia Sofia is een van de meest bezochte musea van Turkije en trok vorig jaar drie miljoen bezoekers. Dit brengt behoorlijk wat geld op voor het bedrijf dat de kaartverkoop beheert. Koca: „Ze hebben net een contract voor vijf jaar afgesloten. Geen idee wat daarmee gebeurt als de Hagia Sofia weer een moskee wordt.”