Opinie

Hervonden levenslust

Frits Abrahams

Pleidooien voor levenslust zijn zeldzaam in de literatuur. Alleen al daarom mag Uit het leven van een hond van Sander Kollaard een hoogst origineel boek worden genoemd. Omdat het bovendien stilistisch erg goed is geschreven, is het niet vreemd dat de jury van de Libris Literatuur Prijs dit boek liet winnen, ook al ging dat ten koste van enkele grotere reputaties.

Kollaard was al in 2012 een opvallend goede debutant met zijn verhalenbundel Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde. Toch had ik lezing van zijn nieuwe boek uitgesteld, omdat ik de titel weinig uitnodigend vond. Ook achteraf is dat het enige dat ik op dit boek heb aan te merken. Want de hond is niet het hoofdpersonage uit het boek, dat is de 56-jarige IC-verpleegkundige Henk van Doorn, een alleenstaande man die zielsveel van zijn doodzieke hond houdt.

Bij meer lezers leeft kennelijk dat bezwaar, want in Trouw dat lezers om reacties vroeg, kreeg Kollaard ook een kritische vraag over deze titel. De hond paste heel goed bij de centrale vraag van het boek, reageerde hij: „Hoe behoud je de zin om te leven, in een wereld die vol verdriet is? Een hond is een toonbeeld van levenslust, hij heeft altijd zin: als je met ’m wilt wandelen, als hij eten krijgt, als je hem op zijn buik of rug wilt aaien.”

Hoe treffend de passages over de hond ook zijn, voor mij blijft dit een boek over één dag uit het leven van die uiterlijk onopvallende man, luisterend naar de al even onopvallende naam Henk van Doorn. Kollaard beschrijft hem met de nodige ironie, maar toch wordt hij niet het soort schlemiel dat je in het werk van andere ironische schrijvers – Heeresma, Weemoedt, Loesberg – tegenkomt.

Hij gaat ook niet moedeloos ten onder, hij komt er juist bovenop – dankzij de levenslust die de schrijver hem heeft meegegeven, heel bewust, zoals blijkt uit het interview door Thomas de Veen in NRC: „Maar met dit boek heb ik mijn eigen plezier en levenslust weer een beetje hervonden – ik vond het heel plezierig om weer iets lichts, vrolijks, positieverigs te maken.”

Het toeval wil dat Kollaard met zijn ‘positieve’ fictie in 2019 een half jaar vóór de ‘positieve’ non-fictie van Rutger Bregmans De meeste mensen deugen kwam. Dat beide boeken zoveel succes hebben, lijkt me minder toevallig: de tijd lijkt er rijp voor, we snakken naar een beetje licht aan het einde van de tunnel. Voor mij is het licht bij Kollaard overigens prettiger dan dat bij Bregman, omdat hij beter laat zien dat licht en schaduw niet zonder elkaar kunnen.

Kollaard verwijst in zijn twee laatste boeken naar hetzelfde gedicht van Fernando Pessoa over de lente. Dat begint zo: „Wanneer de lente komt,/ En als ik dan al dood ben,/ Zullen de bloemen net zo bloeien/ En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar. / De werkelijkheid heeft mij niet nodig./ Ik voel een enorme vreugde/ Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is. […] Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,/ Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

Het gedicht (op internet integraal te vinden in deze vertaling van August Willemsen) neemt een wending naar aanvaarding en volledige overgave aan het leven, laat Kollaard iemand zeggen in zijn voorlaatste boek Levensberichten. De levenslust heeft het gewonnen. Samen met de literatuur.