Zingen in een koor is in Nederland een populairdere hobby dan voetballen

Koor Nederland is een korenland, maar in coronatijd is samen zingen nog steeds niet overal mogelijk. „Zingen verbindt, en geeft je het gevoel dat je leeft.”

Dirigent Mariette Effing repeteert met haar Stadsjongenskoor in het stadspark van Oldenzaal.
Dirigent Mariette Effing repeteert met haar Stadsjongenskoor in het stadspark van Oldenzaal. Foto Eric Brinkhorst

Zingen in een koor, dat is in Nederland een populairdere hobby dan voetballen. De aantallen wisselen per raming, maar volgens een recente telling van de vereniging van korenorganisaties Koornetwerk zijn er 1,7 miljoen samenzingende Nederlanders, van wie de helft in een echt koor zingt.

Het getal is verbazingwekkend – en ook weer niet. In mijn eigen kleine Amsterdamse straatje alleen al wonen drie koorzangers. Zelf begon ik ermee toen ik zes was, en ik ben tot op heden niet gestopt. Zingen geeft energie, je werkt samen ergens naartoe. En gaat het een keer echt goed, dan voelt het even alsof je vleugels hebt.

Door corona kwam een tijdelijk eind aan alle koorzang. De meeste koren stopten met repeteren in de week van 9 maart. Het Amsterdams Gemengd Koor gaf op 8 maart nog een veelbesproken uitvoering van Bachs Johannes Passion. De virusuitbraak die daarop volgde, eiste vier dodelijke slachtoffers, en meer dan honderd zangers werden ziek. Ook bij mannenkoor Salvatori uit Nunspeet overleden drie zangers. Dus samen zingen? Dolgraag. Maar toen liever even niet. En nu nog steeds liever niet, want de meeste koren zingen nog steeds niet.

Dus wat dan? Thuis alleen zingen kan altijd. Sommige koren gingen zoomen. Maar echt samen zingen is digitaal nog steeds niet écht goed mogelijk en veel koren begonnen er dus maar helemaal niet aan. Zoals de vijf koren van organist/dirigent Minne Veldman – één kinderkoor, twee mannenkoren en twee gemengde koren in Overijssel en Flevoland (Urk). „Koorzang doe je samen”, vat Veldman samen. „Het gáát nou net om het contact met anderen, in de muziek en daarbuiten.”

Ook het ZO! Gospel Choir repeteerde tot eind juni helemaal niet. „Eerst mocht het niet. En toen het Koornetwerk Nederland met een protocol kwam dat het op drie meter van elkaar wél veilig zou zijn, hadden we daarvoor geen geschikte ruimte”, zegt oprichter en koormanager Donna Lewis. Daarbij is zingen op afstand muzikaal niet goed mogelijk, zegt ze. „Als je samen zingt in harmonieën, móét je wel dicht bij elkaar staan voor een goed resultaat. De muziek eist dat gewoon.”

Foto Eric Brinkhorst

Zingen in het groen

Over zingen en corona bestond lang onduidelijkheid. Pas deze week kwam het RIVM met het verlossende woord: zingen mag weer, buiten én binnen. Mits je ventileert in de pauze en anderhalve meter afstand van elkaar bewaart. Beslaat het koor meerdere rijen, dan moet er gezongen worden in zigzagopstelling (denk: als damstenen) zodat niemand direct in andermans sproeirichting staat.

„We zijn extreem opgelucht dat het advies er eindelijk is”, zegt Daphne Wassink, voorzitter van het Koornetwerk Nederland. „Té lang bleef er nodeloos veel onduidelijk. Professionele solozang en kinderkoren mochten al langer weer en in de buitenlucht was ook alles toegestaan, inclusief sporten. Dus waarom zingen dan niet, als uit recent onderzoek al langer duidelijk was dat spreken en sociale omgang gevaarlijker zijn?

Lees ook: Via Zoom repeteren is lastig, met een tenortuba

In overleg met professionele koren en wetenschappelijke onderzoekers, onder meer aan de TU Delft, formuleerde het Koornetwerk al eind mei een eigen opstartprotocol, gebaseerd op alles wat toen internationaal bekend was over de relatie tussen zingen en de verspreiding van Covid-19. Het protocol was veel strenger dan de richtlijn die het RIVM deze week openbaar maakte, maar leidde alsnog tot verdeeldheid.

