Anderhalve meter - zo maken we de samenleving passend

Anderhalvemetermaatschappij Ondanks versoepeling blijft de zichtbaarste coronamaatregel voorlopig overeind. Maar past de samenleving wel op anderhalve meter afstand? NRC legt vier alledaagse situaties langs de meetlat van de anderhalvemetermaatschappij.

  
    
  
  
    

De lappendeken van corona­maatregelen is - op een enkele uitzondering na - per 1 juli vervangen door een ogen­schijnlijk simpele maatregel: hou altijd en overal anderhalve meter afstand van elkaar. Premier Mark Rutte noemt het woord niet meer in zijn pers­conferenties, maar je zou kunnen zeggen: vanaf 1 juli leven we in de ander­halvemeter­samenleving.

Aan dat voorschrift wordt voorlopig niet getornd. De eerste, bekritiseerde conceptversie van de coronawet - die de tijdelijke en regionale nood­verordeningen moet vervangen door een wettelijk kader, goedgekeurd door het parlement - bevatte een bepaling die het houden van „een veilige afstand” buitenshuis dicteerde.

Dat is niet zonder reden. Afstand bewaren wordt door het RIVM en de WHO gezien als een van de effectiefste maatregelen om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, terwijl het tegelijkertijd de samenleving en economie wat ademruimte geeft. Bijna ieder land heeft beperkingen opgelegd aan fysiek contact.

Ondanks fel verzet van een minder­heid, vindt de meerderheid van de bevolking afstand houden nog steeds heel belangrijk, blijkt uit periodieke peilingen van het RIVM onder circa 90.000 Nederlanders. Tegelijkertijd is het naleven van het bewaren van afstand - op vaak en/of intensief handen wassen na - het lastigste van alle gedrags­regels.

En waar het „stuk wassen” van de handen, zoals Rutte dat steevast noemt, iets makkelijker is geworden, hebben meer Nederlanders juist moeite met het houden van afstand. Tussen peilingen van het RIVM in april en begin juni daalde het naleven van het afstand houden het sterkst van alle gedrags­maatregelen, van een kleine 70 procent in april naar 62,4 procent begin juni.

Wat kan er nog in de ‘ander­halvemeter­samenleving’? Onvoldoende, suggereert het tanende draagvlak - wellicht beïnvloed door het on­vermogen van Nederlanders om zich aan de maatregel te houden - dat inmiddels tot demon­straties op het Malieveld en daarbuiten heeft geleid. NRC onderzocht aan de hand van vier dagelijkse scenario’s de consequenties voor het strikt naleven van de anderhalve meter. Ga een dag mee in het leven van ons fictieve personage Jaap.

08:00

Het kruispunt

Jaap moet vandaag weer op kantoor zijn. ‘s Ochtends is het altijd haasten: pas na twee keer snoozen opstaan, dan douchen, ontbijten, de tas pakken en op de fiets springen. Hopelijk valt het vandaag mee op dat ene drukke kruispunt, denkt Jaap nog. Dat is in de ander­halve­meter­samenleving echt een obstakel geworden.

Jaap passeert onderweg naar het station een druk kruispunt met stop­lichten. Dat baseerden we op de kruising tussen De Lange Viestraat en de Sint Jacobsstraat in Utrecht. Het is een drukke kruis­ing; op een gewone ochtend passeren er zo’n 1.165 fietsers per uur. Het verkeers­licht is afgesteld op die drukte, waar­door het alle fietsers kan verwerken - zo’n 35 per keer in de 18,8 seconden dat het stoplicht op groen staat, berekenden we op basis van dit rapport van kennisplatform CROW

In de ander­halve­meter­maatschappij verandert dat. Het fietspad is te smal om twee fietsers op voldoende afstand naast elkaar plaats te laten nemen. Het gevolg: een lange rij van fietsers. Als zij zich optimaal opstellen - schuin achter elkaar - wordt die rij van 35 fietsers ongeveer 52,5 meter lang. Daardoor halen nog maar 25 mensen het stoplicht per cyclus. De wachtrij groeit dus met 10 extra wachtenden, of 15 meter.

