Opinie

Als politici alles tot het persoonlijke beperken

Tom-Jan Meeus

Je hebt politici die goed zijn in bekendheid. En je hebt politici die goed zijn maar nooit bekend worden. De laatste groep is eigenlijk het interessantste. Een insider die buiten beeld blijft in een wereld die teert op aandacht roept meer nieuwsgierigheid op dan iemand die dagelijks voor de televisiecamera’s aan zijn primaire verlangen voldoet.

Nu wil minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) de wet zo aanpassen dat per partij de kandidaten met de meeste individuele stemmen Kamerlid worden. Zo versterk je de band tussen kiezer en gekozene. Maar het is ook een beloning voor bekendheid. Het zou betekenen dat elke kandidaat een persoonlijke campagne gaat voeren. En het zou het einde van de insiders onder Kamerleden betekenen: wie goed is maar niet bekend, kan net zo goed meteen zijn spullen pakken.

Maar of dit de democratie verbetert? Je hebt Kamerleden die veel media halen dankzij hun controlerende (Pieter Omtzigt, Renske Leijten) of wetgevende (Pia Dijkstra) werk. Maar het probleem is dat de mediacultuur ook heel andere aspecten beloont. Femke Merel van Kooten-Arissen ging binnen één jaar vijf keer met een andere partij in zee (PvdD, Groep-Van Kooten, 50Plus, Partij voor de Toekomst, GO van oud-FVD’er Otten). Zij is geen slecht Kamerlid, maar daar dankt ze haar bekendheid niet aan.

Of neem Mona Keijzer, die CDA-lijsttrekker wil worden met een filmpje waarin ze maatregelen tegen telefonische verkopers aankondigt terwijl ze in haar keuken een pannenkoek bakt. Ik dacht: ooit was voor het CDA het gezin de hoeksteen van de samenleving, nu ziet Mona zichzelf als de hoeksteen van de samenleving.

En wie woensdag het Kamerdebat over institutioneel racisme volgde, zag ook daar weer hoe de strijd om media-aandacht nu wordt geleverd: niet door het thema centraal te stellen, maar met effectbejag. Woede, een handig woordje, een jij-bak hier, een jij-bak daar.

Het is vermoedelijk het echte manco van de democratie geworden. Politici brengen alles nu terug tot het persoonlijke, ook omdat ze amper aandacht krijgen wanneer ze onderliggende structuren aansnijden. Die zijn saai en zelden te vatten in een kek quootje. Zo werd tijdens de eerste coronamaanden veel geklaagd over de nadruk op efficiëntie in de zorg zonder de onderliggende structuur – het zorgstelsel – te benoemen. Zoals het ook veel vaker gaat over de uitwassen van fraudebestrijding bij toeslagen dan over het toeslagenstelsel zelf.

En je kunt je afvragen wat je precies bereikt als je met een veranderd kiesstelsel het belang van bekendheid verder vergroot. Je verliest er vermoedelijk vooral de politici mee die zich nog wel met structuren bezighouden.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.