Groot alarm bij de bloedbank: alweer een zak vol zwarte deeltjes

Plasma Files Donoren van bloedplasma lopen wereldwijd al jaren risico zonder dat ze dat weten. Zeker tien incidenten met vervuild plasma vonden plaats in Nederland. Over een bezorgde bloedbank, een vergoelijkende machinefabrikant en een haperende afdichtingsring.
Illustratie Midas van Son

Mei 2011 komen ze binnen bij bloedbank Sanquin. Retour afzender. Twee Nederlandse ziekenhuizen sturen zakken met bloedplasma terug. Het plasma is bedoeld om aan patiënten toe te dienen, maar er drijven zwarte stukjes in.

Alweer zwarte stukjes.

Bij de bloedbank kampen ze al een paar maanden met afwijkende deeltjes in het plasma. Het wordt door vrijwilligers gedoneerd en is, behalve voor transfusie, een belangrijke grondstof voor de medicijnen die ze bij Sanquin maken. Belangrijke medicijnen. Zoals een levensreddend middel voor hemofiliepatiënten, van wie bloed slecht stolt, of een middel voor patiënten met ernstige brandwonden. Bloedplasma wordt ook veel gebruikt voor mensen met afweerstoornissen.

Sanquin, dat alle zakken individueel kan traceren, stelt de verdachte eenheden bloedplasma direct veilig en blokkeert ze digitaal voor uitgifte. Zo gaat direct een piepje af als een geblokkeerde zak het pand verlaat. Maar misschien is er toch al een vervuilde eenheid via een infuus een patiënt ingegaan. Het plasma is ruwweg een jaar geleden bij donoren afgenomen. De zakken zijn ingevroren en voor gebruik ontdooid.

Lees ook deze reportage vanuit Sanquin (2016): Dikke gele pasta wordt medicijn

Bij Sanquin schieten ze in de hoogste staat van paraatheid. Alle werkprocessen zijn erop gericht gedoneerd bloed en bloedplasma zuiver en betrouwbaar te houden, vrij van ziektes en gevaarlijke stoffen. De experts hebben al ruim tachtig jaar ervaring met het afnemen, bewaren, bewerken en toedienen van bloed. Bij vervuiling staan mensenlevens op het spel. Daarom is het zaak secuur en gedisciplineerd alle procedures strikt te volgen.

Maar de problemen lijken buiten de macht van Sanquin te liggen. Oorzaak van de zwarte deeltjes zijn telkens de apparaten waarmee bloedplasma wordt afgenomen, blijkt uit onderzoek van honderden documenten, mails, databases en Excelbestanden. Klokkenluiders deelden die Plasma Files met NRC en internationale media die verbonden zijn aan het platform The Signals Network, waaronder dagbladen Die Zeit, Miami Herald en El Mundo.

In 2018 staakten alle Franse bloedbanken het gebruik van de machines voor afname van bloedplasma nadat de toezichthouder in reactie op incidenten met kleine deeltjes het gebruik van de verwisselbare onderdelen had opgeschort. De fabrikant deed dat af als lokaal probleem. Maar uit interne data van de fabrikant over meer dan 36.000 incidenten blijken jaren achtereen wereldwijd meer dan zeshonderd keer incidenten met onverklaarbare deeltjes te hebben plaatsgehad.

Een roze koek als dank

In Nederland regelt Sanquin de landelijke bloedvoorziening. De organisatie is in de jaren 90 ontstaan uit de bloedtransfusiedienst van het Rode Kruis en alle Nederlandse bloedbanken. Op 36 locaties verspreid over het land kunnen vrijwilligers als donor bloed en bloedplasma afgeven. In Amsterdam-West, naast het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, staat een hoogwaardig laboratorium waar ‘bloedproducten’ worden verwerkt.

