Geen Kamermeerderheid voor excuses slavernijverleden

Keti Koti D66 en ChristenUnie willen dat het kabinet excuses maakt voor het slavernijverleden. De afgelopen jaren nam de druk op de regering toe.
Minister van Engelshoven bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in Amsterdam.
Minister van Engelshoven bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in Amsterdam. Foto Elvert Elzinga/ANP

De Tweede Kamer gaat niet mee in de wens van de ChristenUnie en D66 om formeel excuses aan te bieden voor het Nederlandse slavernijverleden. De twee coalitiepartijen riepen het kabinet daar eerder op woensdag toe op. Zij gaven hierbij als toelichting dat „erkenning” nodig is van „het leed dat is aangedaan door Nederlandse autoriteiten”. Het voorstel werd ingediend op de dag dat de Nederlandse afschaffing van de slavernij wordt herdacht.

Woensdagmiddag vond in de Tweede Kamer een debat over racisme plaats. Daarbij werd ook het voorstel besproken, maar hier bleek in de Kamer geen meerderheid voor. Het CDA, net als de twee partijen lid van de coalitie, zag de noodzaak van excuses niet in, zo bleek.

D66-voorman Rob Jetten zei eerder op woensdag juist dat „schaamte en spijt” op zijn plaats zijn, maar stelt dat excuses ook nodig zijn omdat Nederland zo „historische verantwoordelijkheid” voor de geschiedenis op zich neemt. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers zegt dat Nederland zich als „gehele samenleving moet verzoenen met een verleden waarin onmenselijk leed is aangedaan”. Dat kan volgens Segers middels excuses.

Voor de Nederlandse rol in het slavernijverleden heeft de regering nooit excuses aangeboden, al wordt de laatste jaren steeds meer druk uitgevoerd op het kabinet om dit toch te doen. Activisten pleiten hier al jaren voor - evenals voor herstelbetalingen - maar het onderwerp ligt gevoelig. Spijtbetuigingen kwamen er eerder wel, maar excuses bleven uit.

Keti Koti in Amsterdam

In het Amsterdamse Oosterpark werd eerder op woensdag een herdenkingsbijeenkomst gehouden. Daarbij spraken de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema en minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66). Ook de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer waren aanwezig. De Nederlandse regering doet nog te weinig tegen ongelijke behandeling en uitsluiting, stelde Van Engelshoven in haar toespraak.

Volgens de minister van Cultuur heeft de regering de taak om „ongelijke behandeling en uitsluiting te voorkomen”, maar slaagt zij daar nog niet in: „En als ik namens deze regering in de spiegel kijk, dan moet ik erkennen dat dit nog steeds niet altijd lukt.” Ook zei Van Engelshoven dat discriminatie en racisme in Nederland nog onvoldoende worden erkend. Ze doelde daarmee op racisme in de vorm van „scheldpartijen en haat en geweld” maar ook op institutioneel racisme. „Welke vorm discriminatie ook heeft: het wordt onvoldoende erkend en doorbroken”.

In haar toespraak stelde de minister verder dat Nederland „bar weinig” weet van zijn eigen rol in de slavenhandel en die rol zelfs actief de rug toekeert. De minister riep dan ook op dit deel van de geschiedenis bewust te herdenken: „Net zo vastbesloten als we van ons verleden zijn weggerend kunnen we ons omdraaien en terugkijken” zei de minister. „Terugkijken naar een tijd waarin zoveel rijkdom is vergaard en harteloos ingewisseld voor onvoorstelbaar veel angst, pijn, verdriet en geweld.”

Beluister ook deze podcast: De helden van Keti Koti

Halsema spreekt over kantelpunt

Tijdens de herdenkingsbijeenkomst, die in uitgeklede vorm werd georganiseerd vanwege het coronavirus, kwam ook burgemeester Halsema aan het woord. Zij uitte in haar toespraak waardering voor de activisten die de Black Lives Matter-beweging in Nederland op de kaart hebben gezet. Halsema: „Wat begon met een paar activisten die het durfden om onrecht ter discussie te stellen en confronterende gesprekken te beginnen. Die genegeerd werden en belachelijk gemaakt, of vaker nog gehaat en bedreigd.”

De burgemeester sprak van een „onstuitbare nieuwe volksbeweging” die recentelijk meer draagvlak heeft gekregen, en waar begrip voor gekomen is. Wat betreft de bewustwording van Nederland over racisme is er volgens Halsema sprake van een „kantelpunt”. De burgemeester duidde hiermee op de antiracismeprotesten die de afgelopen weken door heel Nederland werden gehouden. Ook kondigde Halsema aan dat er een onderzoek komt naar de precieze rol van Amsterdam in de slavenhandel. Dit wordt komend najaar verwacht. Halsema bood namens de stad geen excuses aan voor de slavernij, al drong een meerderheid van de gemeenteraad daar vorig jaar wel op aan.

Verder werd woensdag aangekondigd dat een adviescollege wordt ingesteld dat het slavernijverleden van Nederland onder de loep gaat nemen. Onder anderen muzikant Typhoon en ex-international Edgar Davids nemen deel aan een reeks gesprekken over dit onderwerp. De bevindingen van die gesprekken worden in de vorm van een advies aan minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) gepresenteerd. Dat moet voor 1 mei volgend jaar gebeuren.

Nederland schafte in 1863 de slavernij af in Suriname en de Antillen. Tijdens Keti Koti (wat in het Surinaams ‘verbroken ketenen’ betekent) wordt jaarlijks de afschaffing van tweehonderd jaar slavernij herdacht en gevierd. De Amsterdamse gemeenteraad wil van de dag een nationale feestdag maken, waarop ambtenaren vrij krijgen. Woensdag wordt hiertoe een voorstel in gediend in de gemeenteraad, schrijft Het Parool.