Reportage

Kamer erkent dat racisme meer omvat dan incidenten

Debat Tweede Kamer over racisme Veel partijen stellen vast dat institutioneel racisme bestaat, tot concrete oplossingen leidt dat nog niet.

De nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij bij het Nationaal Monument Slavernijverleden, wegens de maatregelen rondom het coronavirus zonder publiek.
De nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij bij het Nationaal Monument Slavernijverleden, wegens de maatregelen rondom het coronavirus zonder publiek. Foto Evert Elzinga/ANP

Op de dag dat in Nederland 157 jaar afschaffing van de slavernij werd herdacht, op de dag ook dat in NRC uitlekte dat Rotterdamse politieagenten in een appgroep Nederlanders met een migratieachtergrond aanduidden als „kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen”, op die dag debatteerde de Tweede Kamer over institutioneel racisme in Nederland.

Bestaat dat? Ja, stellen de meeste fracties: er vindt in Nederland structurele discriminatie plaats van culturele en etnische minderheden. Dat gebeurt, zien zij, bij het verdelen van stages, bij sollicitaties, op de woningmarkt en op nog veel meer plekken. Nee, vinden FVD en PVV: zij zien alleen uitsluiting van witte Nederlanders. Die worden volgens hen in de verdediging gedrongen: het suikerfeest rukt op scholen op, maar Zwarte Piet moet verdwijnen.

Na jaren aarzelen praten Kamerleden nu wel over racisme

In een Kamer die toch al zelden uitblinkt in bedachtzaamheid en subtiliteit, leverde het felle, bij vlagen gênant confrontaties op. GroenLinks-leider Jesse Klaver noemde PVV’er Geert Wilders een „idioot”, en die noemde hem dan weer een „politieke hooligan”. Denk-leider Farid Azarkan noemde Wilders een „bandiet” en „crimineel” en SP’er Lilian Marijnissen een „beschonken komkommer”. VVD’er Zohair El Yassini werd door Wilders uitgemaakt voor „schaap”. Denk werd door de PvdA en de SP hard aangevallen op filmpjes die de partij maakte over Kamerleden met een migratieachtergrond. Dat is óók etnisch profileren, zei PvdA-leider Lodewijk Asscher.

Discussie kantelt

Wie na de Black Lives Matter-demonstraties van de afgelopen tijd had verwacht dat de Kamer veel stappen vooruit zou zetten om racisme te bestrijden, zou teleurgesteld kunnen zijn. Maar toch: lang werd institutioneel racisme buiten de Kameragenda gehouden. Als het al over racisme ging, waren dat vooral debatten over geweldsincidenten. Over Zwarte Piet spraken politici lange tijd hoogstens uit dat ze het een ongemakkelijke discussie vonden. Politici vonden het een debat dat niet door hen, maar in de samenleving moest worden gevoerd. Dat is aan het kantelen.

Uit de demonstraties blijkt dat burgers óók van de politiek actie verwachten. In de Kamer worden immers wetten gemaakt en normen gesteld.

Lees ook: Niet praten over racisme doet Den Haag niet meer

Geen Kamerlid had woensdag de illusie dat institutioneel racisme snel op te lossen is. Daar is het te veelvormig voor, en zijn er te veel bewuste en onbewuste oorzaken die niet in één debat aangepakt kunnen worden. Het debat ging daarom over heel veel dingen tegelijk: over discriminatie op de woningmarkt, de arbeidsmarkt, door de overheid - bijvoorbeeld in de kindertoeslagenaffaire. Maar ook over slavernij en kolonialisme, en de nawerking daarvan.

Coalitiepartijen D66 en ChristenUnie maakten woensdag bekend dat zij, net als GroenLinks, willen dat het kabinet excuses maakt voor de slavernij. Maar het ziet er niet naar uit dat dat in 2023 gaat gebeuren, want de andere coalitiepartijen gingen daar niet in mee. „Ik ben niet overtuigd van de noodzaak om na 150 jaar excuses te maken”, zei Pieter Heerma, fractieleider van het CDA.

Vrije dag

GroenLinks en D66 wilden voorafgaand aan het debat een rondetafelgesprek organiseren met vertegenwoordigers van Black Lives Matter (BLM), maar de rechtse partijen hielden dat tegen. Er was uiteindelijk toch een kleine bijeenkomst, maar dan in een brasserie. PvdA en Denk waren ook aanwezig.

BLM wil dat Keti Koti, de dag waarop de afschaffing van de slavernij wordt gevierd (1 juli), een officiële vrije dag wordt. Daar is in de Kamer geen meerderheid voor. Wel kon een voorstel van D66, GroenLinks en PvdA om het einde van de slavernij in 2023 grootscheeps te vieren, rekenen op steun van de meeste fracties.

Kamerleden kwamen ook met voorstellen als het verhogen van de strafmaat voor groepsbelediging (Heerma), meer middelen voor de arbeidsinspectie om te handhaven tegen discriminatie (Klaver) en mystery guests om discriminerende uitzendbureaus te betrappen (Marijnissen).

Premier Mark Rutte zei dat hij meer ziet in „normeren” om racisme te bestrijden dan in beleid: „Wat ik in de kern wil bereiken is dat mensen elkaar erop aanspreken.” De premier wil draagvlak houden voor veranderingen. Zwarte Piet verbieden lijkt hem daarom niet verstandig.

Wel wil het kabinet een ‘dialooggroep’ met daarin onder anderen ex-profvoetballer Edgar Davids. Zij moeten het debat over het slavernijverleden aanzwengelen. Volgend jaar komen ze met een adviesrapport.

Correctie 1/7: In eerdere versie stond de zin ‘Wilders noemde Denk-leider Farid Azarkan een „bandiet” en „crimineel” en SP’er Lilian Marijnissen een „beschonken komkommer”.’ Dit is aangepast om duidelijk te maken dat het Azarkan was die de bewuste uitspraken deed, niet Wilders.