Bloedplasma is populair; de vraag ernaar groeit elk jaar met 6 procent. Plasma is een soort drijfvocht met eiwitten erin. De donor ervan gaat liggen, krijgt een infuus in de arm en vergroot zijn bloedbaan met een extra omloop via de machine. Het bloed gaat de machine in, een centrifugekom scheidt de vloeistof in circa 55 procent plasma en 45 procent rode bloedcellen en bloedplaatjes.

Bekijk hier de fotoreportage van een vrijwilliger die bloed geeft via Sanquin

Het plasma wordt opgevangen in een doorzichtige zak. Voor iedere donor worden een nieuwe kom, een nieuwe slang en aparte zak voor het bloedplasma gebruikt. Na drie kwartier heeft de donor dik een halve liter plasma gedoneerd. De rest van zijn bloed keert via hetzelfde infuus terug naar de donor. De vrijwilliger krijgt in Nederland een roze koek, als dank en ter verhoging van de suikerwaardes. Het is in Nederland wettelijk verboden donoren te betalen.

De afname verloopt niet altijd soepel. Centrifuges maken soms lawaai, lopen vast, slangen lekken en, het meest zorgwekkend: Sanquin signaleert een enkele keer zwarte deeltjes bij het gebruik van machines. Die worden aangetroffen in de zak plasma of zijn zichtbaar in het apparaat. Dat klopt niet. Vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam-West trekt de bloedbank hierover aan de bel bij de Amerikaanse fabrikant. De helft van de machines in Nederland is gemaakt door het Amerikaanse bedrijf Haemonetics. Dat is een beursgenoteerd concern met 3.200 werknemers en 1 miljard dollar omzet.

Op 17 mei 2011 erkennen de Amerikanen tegenover Sanquin dat er iets misgaat. Ja, vanaf begin dat jaar is het aantal klachten toegenomen – klachten over vastgelopen machines en over zwarte deeltjes. Alleen is dat helemaal geen probleem, beweren ze. Omdat die deeltjes oplossen in bleekmiddel is het „aannemelijk”, schrijft het bedrijf, dat het om opgedroogd bloed gaat. De risico’s zijn volgens de fabrikant verwaarloosbaar klein en het plasma kan overal voor gebruikt worden.

De brief stelt Sanquin niet gerust. Hans Vrielink, deskundig in plasmadonatie, gaat er niet mee akkoord. Een verpleegkundige zal een zak met zwarte deeltjes misschien niet voor transfusie durven toedienen. Ook al zouden de risico’s klein zijn, redeneert hij.

Vrielink belt op een avond in mei 2011 met de medisch directeur van Haemonetics. Hij begrijpt niet hoe bij een afdichtingsring in de centrifuge opgedroogd bloed kan worden aangetroffen. Daar kan volgens Vrielink alleen plasma komen – geen bloed. Die onverklaarbare zwarte deeltjes, concludeert hij, moeten wel opgedroogd plasma-eiwit zijn.

Hij komt met de Amerikanen overeen dat ze hun brief aanpassen. Ze zullen schrijven dat de deeltjes opgedroogd eiwit zijn en niet opgedroogd bloed. Over de risico’s voor patiënten of donoren maken beide partijen zich geen zorgen. „Belangrijk is te weten dat het zwarte brokje volledig oplosbaar is en dus geen plastic o.i.d. is”, mailt Vrielink aan collega’s.

Daarnaast wijst hij op het filter dat vlak voor de naald stofjes tegenhoudt uit het bloed dat terug naar de donor gaat. „Stukjes kleiner dan 170 micron [170 micrometer komt overeen met een zesde millimeter] kunnen naar de donor maar zullen opgelost worden in het lichaam zonder schade aan te richten. Dus onafhankelijk van de mening van Haemonetics ben ik van mening dat het risico voor een donor nul benadert.”

Maar dan moet het gedonder met bloedplasma in Eindhoven nog komen.

Machine 07J07-1

Aan het eind van de parkeerplaats, onder loofbomen op het ziekenhuisterrein van Eindhoven, ligt de plaatselijke bloedbank van Sanquin. Hier, pal naast Máxima Medisch Centrum, staat laagbouw uit de tachtiger jaren waar vrijwilligers bloedplasma doneren.

