Wildparken zonder safari’s? Dat wordt lastig

Toerisme-lockdown Natuurparken hebben het zwaar door ‘corona’. Tijd voor herwaardering van de natuur in Afrika zelf, zegt een Keniaanse ecoloog.

Het is een bewolkte dag in Ol Pejeta Conservancy, een beschermd natuurgebied in Midden-Kenia. Medewerker Giles Clark is op zijn dagelijkse rit door het gebied een gigantische zwarte neushoorn tegengekomen, die op enkele meters van hem vandaan door het hoge savannegras kuiert. Heel duidelijk is het beest niet te zien, verontschuldigt Clark zich vanachter zijn telefoon. „Door het onstuimige weer vandaag hebben we een slechte internetverbinding.” Hij probeert nog in te zoomen, maar de neushoorn loopt het beeld uit. Van een ‘digitale safari’, het karige alternatief dat natuurliefhebbers in de coronacrisis rest, komt zo weinig terecht.

Dezer dagen zijn parkwachters en ecologen presentatoren van hun eigen video-expedities en Instagram-safari’s. Zo hopen natuurparken op het Afrikaanse continent (westerse) reizigers enthousiast te houden. En hen ervan te overtuigen toch alvast te reserveren, of een reeds geboekte reis te verplaatsen, in plaats van af te zeggen. Of, als een verre reis er door Covid-19 voorlopig echt niet inzit, de parken geld te doneren.

De toekomst van sommige wildparken komt door de lockdowns in het geding

De Afrikaanse safarisector heeft het zwaar in de coronacrisis. Zo meldt de website Safaribookings, waarop reizigers hun bestemmingen kunnen kiezen en vergelijken, dat driehonderd van de aangesloten touroperators door de pandemie nu al een flink bedrag hebben misgelopen. In de industrie gaat jaarlijks zo’n 12,4 miljard dollar (ruim 11 miljard euro) om. Het platform liet begin juni weten dat touroperators een verlies van zo’n driekwart van de reguliere inkomsten en boekingen hadden gerapporteerd. Dat zijn grote economische tegenslagen voor de topbestemmingen Zuid-Afrika, Botswana, Kenia, Tanzania, Rwanda, Oeganda en Zambia.

Het thuisblijven van reizigers is niet alleen een klap voor de toerismesector, de toekomst van een flink aantal wildparken in die landen komt erdoor in het geding. Al sinds het begin van de coronacrisis en de eerste lockdowns in Afrikaanse landen slaan natuurbeschermingsorganisaties alarm.

Parkwachters

Natuurbescherming is een nationale aangelegenheid, en in de afzonderlijke safarilanden verschillend georganiseerd. Geld van buitenaf speelt in de meeste scenario’s doorgaans een belangrijke rol. In sommige parken maken non-gouvernementele organisaties de dienst uit, die dankzij donorgelden in staat zijn een gebied te beheren. De invloedrijke ngo African Parks ondersteunt bijvoorbeeld het management van parken in onder meer Malawi, Zuid-Afrika en Zambia. In andere gevallen, zoals in Zimbabwe, worden nationale parken in stand gehouden door de inkomsten uit toerisme, of wordt het overheidsbudget voor natuurbescherming – zoals de training en bevoorrading van parkwachters – aangevuld met inkomsten uit entreegeld.

Veel parken zijn vanwege het instorten van internationaal toerisme helemaal gesloten. In sommige gebieden zijn alleen bezoekers uit eigen land nog welkom. Ook gemeenschappen die profiteren van de reizigers, hebben minder inkomsten.

Een team van parkwachten in de omgeving van het Amboseli Nationaal park.

Foto Daniel Irungu/EPA

Het baart natuurbeschermers vooral zorgen dat veel parkwachters met verlof zijn gestuurd. Vanwege de lockdowns mogen zij niet werken, of hebben de parken niet voldoende buffer om hun salarissen te kunnen doorbetalen.

