OM buigt zich over racistische uitlatingen agenten Rotterdam

WhatsApp-groep Burgemeester Aboutaleb en justitieminister Grapperhaus vinden ook dat ‘diepgaand onderzoek’ nodig is naar een appgroep waarin Rotterdamse agenten zich racistisch uitlieten.

Raadsfracties in Rotterdam pleiten voor periodiek onderzoek naar discriminatie en racisme door de politie.
Raadsfracties in Rotterdam pleiten voor periodiek onderzoek naar discriminatie en racisme door de politie. Foto Koen van Weel

Het Openbaar Ministerie in Rotterdam gaat bekijken of strafrechtelijk onderzoek „aan de orde is” naar racistische uitlatingen van politieagenten in een WhatsAppgroep, waarover NRC woensdag berichtte. Dat schrijft burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) in een brief aan de gemeenteraad.

Aboutaleb heeft contact gehad met minister Ferd Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid over de kwestie en zij zijn het eens dat „diepgaand onderzoek” nodig is, staat in de brief. Verder heeft Aboutaleb zijn zorgen uitgesproken naar de korpschef van de Nationale Politie, Henk van Essen.

Jan Smit Appgroep

In de zogeheten ‘Jan Smit Appgroep’, waarin negen agenten van politiebureau Marconiplein in Rotterdam-West zaten, werden mensen met een migratieachtergrond onder meer aangeduid als „kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen”. Politiemensen maakten in februari 2019 melding van de discriminerende uitlatingen in deze appgroep. De teamchef voerde „corrigerende gesprekken” en de appgroep werd opgeheven, aldus de politie.

Lees ook Het geluid tegen diversiteit in Rotterdam zal marginaliseren

„De eenheidsleiding is gisteren door NRC geconfronteerd met deze kwestie”, schrijft Aboutaleb, die zegt „geschrokken” en „teleurgesteld” te zijn. „De uitspraken in de appgroep gingen in taal en tekst alle grenzen te buiten”, aldus de burgemeester. „Daarmee hebben zij een veilige werksfeer verpest, beschamen zij het vertrouwen van andere agenten én van Rotterdammers.”

Spoeddebat

De lokale fractie van Denk heeft een spoeddebat aangevraagd voor volgende week, zegt voorzitter Stephan van Baarle. „Het heeft alle schijn van een doofpot”, zegt hij aan de telefoon. „Tot mijn schrik moet ik lezen dat de zaak niet is gemeld aan de leiding van de politie. Waarom is destijds geen onderzoek uitgevoerd en zijn destijds geen maatregelen genomen? Zijn journalisten nodig om discriminatie en racisme binnen de politie aan te kaarten?”

De PvdA-fractie heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college. De partij wil weten waarom de zaak niet eerder en breder is onderzocht, maar ook hoe „de mentale weerbaarheid” van agenten wordt „getoetst en getraind”? De racistische uitlatingen van de agenten volgden namelijk op het zogenoemde ‘kopschopfilmpje’ op de website Dumpert, waarin een witte jongen door zwarte jongeren in elkaar wordt geslagen in Spijkenisse.

Op de middelbare school De Oude Maas zijn ze geschrokken van het ‘kopschopfilmpje’. Lees de reportage: ‘Als er mensen vechten: filmen!’

Periodiek onderzoek

De lokale fractie van D66 dient donderdag samen met Denk en GroenLinks een motie in waarin wordt verwezen naar de zaak. De motie, waar volgens D66-raadslid Nadia Arsieni waarschijnlijk een meerderheid voor is, roept het college op periodiek onderzoek te doen naar discriminatie en racisme door de Rotterdamse politie, bijvoorbeeld bij preventieve fouilleeracties. De motie pleit ook voor bijscholing van de politie over dit thema, en voor een aanpak om het vertrouwen in de politie te vergroten.

In delen van wijken als Charlois, Feyenoord en het centrum ligt het percentage bewoners dat discriminatie door de politie ervaart ruim 10 procent hoger dan gemiddeld in Rotterdam, staat in de motie. „Het is niet meer de vraag of discriminatie en racisme voorkomen binnen de politie”, zegt Arsieni aan de telefoon. „Het komt voor. Het moet op wijkniveau onderzocht worden om ertegenop te kunnen treden.”