Donoren worden hier gekoppeld aan machine 07J07-1 – een crèmekleurig apparaat dat oogt als een groot uitgevallen wasmachine. Totdat op een dag het apparaat bij het centrifugeren rare geluiden maakt. Medewerkers ontdekken na een sessie met schurend lawaai onverklaarbare zwarte deeltjes in het plasma. „Centrifuge schaafde erg en stopte even met draaien”, noteren ze in Eindhoven. Het plasma wordt ter plekke afgekeurd.

Op 26 mei 2011 meldt een plaatselijke medewerker van de afdeling kwaliteit van Sanquin het voorval aan Haemonetics. Hij mailt ook dat twee ziekenhuizen diezelfde maand plasmazakken van dezelfde machine terugstuurden vanwege onverklaarbare zwarte deeltjes. En één zak blijkt „te zijn getransfundeerd”, schrijft hij. Sanquin erkent zo tegenover de Amerikanen dat in Nederland een zak bloedplasma met zwarte deeltjes aan een patiënt is toegediend.

Het bericht gaat naar Bart van Nieuwburg, kwaliteitsmanager bij Haemonetics. Die ziet direct de ernst van de situatie in en stuurt een noodoproep naar z’n organisatie. Met ‘urgentie: hoog’ mailt Van Nieuwburg vlak voor het weekeinde, op 27 mei 2011, meerdere collega’s onder de noemer „zwarte deeltjes getransfundeerd”.

Hij schrijft dat hij zojuist geïnformeerd is door iemand van een lagere afdeling van Sanquin over problemen met één en dezelfde machine waarbij een zak plasma met zwarte deeltjes naar een patiënt zou zijn gegaan. „Als dit nieuws het hoofdkantoor van Sanquin en eindverantwoordelijke Petra van Krimpen bereikt, moeten we met een officieel statement komen. We zullen deze tijd moeten gebruiken”, schrijft hij. Na de eerdere discussie met Sanquin ligt het voor de hand dat Nederlandse leidinggevenden opheldering eisen over de nieuwe incidenten.

De kwaliteitsmanager doet een dringend beroep op de collega’s bij Haemonetics: maandag moet hij met een verklaring komen voor Sanquin. „Ik moet weten wat ik kan zeggen om de schade te beperken nu er een patiënt bij betrokken is.”

Zo maakt hij zich zorgen over het groeiend aantal meldingen. Uit zijn mail: „Hebben wij een communicatieplan? Verder zullen we claims krijgen, hoe gaan we hier mee om?” De manager van Haemonetics besluit: „Dit is zo’n gevoelige zaak waarbij onze business op het spel staat. Ik heb echt advies nodig. Weten we voor 100 procent zeker welk materiaal het is dat in ons plasma drijft? Waar is de seal [afdichtingsring] van gemaakt?”

Een collega bij Haemonetics reageert: „Dit is ernstig.”

Ook bij de bloedbank in Nederland loopt de spanning op. Het verhaal over de onschuld van kleine deeltjes – die zouden oplossen in bleekmiddel – kan inmiddels op scepsis rekenen. Dirk de Korte, manager bij Sanquin, laat aan Haemonetics weten dat er heel veel verschillende materialen bestaan die in bleekmiddel oplossen, niet alleen gedroogd bloed of plasma-eiwitten. Anders gezegd: die deeltjes kunnen ook van ander materiaal zijn, kan dat niet tóch gevaarlijk zijn? Dat moet opgehelderd worden. Haemonetics moet vertellen van wat voor materiaal de „bowl seal” (afdichtingsring) is gemaakt. Wanneer kan Sanquin daar antwoord op verwachten?

Sanquin informeert de toezichthouder (de tegenwoordige Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, IGJ) op 1 juni 2011 voor het eerst over de problemen met de deeltjes en kiest ervoor het omstreden type centrifugekom niet langer te gebruiken. Maar patiënten en donoren blijven in het ongewisse: zij worden niet geïnformeerd.