Sommige koren volgden de richtlijn en begonnen, voorzichtig op drie meter afstand van elkaar, weer met repeteren. In het groen, in waaierige loodsen en op lege voetbaltribunes. Andere koren wachtten nog af, en zullen na de zomerstop weer gewoon starten – gerustgesteld door het officiële RIVM-protocol.

Foto Eric Brinkhorst

Het gevoel dat je leeft

Ook het Koor van De Nationale Opera is inmiddels weer live aan de slag gegaan. „Ons theater is een van de best geventileerde van Nederland: er komt verse lucht vanonder de stoelen in de zaal en er is afzuiging naar boven toe”, zegt koordirecteur Naud van Geffen. „Daar zijn we dus gaan zingen, op flinke afstand van elkaar.”

Covid-19 is een longziekte, dus dat zangers extra bezorgd waren, is logisch, zegt Van Geffen. „Maar in geen ander land werd zingen de afgelopen tijd door de overheid zo geïsoleerd als ‘gevaarlijk’ behandeld als in Nederland. Onze kracht, dat we een korenland zijn, werd even onze zwakte.”

Eén voordeel: de afgedwongen pauze bood ruimte weer te bedenken waaróm we eigenlijk allemaal zo graag zingen. Van Geffen: „Dat vond ik mooi, dat we daar echt gesprekken over konden hebben. Kort samengevat: zingen verbindt, en geeft je het gevoel dat je leeft.”

Mariette Effing, dirigent van het Stadsjongenskoor Oldenzaal, is ook weer gestart met live zingen. Toen de basisscholen op 1 juni opengingen, zag ze geen reden nog langer met de jongens van haar koor te zoomen. Ze trokken het stadspark in, en repeteren nu in het groen.

„Het is heerlijk, al bij de eerste repetitie was het een gejoel en gestoei, iedereen klom in de bomen, ze waren zó blij dat het weer kon. Vooral de oudere jongens zag ik steeds futlozer achter hun scherm hangen. Kinderen hebben elkaar nodig, ook bij het zingen. En bij volwassenen is dat in wezen niet anders.”

‘Zo mooi als in het koor klink je in je eentje nooit’

Dieks Olsman (81), bariton in Mannenkoor ’t Vechtdal in Hardenberg

„Ons koor is gereformeerd en zingt vooral geestelijke liederen. In maart was ik veertig jaar lid. Van de Koninklijke Christelijke Zangersbond kreeg ik een sculptuur en bloemen. In ons koor zijn zulke jubilea niet ongewoon, er zijn nog vier zangers zo lang lid.

„Vroeger zong ik bij een gemengd koor, maar een mannenkoor vind ik mooier; dat diepe en donkerbruine geluid. Ik zing ontzettend graag. Om lof te brengen aan God, maar ook voor het menselijk contact. Zingen is een inspanning én een ontspanning. Ik kijk er altijd naar uit: woensdag mag ik weer.

„Door corona zingen we nu niet. Ik mis het zeer. Maar hoewel ik zelf absoluut niet bang ben om ziek te worden, snap ik de regels ook wel; zeker voor een groot mannenkoor met een gemiddelde leeftijd van 60, 70 jaar.

„Af en toe zing ik nu thuis achter de laptop om mijn stem soepel te houden. Maar zo mooi als in het koor klink je in je eentje nooit.”

‘Binnenkort zal ik de baard in de keel krijgen, maar hopelijk kan ik dan toch ook hoog blijven zingen’

Toby Tamas (11), sopraan, stadsjongenskoor Oldenzaal, Nationaal Jongenskoor

„Ik ben op mijn zesde begonnen met koor en vond het meteen leuk. Het zingen zelf, maar ook om dat met anderen te doen. Van onze dirigente mag je altijd jezelf zijn. Ik ben in die jaren ook echt beter geworden; ik oefen elke dag en heb ook privé-zangles. Binnenkort zal ik de baard in de keel krijgen, maar hopelijk kan ik dan toch ook hoog blijven zingen.

„Met het Nationaal Jongenskoor zingen we vooral klassiek, in Oldenzaal klassiek én popliedjes. Zelf houd ik het meest van Bach, Mozart en Beethoven.

„Normaal heb ik twee koorrepetities per week, en dan nog repetitiedagen. Ik mis dat. Nu heb ik te veel tijd voor mezelf. Sommige jongens in het koor zijn ook echt mijn vrienden.