Het zorgde voor omineuze waarschuwingen: zonder toezicht in de parken zouden de exotische, iconische en vaak bedreigde wildsoorten nog meer gevaar lopen dan al het gevaar is. Stropers kunnen profiteren van de verminderde aanwezigheid van parkwachters, waarschuwden natuurorganisaties. Begin juni werd in Oeganda de onder parkwachters en toeristen geliefde berggorilla Rafiki gedood met een speer. De Oegandese politie arresteerde vier verdachten. Rafiki’s dood was volgens de overkoepelende Afrikaanse natuur-ngo African Wildlife (AWF) de „eerste grote klap voor een ernstig bedreigde diersoort in tijden van Covid-19”.

De ngo legde zelf nadrukkelijk een verband met het wegvallen van inkomsten „en de daarmee gepaard gaande dagelijkse bescherming” voor de dieren. „Natuurbehoud in Oeganda en elders in Afrika staat voor ongekende uitdagingen, aangezien verarmde gezinnen worstelen met voedselzekerheid en meer problemen tijdens de coronacrisis.”

Stroperij

Of de stroperij echt is toegenomen, valt moeilijk vast te stellen. In april constateerde de Wildlife Justice Commission een korte ‘dip’ op de internationale zwarte markt voor exotische dierproducten. Dat kwam onder meer door de strengere reis- en grenscontroles die in importland China werden ingesteld. Directeur Olivia Swaak-Goldman verwacht dat de handel weer zal worden hervat. „De overzeese handel in neushoorn-hoorn, ivoor en schubdierschalen is een georganiseerde, illegale, activiteit. De criminele netwerken die daarbij betrokken zijn vinden op den duur wel een manier om de controles weer te omzeilen”, vertelt ze telefonisch.

De piek in stroperij en de illegale jacht voor bushmeat, waarvoor de organisaties aan het begin van de coronacrisis vreesden, lijkt vooralsnog uitgebleven. Dat komt wellicht omdat niet alle parken in de lockdowns onbeschermd zijn achtergelaten. „In landen zoals Kenia zijn de parkwachten juist tot essentiële handhavers benoemd zodat ze hun werk kunnen blijven doen”, zegt de Keniaanse ecoloog Mordecai Ogada via een video-verbinding. Hij ergert zich aan de noodkreten, die volgens hem vooral aantonen dat de Afrikaanse natuurbescherming té afhankelijk is van buitenstaanders.

De savanne in het Masaai mara Nationaal Park.

Stuart Price/EPA

Ogada, die zich als ecoloog grote carnivoren bestudeerde en zich de laatste jaren vooral profileert als criticaster van nationaal en internationaal natuurbeleid, wil dat in de corona-pauze wordt nagedacht over een nieuwe vorm van natuurtoerisme. Steeds meer ecologen, antropologen en politicologen wijzen op het koloniale randje aan de populaire safari’s. Volgens Ogada is het essentieel dat natuurbescherming in Afrika minder afhankelijk wordt van westers geld en westerse toeristen. „De natuur is waar de Kenianen wonen. Ik hoop dat we in de toekomst meer respect hebben voor lokale gemeenschappen. Bezoekers moeten begrijpen dat locals geen inbreuk maken in de gebieden. En we moeten zorgen dat de gemeenschappen duurzaam leren omgaan met het water en het land.”

Afrikaanse overheden moeten in die omslag investeren, volgens de ecoloog. Dat vindt ook de directeur van African Wildlife, die recent de beperkte budgetten bekritiseerde die voor natuurbescherming zijn gereserveerd in de begrotingen van de grote Oost-Afrikaanse landen. Ogada: „De natuur bestaat niet bij gratie van het toerisme. Ze maakt onderdeel uit van wie wij zijn. Dát moeten we behouden.”

Correctie 2 juli 2020: In een eerdere versie van dit artikel stond per abuis dat touroperators die zijn aangesloten bij Sarafibookings.com 12,4 miljard dollar waren misgelopen. Dat klopt niet: 12,4 millard wordt ongeveer per jaar omgezet.