Lejé Zeeman, hoofd inkoop van Sanquin, laat Haemonetics telefonisch weten dat het bedrijf verantwoordelijk is voor alle schade die ontstaat door de zwarte deeltjes, en stelt op 1 juni 2011 de leverancier aansprakelijk in een aangetekende brief. Met ook de boodschap: Haemonetics moet onderzoek doen naar de oorzaken van de zwarte deeltjes en Amsterdam zo snel mogelijk informeren over de bevindingen.

Sanquin voegt een lijst toe van tien incidenten met „schraapselklachten” tussen 11 april en 25 mei van dat jaar. In negen van de tien gevallen wordt gerept van onverklaarbare „zwarte stukjes”, „slijpsel” of andere kleine deeltjes. Daarnaast memoreert Sanquin dat er drie klachten zijn binnengekomen van ziekenhuizen over deeltjes in het afgenomen bloedplasma die met het blote oog werden gevonden. Sanquin merkt 5.500 zakken bloedplasma aan als verdacht en blokkeert ze voor gebruik – een schadepost van ruim een ton.

Dit is ernstig

medewerker machinefabrikant Haemonetics

Haemonetics antwoordt binnen een paar dagen. In een concept dat binnen het bedrijf circuleert, biedt het excuses aan en adviseert het de centrifugekom per direct niet langer te gebruiken om plasma voor patiënten mee in te zamelen. „Ik kan bevestigen dat dezelfde kwesties zijn gemeld (…) in Frankrijk en Duitsland”, schrijft de chef kwaliteit Europa.

Onderzoek is nog gaande, vervolgt hij, maar sommige deeltjes blijken wel degelijk uit niet-biologisch materiaal te bestaan, „waarschijnlijk afkomstig van de (roterende) afdichtingsring”. De Amerikanen benadrukken dat alle machine-onderdelen van Haemonetics „biocompatibel” zijn. Dat wil zeggen: niet schadelijk voor de mens. En de stukjes zijn bovendien groter dan het filter van 170 micron (een zesde millimeter): die bereiken het lichaam niet.

Op 6 juni 2011 informeert Sanquin alle ziekenhuizen per brief en drukt ze op het hart de plasmazakken extra te controleren op zwarte deeltjes en het filter te gebruiken zoals voorgeschreven.

Wat die waarschuwing waard is, blijft de vraag. Drie maanden later blijkt dat machinedeeltjes toch kleiner zijn dan het filter. Begin september maakt de Amerikaanse fabrikant bekend dat wel degelijk niet-biologische deeltjes materiaal naar patiënt of donor kunnen gaan. Deeltjes die niet door het filter worden tegengehouden. Alleen formuleren de Amerikanen dat omfloerster.

In uitzonderlijke gevallen, schrijft Haemonetics aan zijn klanten in de VS, produceert het apparaat deeltjes, leren ervaringen in Europa. Met ook koolstofdeeltjes, afkomstig van de ringen van de centrifugekom. „Het merendeel van die deeltjes is kleiner dan 20 micron”. Echter: het risico voor donoren is „verwaarloosbaar”, schrijft Haemonetics, want het filter houdt de grote deeltjes tegen en de kleinere „zullen door het lichaam worden verwerkt”. Zo schatten zowel Haemonetics als Sanquin de risico’s voor mensen nog steeds laag in, en worden patiënten en donoren nog altijd niet over deze lichaamsvreemde deeltjes geïnformeerd.

Nieuwe problemen

De fabrikant past zijn apparaten aan om nieuwe problemen te voorkomen. Daarmee blijkt het euvel niet opgelost, merken ze in november 2012 in Tilburg. Daar maakt een „bijgestelde machine” plots veel lawaai, lekt vloeistof en treffen medewerkers van Sanquin toch weer een onverklaarbaar zwart deeltje aan, zo blijkt uit correspondentie. „We zullen verder onderzoek doen naar dit deeltje”, mailt Petra van Krimpen van Sanquin naar Haemonetics.

