Tweede Kamerleden kunnen hun plek meer zelf gaan verdienen

Hervorming kiesstelsel Minister Kajsa Ollongren onderneemt een nieuwe poging de beruchte kloof tussen kiezer en gekozenen te dichten.

Verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschappen in 2019 in dorpshuis Oens Huus in Wapse (gemeente Westerveld).
Verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschappen in 2019 in dorpshuis Oens Huus in Wapse (gemeente Westerveld). Foto Kees van de Veen

Meer dan nu op eigen kracht de Tweede Kamer binnenkomen. Dat is het idee achter het plan van het kabinet volksvertegenwoordigers veel eenvoudiger met voorkeurstemmen te laten kiezen. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) heeft een brief aan de Tweede Kamer geschreven waarin ze aankondigt de kieswet te willen veranderen om dit mogelijk te maken. Het is een nadere reactie op de voorstellen van de Staatscommissie Remkes die eind 2018 een advies uitbracht.

Kandidaten op de lijst van een politieke partij zullen straks als het aan Ollongren ligt minder makkelijk achter de spreekwoordelijke brede schouders van de lijsttrekker de Tweede Kamer binnen wandelen. Ze kunnen met een simpele wetswijziging hun plaats in de blauwe Kamerbankjes meer dan nu zelf verdienen. De voorkeurstem gaat maximaal tellen. Dat alles om de politiek meer herkenbaar te maken.

Want daar gaat het om: de kloof. Dat is het steeds terugkerende woord als er geklaagd wordt over het democratisch bestel. Gedoeld wordt op de afstand tussen de kiezers en gekozenen. Of, zoals ook wel wordt gehoord: het gapende gat tussen de ‘mensen in het land’ en de ‘hoge heren in Den Haag’. Zijn de volksvertegenwoordigers echt de vertegenwoordigers van het volk? Kennen de kiezers hun vertegenwoordigers eigenlijk wel?

Diverse pogingen ondernomen

Boekenkasten vol zijn er inmiddels geschreven over het gesignaleerde probleem. Ook over de vraag of er wel echt sprake van een probleem is trouwens. Tegelijk zijn de voorbije decennia vanuit de politiek diverse pogingen ondernomen om kiezers en gekozen dichter tot elkaar te brengen. De jongste aankondiging van minister Ollongren om het kiesstelsel te veranderen past dan ook in een reeks. Als D66’er heeft zij in elk geval een nauwe betrokkenheid bij het onderwerp.

De kloof was één van de belangrijkste argumenten van haar politieke voorvaderen om in 1966 de partij Democraten’66 op te richten. „De parlementariër heeft geen band met de kiezer. Zodra het gekozen partijlid zijn Tweede Kamerzetel heeft ingenomen vergeet hij dat het de stemmen van X-kiezers zijn geweest die hem in zijn aangename positie tilden”, valt te lezen in het ‘Appèl’ waarmee de initiatiefnemers van D’66 zich richtten tot „iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie”.

Versterking van het gewicht van de voorkeurstem kan leiden tot een grotere herkenbaarheid van Tweede Kamerleden, maar ook van leden van de gemeenteraad, Provinciale Staten en het Europees Parlement, waar volgens Ollongren hetzelfde systeem zou moeten gelden. Niet voor de Eerste Kamer want die wordt niet rechtstreeks gekozen.

Zij sluit met haar plannen aan op een systeem dat al in 2006 werd voorgesteld door het Burgerforum, een willekeurig samengestelde groep van kiesgerechtigden die voorstellen mocht doen om de democratie beter te laten functioneren.

Volgens dit model kunnen kiezers net als nu een stem uitbrengen op een door een politieke partij samengestelde lijst. Daarmee geven zij aan in te stemmen met de door de partij voorgestelde volgorde van de kandidaten. Maar de kiezer kan ook zeggen op één bepaalde persoon van de lijst te willen stemmen. Nu kan dat eveneens maar dan moet een kandidaat minstens 25 procent van de kiesdeler (het aantal stemmen dat recht geeft op een Kamerzetel) behalen.

Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen van 2017 waren 70.106 stemmen goed voor een zetel. Iemand die met voorkeurstemmen rechtstreeks gekozen wilde worden moest dus over minimaal ruim 17.500 stemmen beschikken. Op deze manier kwamen drie mensen in de Tweede Kamer die anders als gevolg van hun lage plek op de lijst buiten de boot waren gevallen: Maurits van Martels (CDA), Isabella Diks (GroenLinks) en Lilianne Ploumen (PvdA). In de meeste gevallen gingen de voorkeurstemmen naar kandidaten die toch al op een verkiesbare plek stonden.

Tussen 21 tot 34 kandidaten

Als de voorkeursdrempel vervalt zullen meer kandidaten op eigen kracht gekozen kunnen worden. Student politicologie Thijs Vos deed vorig jaar voor de website Stuk Rood Vlees een simulatie en kwam toen – afhankelijk van het berekeningsmodel – uit op tussen de 21 en 34 kandidaten die alsnog zouden zijn verkozen.

Het betekent een uitnodiging aan kandidaten zich meer ‘in de kijker’ te plaatsen. Om de kloof te dichten dus. Maar meer keuzevrijheid voor de kiezer kan wel zorgen voor hoofdbrekens bij partijen. Zij raken gedeeltelijk hun regie kwijt. Zorgvuldig samengestelde lijsten met uitgebalanceerde man-vrouw verhouding, verdeling over de regio’s en spreiding van specialismen kunnen flink in de war worden geschopt. Het is niet voor niets dat ideeën in deze richting om de verkiezingen anders te laten verlopen eerder steeds zijn gesneuveld.