De gemeente kan de drukte op drie manieren terugdringen. De eerste is door het verkeerslicht langer op groen te zetten: om 35 fietsers per keer soepel te kunnen verwerken moet het verkeerslicht 28 seconden op groen staan - bijna 1,5 keer zo lang. De tweede optie lijkt daar een beetje op: de hele cyclustijd verkorten. Het verkeerslicht staat dan korter op rood én groen, waardoor er minder opstopping ontstaat. Die tijd zou dan 76 seconden moeten zijn in plaats van 109 seconden. En misschien kan het fietspad verbreed worden zodat fietsers zich efficiënter kunnen opstellen – het pad zou dan minimaal 3,66 meter moeten zijn. Maar een fietspad verbreden is makkelijker gezegd dan gedaan.

Voor een deel zal dit probleem zichzelf oplossen, zegt Rico Andriesse van Goudappel Coffeng, een adviesbureau dat onder meer gemeen­ten adviseert over dit soort mobiliteits­vraag­stukken. „Als fietsers zien dat het te druk is, nemen ze de volgende keer andere routes of vertrekken ze op andere tijdstippen.” Maar aanpassingen zijn wel degelijk wenselijk. De vraag is of mensen weer net zoveel met het OV gaan als voorheen, of wandelen en fietsen in de stad als alternatieve vervoers­middelen gebruikt zullen worden. „Het makkelijkst is de ‘groen­tijd’ aanpassen. Je kunt verkeers­lichten op sommige kruis­ingen zelfs helemaal uit­zetten, al hebben kwetsbare fietsers zoals ouderen en kinderen daar moeite mee.” Het zou wel voorkomen dat er een lange rij voor het stoplicht ontstaat.

Hij raadt aan fietsers in sommige gevallen naar de weg te verplaatsen, waardoor ze zich breder op kunnen stellen. Net als langere groentijden gaat dat ten koste van auto­mobilisten, waarvoor Andriesse in deze situatie een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur voorstelt. „Zij zitten in een beschermende cocon en zullen moeten accep­teren dat ze langer moeten wachten.” Automobilisten nemen daarbij veel meer ruimte in, per persoon 20 vierkante meter in stilstand. Te veel in een ander­halvemeter­maatschappij waar publieke ruimte schaars is.

Jaap sluit aan achter een lange rij wachtenden. Voor elke 25 fietsers voor hem, moet hij 109 sec­onden langer wachten. Met enkele min­uten ver­traging passeert hij het kruis­punt. Nog maar drie kruispunten tot het station.

08:05

Het perron

Het is weer zo’n dag. Met nog een paar minuten tot het vertreksignaal, sprint Jaap naar zijn trein. Het perron staat al aardig vol, constateert hij hijgend. Hij ziet de trein al aankomen. Ook de trein uit de andere richting arriveert op het tegen­overliggende perron.

In een normale ochtend­spits passeren zo binnen enkele minuten honderden mensen elkaar, blijkt uit cijfers van de NS over perrons 5 en 7 op Utrecht Centraal, het drukste station van Nederland. Voorheen wachtten daar 1.100 reizigers op de trein richting Amsterdam en nog eens circa 1.050 op de trein aan de andere zijde van het perron. Als de trein arriveert en 800 reizigers uitstappen wordt het nog drukker op het station. Toch gaat gaat de passagierswissel snel, als alles soepel gaat. Binnen een minuut is normaliter iedereen in- en uitgestapt.

Tegenwoordig is dat anders, denkt Jaap, terwijl hij zijn mondkapje opzet. Ook bij het in- en uitstappen moet afstand gehouden worden. Niet langer kunnen reizigers zich zij aan zij door de deuren heen wurmen, maar moet dat een voor een. Hierdoor verdubbelt de instaptijd. Als we ervan uitgaan dat de reizigers zich gelijkmatig over het aantal deuren verdelen, duurde het tenminste 40 seconden voordat iedereen in of uit is gestapt. Dat gaat dus minimaal dubbel zoveel tijd kosten, als iedereen netjes afstand houdt.

Het is ook de vraag of er genoeg ruimte is op de perrons. Doordat iedereen afstand van elkaar moet houden, is er veel meer ruimte nodig. En als Jaap aan de late kant is, kan het zomaar zijn dat hij op de trap, wat verboden is, of in de stationshal moet wachten op de trein.

Om toch alle passagiers kwijt te kunnen zou het perron breder gemaakt kunnen worden. Maar dat is een theoretische oplossing, want daar is simpelweg de ruimte niet voor: het zou 2,5 keer breder moeten. Een andere oplossing is om langere treinen in te zetten, zodat mensen zich beter over het perron kunnen verdelen.