Dat stellen de Amerikanen niet op prijs, de fabrikant wil zelf de regie houden. „Wat betekent het als Sanquin het deeltje zelf gaat onderzoeken?”, schrijft een Haemonetics-medewerker bezorgd aan zijn collega’s. „We zouden ervan verzekerd moeten zijn dat de set en machine „onderschept” worden zodat we die kunnen onderzoeken, ook al weet ik niet precies hoe in deze fase…”

Vanuit Tilburg stuurt Sanquin plasmamonsters naar Braintree, een dorp onder de rook van Boston, Massachusetts. Daar, aan de Amerikaanse oostkust, staat de onderzoeksafdeling van Haemonetics. En ja, ook onderzoeker Yair Egozy, een van de wetenschappers achter de plasmamachinetechniek, treft de zwarte deeltjes in het plasma aan. De meeste zijn van organisch materiaal, concludeert Egozy – „waarschijnlijk gestolde bloedplaatjes en plasmacomponenten”. Waarschijnlijk, omdat ze in bleekmiddel oplossen – de logica die Haemonetics steevast hanteert.

Maar ook komt hij heel andere deeltjes tegen. Stukken metaal, van wel één millimeter omvang: zink, nikkel en koper. Vooral nikkel is mogelijk toxisch en zelfs kankerverwekkend – maar dat benoemt de onderzoeker van het Amerikaanse bedrijf niet in zijn vertrouwelijke rapport. Ook meldt hij niets over de eventuele giftigheid van andere (zware) metalen die in het apparaat verwerkt blijken. In onderdelen is chroom, silicium en aluminium verwerkt, beschrijft Egozy, en zink zit in de afdichtingsring. Daarmee kan de onderzoeker zinkresten verklaren.

Intussen blijft de bron van nikkel en koper een raadsel. Egozy sluit uit dat dit materiaal uit het apparaat komt. „De meest logische verklaring is dat die deeltjes op een of andere manier bij de monsterafname zijn ontstaan.” Dus Sanquin hoeft zich geen zorgen te maken. „Wij zien geen risico voor de gezondheid van een patiënt of donor van deze deeltjes, waarvan de oorsprong nog niet is bepaald”, schrijft Haemonetics. Want de metalen deeltjes zijn zo groot dat die door het filter van het infuus zullen worden tegengehouden. In een andere brief biedt Haemonetics „verontschuldigingen” aan „voor het veroorzaakte ongemak”.

Maar het ongemak duurt voort. Een jaar later treft Sanquin in Nijmegen opnieuw zwarte deeltjes aan en dient het een klacht in bij de fabrikant.

Medewerkers van Haemonetics lopen in zulke gevallen een standaard vragenlijstje af. In hoeverre moet het voorval gemeld worden bij de toezichthouder of andere autoriteiten? Leidend is de regelgeving voor fabrikanten van medische hulpmiddelen. En die hoeven alleen gebeurtenissen te melden die tot zwaar letsel of de dood (hadden kunnen) leiden.

De Amerikanen zijn snel klaar met de deeltjes van Nijmegen. Tijdens de productie van het bloedplasma waren er geen onregelmatigheden. De deeltjes werden ontdekt in het latere verwerkingsproces zonder risico voor patiënt of donor, schat Haemonetics in. Want de Amerikanen blijven de kleine deeltjes als ongevaarlijk beschouwen. „Er zijn geen problemen te rapporteren. […] Een melding is niet nodig.”

Die logica volgt Haemonetics vaker. Zoals in juli 2014. In een ziekenhuis treffen ze opnieuw zwarte deeltjes aan in het ontdooide plasma. De zak gaat terug naar Sanquin in Goes, de deeltjes zijn duidelijk zichtbaar. Het apparaat lekt door onbekende oorzaak, noteert Haemonetics. Maar er zou geen gevaar zijn voor donoren of patiënten. Conclusie: het incident hoeft volgens de fabrikant niet gerapporteerd te worden.