„Het leukst vind ik concerten, vooral als ik een solo mag zingen. Het ‘Pie Jesu’ uit het Requiem van Andrew Lloyd Webber bijvoorbeeld, of ‘Walking in the Air’ van Howard Blake, uit de animatiefilm The Snowman. Dat zou ik op 5 mei hebben gezongen tijdens een Bevrijdingsconcert. En we zouden met het Nationaal Jongenskoor op tournee zijn gegaan naar Hamburg, Keulen en Luxemburg met Mahlers Achtste symfonie. Dat werd allemaal afgezegd, ontzettend jammer.

„Met het koor in Oldenzaal repeteren we nu weer in het park, gelukkig. Met het Nationaal Jongenskoor nog niet, ik hoop dat ook dat snel weer start.”

‘Buiten repeteren is voor ons geen optie: daar mis je kerkgalm’

Rens Tienstra (32), tenor/dirigent, Schola Gregoriana Noordwijk, Schola Cantorum Amsterdam, Kathedrale Koor St Bavo Haarlem

„Mijn kennismaking met het Gregoriaans verliep toevallig. Ik werd aangenomen om een kerkkoor te dirigeren, en daar hoorde een schola bij. Het begin was onwennig: ik was niet vertrouwd met het Latijn en de kerktoonaarden en ben ook niet bijbelvast. Maar het Gregoriaans raakte me direct door de meditatieve kracht ervan. Tekst en muziek zijn innig verbonden. En doordat je met meer zangers eenstemmig zingt, moet je goed naar elkaar luisteren. Ego valt weg.

„Half maart zijn alle schola’s gestopt. We zingen in kerken, waar koorzang nog steeds is verboden. Je mag met twee cantores zingen in een kerk met maximaal dertig kerkgangers. Dus doen we het maar liever helemaal niet, anders is het oneerlijk.

„Met de helft van mijn medezangers heb ik contact via Zoom of mail. Maar ja zingen gaat nu niet, daarover ben je snel uitgepraat.

„Ik mis het zeer. Als schola ben je onderdeel van de liturgie en die sfeer boots je thuis niet na. Om dezelfde reden is buiten repeteren voor ons geen optie: daar mis je kerkgalm, en moet je als collectief helemaal opnieuw leren zingen. Maar het gemis is ook sociaal. Alle Gregoriaanse zangers die ik ken zijn open-minded en creatief. Tijdens het trappistenbiertje na afloop komen de gekste onderwerpen ter tafel. Ik ben gezond, de zon schijnt, mijn agenda is leeg. De redenen zijn goed, maar ik hoop dat er heel snel iets verandert.”

‘Samen iets neerzetten geeft een gevoel dat met niets te vergelijken is’

Ghislain Levant (37), sopraan, alt en tenor in het ZO Gospelkoor

„Mijn vader zingt in een closeharmonygroep, vroeger thuis zongen we altijd alles driestemmig. Ik heb lang gedacht dat dat heel vanzelfsprekend was.

„In het dagelijks leven ben ik juf, ook op school zingen we elke dag. Negen jaar geleden deed ik auditie bij dit koor. Ik vond het eerst eng, maar dat gevoel werd overheerst door de blijdschap om weer intensief meerstemmig te zingen; black gospel met een soulrandje.

„Begin maart kwamen we voor het laatst samen. We werkten toe naar ons tienjarig jubileumconcert in Paradiso eind mei, en ik dacht lang dat dát nog wel zou doorgaan. Maar helaas. De teleurstelling was heftig, we waren er zó klaar voor.

„Normaal repeteren we eens per week, als er veel optredens zijn vaker. Daarnaast hebben we allemaal een ‘normale’ baan, dus er zijn zware dagen bij: werken, repeteren en optreden na elkaar. Dat we die ervaringen met elkaar delen, maakt dat we als koor heel dicht bij elkaar staan. Het voelt als familie. We praten over alles.

„Ik heb het zingen ontzettend gemist. Samen iets neerzetten geeft een gevoel dat met niets te vergelijken is. Je komt nader tot elkaar, en dat vereist de muziek ook.

„Eind juni zijn we weer begonnen, buiten. Expres in een stil park in Amsterdam-Noord, want we wilden eerst gewoon even met elkaar zijn. Maar alsnog kwamen er mensen zitten luisteren, haha. Heerlijk dat het weer kan, ik werd er meteen weer vrolijk van.”

Correctie (2-7-2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de virusuitbraak bij het Amsterdams Gemengd Koor vier koorleden het leven kostte. Dat moest zijn: één koorlid en drie partners van koorleden. Dit is aangepast.