Tot 1 juli werd reizigers gevraagd alleen noodzakelijke reizen te maken. Inmiddels geldt dat niet meer, maar worden reizigers opgeroepen verspreid over de dag te reizen. Nog steeds is het advies van de overheid om zoveel mogelijk thuis te werken.

Een ander optie is het verspreiden van de piekbelasting tijdens de ochtend- en avondspits over de rest van de dag. Als de passagiers optimaal gespreid worden, kunnen er zelfs evenveel reizigers als normaal worden vervoerd. Maar of ieders werktijden of lesuren even flexibel zijn, is de vraag.

08:45

Op kantoor

Aangekomen op kantoor wacht nog een laatste obstakel tussen Jaap en zijn flexplek. Want als Nederland weer massaal aan het werk gaat en anderhalve meter afstand moet houden, gaat dat wringen bij de liften, zegt Harold Bussing. Hij is directeur van liften- en roltrappenbedrijf KONE Nederland en voorzitter van de Vereniging voor Liften en Roltrappen (VLR), de branche­vereniging. VLR adviseert pandeigenaren ook in liften anderhalve meter afstand te laten houden. Daarom hebben de meeste liften maar plek voor maximaal twee personen. Dat heeft grote gevolgen voor de wachttijd.

Stel, er is een kantoorgebouw van tien verdiepingen en een lift die vijftig mensen moet verwerken tijdens de ochtendspits. Onder normale omstandigheden kunnen er acht personen in een lift. Dan zijn de vijftig personen in ongeveer negen minuten weggewerkt. Als er nog maar twee personen in de lift mogen, verdubbelt die tijd en moet Jaap ruim achttien minuten wachten.

De kleinere capaciteit van liften vergroten kan maar beperkt opgevangen worden door de snelheid te verhogen, zegt Bussing. Ieder gebouw is anders. Onderzoek naar ‘mobiliteits­patronen’, moet bedrijven de juiste knoppen geven om aan te draaien. „Gaan de mede­werkers vaak met de lift naar de eerste verdieping, omdat daar een betere koffie­automaat zit, of naar de vierde verdieping waar het restaurant is gesitueerd?” Piekbelasting verlagen kan bijvoorbeeld door grote vergaderzalen, waar veel kantoor­personeel over het algemeen vaak de dag start, te verplaatsen naar de begane grond.

Bussing krijgt veel vragen van pandeigenaren over de nieuwe lift­etiquette. Gebouw­eigenaren kunnen aan andere lift­schake­lingen denken, bij­voorbeeld door liften alleen op even- of oneven verdiepingen te laten stoppen. De tussen­liggende verdiepingen kunnen dan met de trap bereikt worden, zegt Bussing. „Het liefst twee trappenhuizen: één voor omhoog­gaand verkeer, en één voor mensen die naar beneden gaan.”

Pandeigenaren kunnen ook andere liftinstellingen overwegen, zoals de Sabbat-schakeling, vernoemd naar het orthodox-joodse gebruik om op zaterdag geen elektrische apparatuur te bedienen. De lift gaat dan automatisch de hele dag op en neer en stopt bij elke verdieping. Je hoeft dan niet meer op knoppen te duwen om de lift op te roepen of op de juiste verdieping uit te komen. Bijkomend voordeel: de lucht in de lift wordt door de vele stops ververst.

Maar dat werkt niet voor elk pand. De Sabbat-schakeling is voor hoogbouw geen optie en als van de lift amper gebruik gemaakt wordt is het zonde hem de hele dag automatisch door het pand te laten zoeven.

Een andere optie: mondkapjes, zoals ook in het openbaar vervoer verplicht is. Bussing hoopt van het RIVM duidelijkheid te krijgen of dat ook in liften moet, waar de reistijden relatief kort zijn. „We zijn in feite een soort publiek transportmiddel. Met mondkapjes kan de capaciteit verhoogd worden.”

0m 0s 0m 2s 0m 52s 0m 55s 1m 30s 1m 32s 2m 17s 2m 20s 2m 55s 2m 57s 3m 22s 3m 25s 4m 15s 4m 17s 5m 2s 5m 5s 5m 30s 5m 32s 6m 17s 6m 20s 7m 0s 7m 2s 7m 32s 7m 35s 8m 10s 8m 12s 8m 52s 8m 55s 9m 30s 9m 32s 10m 7s 10m 10s 11m 0s 11m 2s 11m 47s 11m 50s 12m 15s 12m 17s 12m 57s 13m 0s 13m 50s 13m 52s 14m 42s 14m 45s 15m 15s 15m 17s 16m 2s 16m 5s 16m 45s 16m 47s

19.30

Naar het theater

Aan het eind van de werkdag en nadat Jaap zich weer een weg door de lift, de trein en de fiets­paden heeft gebaand, is hij toe aan ontspanning. Maar ook in het theater gelden de ander­halvemeter­regels.