Ondertussen in Frankrijk

Ook de Fransen kampen in de lente van 2011 veelvuldig met onverklaarbare deeltjes. In de regio Rhône-Alpes registreren de bloedbanken bijna 150 keer dat de centrifugekom vreemde geluiden maakt, soms trilt. 38 keer zien ze met het blote oog zwarte deeltjes in of rond het plasma.

Op een woensdagmiddag in mei 2011 is het geduld bij een lokale bloedbank op. De directeur ervan schrijft een woedende mail. Met Haemonetics is ze „helemaal niet tevreden”. Als het bedrijf niet snel maatregelen neemt, dreigt ze, worden hun machines binnenkort niet meer in Rhône-Alpes gebruikt.

Binnen een uur hangt Alexandre Berthelot, de directeur van de Franse divisie van Haemonetics, aan de telefoon. Hij wil zo snel mogelijk een afspraak. Later die middag waarschuwt hij collega’s dat moet worden „voorkomen dat een beslissing om met de machines te stoppen wordt overgenomen door andere regio’s”. Een Duitse toezichthouder, blijkt uit onderzoek door Die Zeit, deed in 2011 de machines tijdelijk in de ban – op het moment dat ook in Nederland deeltjesproblemen speelden.

In 2013 krijgt Etablissement français du sang (EFS), het Franse equivalent van Sanquin, in de gaten dat Haemonetics tweedehands reserveonderdelen van de machines als nieuw aan de Franse bloedbank verkoopt. De kwestie wordt ‘opgelost’ met een schikking van 46.000 euro. De Nederlandse bloedbank Sanquin krijgt er niks over te horen.

In 2015 wordt de directeur van de Franse Haemonetics-divisie ontslagen. Hij is, zal hij later verklaren, in diskrediet geraakt toen hij de problemen met plasmadonaties binnen zijn eigen bedrijf aan de kaak stelde. Samen met een technicus van Haemonetics, die met ziekteverlof thuis zit, besluit hij de zwartedeeltjesaffaire wereldkundig te maken. De klokkenluiders schrijven brieven naar toezichthouders en het Franse ministerie van Volksgezondheid.

Samen met nóg een klokkenluider van de Franse bloedbank EFS en acht voormalige plasmadonoren die zich benadeeld voelen, dienen zij een strafklacht in bij justitie. Het Franse openbaar ministerie buigt zich nu over de zaak. Belangrijkste verwijt: tot op de dag van vandaag zijn de mogelijk schadelijke gevolgen van deeltjes voor donoren op korte en op langere termijn nog altijd niet onderzocht.

De Franse toezichthouder stelt na lang aandringen een onderzoekscommissie in die in oktober 2017 verslag uitbrengt. Voor de groep wetenschappers met toxicologen en plasmadeskundigen is het duidelijk: kleine deeltjes glippen wel degelijk door het filter van 170 micrometer. En er komt schaafsel van de draaiende afdichting van de centrifugekommen in het plasma terecht. In die afdichting zit niet alleen koolstof, maar in onderdelen is – tegen alle geruststellende boodschappen in – ook aluminium, chroom en zink verwerkt en mogelijk nog andere stoffen „met een hoge toxiciteit”.

De wetenschappers waarschuwen dat bij normaal gebruik van de machine – dus niet bij trillen of vreemde geluiden – iedere keer 2 milligram van de draaiende afdichting van de centrifugekom verdwijnt. Als er niet „heel snel” meer onderzoek wordt gedaan, en meer duidelijkheid komt over oorsprong en samenstelling van de deeltjes, over de risico’s die patiënten en donoren lopen, dan dienen medische hulpmiddelen met dit soort draaiende onderdelen in de ban te worden gedaan, luidt het advies.

De toezichthouder legt die aanbeveling aanvankelijk naast zich neer. Maar na nieuwe deeltjesincidenten neemt de Franse inspectie in september 2018 een verstrekkend besluit. Het gebruik van de omstreden centrifugekom wordt per direct „geschorst”. In het hele land komen de bloedplasmamachines van Haemonetics stil te staan. Ook seinen de Fransen de Nederlandse IGJ in.

