Bruno bestelt voedselcontainers

De Golf | Aflevering 2

Met het oog op de zeespiegelstijging kochten schrijver Bruno en academica Loes een woonschip. Een feuilleton van Afl. 2
Illustratie Olivia Ettema

Bruno kijkt op van zijn laptop. Aan zijn voeten ligt Ollie te tijgeren op de vloerplanken. „Goed zo, kleintje.” Bruno lacht naar de baby, maakt zijn mond extra breed, zodat het kind niet hoeft te twijfelen aan zijn emotie. Ollie lacht net zo breed terug. Hij blijft zijn vader aankijken met zijn bodemloze blik, zodat Bruno zijn kabouterlijfje het liefst tegen zich aan wil drukken. Maar het zou onmogelijk zijn om hem dan terug te leggen, en hij moet nog nieuwe voedselcontainers bestellen.

Snel opent hij de website voor diervoeding. Hier: lucht- en waterdichte containers, 60 liter. Goedkoop zijn ze niet, maar volgens iedereen van de community zijn ze wel de beste. Aantal: 3. Wijze van betalen: creditcard. Bezorgen: … Bruno twijfelt. Maandag zou kunnen, dan is Loes naar haar werk. Maar de bezorging loopt sinds corona niet meer zo vlot. Zijn ze een dag later, dan is Loes thuis (en hij ’s middags naar de therapeut). Hij klikt op ‘volgende week woensdag’. Is de bezorger een of twee dagen te laat, dan is het geen probleem. Op donderdag en vrijdag is Loes er ook niet.

„Hé, kleintje”, zegt hij. „Gaan we een stukje lopen?” Hij tilt de baby op en loopt met hem naar de stuurhut. Het weidse uitzicht verrast hem telkens weer. Aan de overkant van het kanaal lopen de Jerseykoeien van de biologische boer. Sinds het begin van de lockdown koopt Loes daar op zaterdag kaas. Bruno vindt die niet te eten. Er blijft altijd een uitgedroogde homp over die hij moet weggooien. Hij verdenkt Loes ervan dat ze die kaas alleen maar koopt omdat ze zich het type mens vindt dat lokaal boodschappen doet.

De koeien hebben mooie grote hoorns. Volgens de boer zitten daar mineralen in opgeslagen die de beesten kunnen aanspreken in tijden dat die nodig zijn. Een mooi systeem, vindt Bruno.

Het echte probleem is ongedierte. Én dat Loes zo van de boot duikt

De wind voelt heerlijk op zijn gezicht. Hij tilt zijn zoontje in het wandelwagentje en duwt het de loopplank af. Vanaf de wal kijkt hij in het water. Hij vloekt zachtjes. Op een of andere manier is de stroming zo dat alle rotzooi zich precies bij hun boot ophoopt. Plastic zakken, Turkse broden, piepschuimchips, frietbakjes, condooms. Het is te smerig voor woorden. Niet alleen om te zien. Het echte probleem is het ongedierte. Én dat Loes zo van de boot af duikt. Maanlicht is het mooist als je zelf in het water ligt, vindt ze tegenwoordig. Zonder dat ze zich wil aanstellen, zegt ze er altijd achteraan. De viezigheid houdt haar niet tegen. Ze zwemt er gewoon een eindje vandaan. Ze denkt niet aan ratten, aan de rotziektes die ze verspreiden. Bruno heeft de gemeente gebeld, maar ze zeiden dat hij de melding digitaal moest doen en foto’s moest meesturen.

Hij maakt een foto met zijn telefoon.

„Eventjes geduld, Ollie.” Hij draaft naar het schuurtje dat hoort bij de aanlegplaats. Daar staat een kruiwagen. Het schepnet ligt er nog in van de vorige keer. Geroutineerd schept hij de rotzooi uit het water in de kruiwagen. Als altijd leegt hij die achter het schuurtje. Daar ligt al een hoop afval ontzettend te stinken. Dat is vies maar ook goed. Die lucht houdt pottenkijkers uit de buurt.