Recensie

Recensie Beeldende kunst

Snelcursus surrealisme en de moeizame relatie met Cobra

Beeldende kunst In twee exposities in het Cobra Museum over surrealisme en Cobra biedt de onderlinge dialoog meer dan de som der delen.

Salvador Dalí, Paar met het hoofd vol wolken, 1936.
Salvador Dalí, Paar met het hoofd vol wolken, 1936. Foto John Tromp

Volgens de legende werd de vroegchristelijke heilige Antonius van Egypte regelmatig bezocht door duivels en demonen. De kwalijke creaturen probeerden hem van het goede, kuise en deugdzame pad af te brengen. In de beeldende kunst komt de Verzoeking van Antonius vaak voor, tot de twintigste eeuw aan toe. In een beroemde geschilderde versie door Salvador Dalí wordt de heilige geplaagd door een visioen met onder meer olifanten op spinnenpoten. Rond dezelfde tijd beeldde de Nederlandse kunstenaar Eugène Brands het thema uit in een kleurige krijt- en potloodtekening met clownesk overkomende fantasiewezens.

Het kunstwerk van Brands maakt deel uit van de presentatie Surrealisme en Cobra, die in het Cobra Museum in Amstelveen de tentoonstelling This is Surrealism! flankeert. Men zou kunnen verwachten dat Brands, die behoorde tot de Cobragroep van na de Tweede Wereldoorlog, al was het alleen maar in de themakeuze, verwijst naar Dalí, een van de toonaangevende surrealisten uit de tijd na de Eerste Wereldoorlog. De werkelijkheid blijkt ingewikkelder: Brands’ werk dateert uit 1944 en loopt daarmee vooruit op de oprichting van Cobra, en Dalí’s schilderij (niet op de tentoonstelling) is van twee jaar later, en op zijn beurt dan weer vrij laat voor de hoogtijdagen van het surrealisme die tussen de twee oorlogen in lagen.

Moeizame relatie

De Nederlandse, Belgische en Deense schilders van Cobra onderhielden een moeizame relatie met de Franse en Spaanse surrealisten die zich in de jaren twintig hadden geschaard rond de Franse schrijver en dichter André Breton. Het was in 1948 zelfs als direct gevolg van een tumultueus verlopen surrealistenvergadering in Parijs dat een groep kunstenaars onder wie Karel Appel, Asger Jorn en Constant zich afscheidden en verenigden onder de naam Cobra. Maar hoewel de jonge kunstenaars bepaalde aspecten van het surrealisme afwezen, sloten ze er in hun eigen werk soms opvallend bij aan. Zo doen collages van zwart-witfoto’s van Jan Elburg denken aan die van Max Ernst. En een sculptuur als Kat med fugl (Kat met vogel) die de Deen Henry Heerup in 1950 maakte van stukken hout en vogelveren, doet onmiskenbaar denken aan vergelijkbare assemblages van Joan Mirò.

Eileen Agar, Zittende figuur, 1956. Foto Cobra Museum

Relevant of futiel, dit soort vergelijkingen verleent een extra dimensie aan het bezoek aan de twee tentoonstellingen. Op zichzelf zijn beide presentaties mooi en interessant, maar ook voorspelbaar. De circa veertig schilderijen en tekeningen van Cobrakunstenaars komen grotendeels uit de eigen collectie, met ogenschijnlijk spontaan gekrabbelde pentekeningen van Brands en Lucebert, en naïef overkomende, kleurige schilderijen van Appel.

Topwerken uit het Boijmans

Een verdieping hoger toont This is surrealism! een ongeveer even groot aantal werken, gekozen uit de fameuze collectie op dit gebied van Museum Boijmans Van Beuningen. Nog in 2017 vormden ze daar de kern van een grote surrealistententoonstelling; nu zijn ze nog even te zien voordat ze gedurende de renovatie van Boijmans op wereldtour gaan. Naast die overbekende werken van onder meer Dalí, René Magritte en Max Ernst worden enkele recent aangekochte schilderijen hier voor het eerst aan het grote publiek getoond, zoals een twee meter hoge Zittende figuur (1956) door de Engelse schilderes Eileen Agar, met een mooi samenspel van textielpatronen tegen een blauwe achtergrond. De expositie biedt vooral een snelcursus surrealisme: topwerken illustreren centrale thema’s zoals automatisme en toeval, droom en paranoia.

Francis Picabia, Egoisme, 1947-1950. Foto Cobra Museum

Ze laten ook zien hoe die thema’s zich op heel uiteenlopende manieren manifesteren, van de precies geschilderde droomgezichten van Dalí tot Man Rays raadselachtige pakket met inpaktouw om een bruine deken waaronder zich een naaimachine en een paraplu laten vermoeden. Opvallend is een werk met kleurrijke cirkels en een fallusachtige vorm tegen een donkere achtergrond (Egoisme, 1947-1950), van de hand van Francis Picabia. Op zijn oude dag omarmde de kameleontische surrealist een Cobra-achtig kleurige, maar in vergelijking daarmee zwaarmoedige abstractie.