De foyer van een theater is allesbehalve anderhalvemeterproof. Neem deze ruimte - gebaseerd op Markant, een middelgroot theater in het Brabantse Uden dat in de grote zaal 680 mensen kwijt kan. Zonder maatregelen loopt iedereen dwars door elkaar, bij de toiletten ontstaan opstoppingen, net als bij de bar.

Om te zorgen dat het publiek toch anderhalve meter afstand kan houden, heeft het theater een route uitgestippeld. Die slingert door het hele gebouw en is gemaakt met onder meer verrijdbare plantenbakken. De route door het theater tot de ingang van de zaal is ongeveer 170 meter lang; je zou ongeveer 85 personen in de rij kwijt kunnen die anderhalve meter afstand van elkaar houden, ervan uitgaande dat elk individu op afstand van elkaar moet staan. Als de rij bestaat uit koppels die geen afstand hoeven te houden, kunnen er 170 mensen in de rij staan.

Als de grote zaal is uitverkocht, zitten er 680 mensen in de zaal. Tot 1 juli was dat anders: de coronamaatregelen schreven voor dat er maar dertig personen de zaal in mogen. Elk theater moet met een meetlat de zaal in om die dertig personen zo ver mogelijk uit elkaar te plaatsen. Een voorstelling die voor de coronacrisis is uitverkocht, zou 23 keer moeten spelen om alle 680 personen die een kaartje kochten tevreden te stellen. Vanaf 1 juli mag de zaal vol, zolang mensen maar 1,5 meter afstand houden. Dat betekent al snel: twee lege stoelen tussen elke gevulde stoel en een lege rij tussen elke rij waar wel publiek mag zitten. De zaal kan dan voor zo’n 25 procent vol. Een voorstelling moet dus zo’n vier keer gespeeld worden om alle 680 personen de voorstelling te laten zien. Hopelijk heeft Jaap op tijd een kaartje gekocht.

Eén probleem: Theater Markant gaat niet open onder de huidige maatregelen. „Voor zo weinig mensen kun je niet spelen, er moet bij de meeste voorstellingen dan nog geld bij”, vertelt directeur Jan Wouda. „Of je moet groepen voor 300 of 400 euro komen laten spelen. Normaal gesproken krijgen ze drie of vier keer zoveel.”

Markant hoopt daarom dat de maatregelen verder versoepeld worden. Het liet Tausch, een bedrijf dat ruimtes inricht, een plan maken om de zaal voor twee derde gevuld te krijgen. Het trok de aandacht uit de hele theaterwereld in Nederland – Stage Entertainment van Joop van den Ende kwam al op bezoek om naar het concept te kijken en er is ook interesse van een grote Broadwayproducent uit New York, vertelt Cristian Brander van Tausch. Markant hoopt vanaf juli een pilot te mogen draaien.

Het concept ziet er als volgt uit: in de zaal worden tussen elk setje van drie stoelen spatschermen geplaatst. Daar mogen twee mensen gaan zitten, één stoel wordt vrijgehouden om extra afstand te creëren. Elke rij kan op die manier worden gevuld - ook tussen de rijen komen ‘kuchschermen’. Iedereen krijgt bij binnenkomst een plaats toegewezen. Als dat proces soepel verloopt, zou de zaal binnen 25 minuten gevuld kunnen worden.

Het publiek moet wel aan wat concessies voldoen: achterom kijken mag niet meer en „al te bulderend lachen” is ook niet toegestaan. Het theater zal personeel inzetten om die regels te handhaven. Ook mogen bezoekers niet meer halverwege de zaal verlaten om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan – sanitair is een potentiële besmettingshaard. Jaap heeft daarom vooraf instructies gehad om thuis naar het toilet te gaan want de wc’s zijn gesloten. De voorstelling wordt ook ingekort, er zijn geen pauzes meer.

Dat geeft wel de mogelijkheid om twee voorstellingen op een avond te spelen – als de lucht waarin mogelijk virusdeeltjes zitten op tijd kan worden ververst. Dat onderzoekt het theater nu.