Hoe schat die inspectie op haar hoofdkantoor in Utrecht de risico’s in? Kunnen de inspecteurs leven met de onduidelijkheid over oorsprong en samenstelling van de deeltjes? In 2011 deed de toezichthouder nooit zelfstandig onderzoek, maar accepteerde de uitleg dat donoren geen gevaar zouden lopen. Hoe is de inschatting van de risico’s voor patiënten en donoren nu bekend is dat het gaat om deeltjes van onduidelijk en mogelijk toxisch materiaal?

De IGJ wendt zich najaar 2018 tot Haemonetics voor tekst en uitleg. Voor verder onderzoek ziet de inspectie geen aanleiding. De Amerikanen laten weten dat de specifieke centrifugekom niet in Nederland gebruikt wordt. Waarna de inspectie redeneert: deze schorsing is dus „niet relevant” voor ons. Bovendien heeft ze sinds 2011 geen meldingen meer gekregen over zwarte deeltjes in Nederlands plasma.

Bij Sanquin gaan wel alarmbellen af. De bloedbank vreest dat ze de risicovolle onderdelen op dat moment wel degelijk in Nederland gebruikt. Uit voorzorg wordt vijf maanden lang het omstreden type centrifugekom niet gebruikt. Maar omdat verder onderzoek door Sanquin zelf uitwijst dat patiënten en donoren geen gevaar lopen, besluit het op 25 februari 2019 de machines weer te gebruiken.

Zo gaat dat ook elders in de wereld. Nergens worden de bloedplasmamachines van Haemonetics vanwege gevaren in de ban gedaan, zoals in Frankrijk. Terwijl zich meer dan zeshonderd incidenten met deeltjes voordeden. Inmiddels, verzekert Sanquin, worden deze centrifugekommen in Nederland alleen gebruikt voor bloedplasma dat rechtstreeks naar donoren gaat. Dat gaat om slechts veertig donoren per week – zonder problemen zegt Sanquin. Maar is iedere donor die onbekende risico’s loopt er niet één te veel?

Intussen komen wereldwijd de problemen met de onverklaarbare deeltjes nog altijd voor. Op 22 maart 2019 vindt de bediener van het apparaat in Cottbus, in het oosten van Duitsland, deeltjes in de centrifuge en in het filter van de slang die naar de bloedbaan van de donor voert, blijkt uit interne stukken van Haemonetics. „Tot dusverre geen gevolgen voor de donor”, registreert een medewerker.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Alarm bij de bloedbank

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Sanquin ‘Deeltjes worden afgebroken door lichaam’

Illustratie Midas van Son

Sanquin zegt in 2011 tijdelijk apparaten te hebben stilgelegd en wijst erop ziekenhuizen te hebben gewaarschuwd extra op te letten. Deeltjes die toch door het filter glippen zijn volgens de bloedorganisatie fysiek zodanig klein en qua samenstelling ‘biocompatibel’, dat deze door het lichaam zelf worden afgebroken en/of afgevoerd. Zij baseert zich daarbij vooral op onderzoek van de fabrikant. Volgens Sanquin kwamen ongewenste deeltjes in gedoneerd plasma terecht, niet in het deel dat de donor retour krijgt.

Sanquin erkent dat mogelijk een zak met deeltjes aan een patiënt is toegediend. Maar er zijn volgens haar geen meldingen van ziekenhuizen over een transfusie met complicaties bekend. Intussen weet Sanquin niet waarvan de centrifugekommen en de roterende ring van Haemonetics precies gemaakt zijn. De informatie over materialen van hulpmiddelen is „doorgaans geheim en gepatenteerd”. De eis die Sanquin stelt, is dat de onderdelen voldoen aan de wettelijke eisen die aan medische apparaten worden gesteld. Een daarvan is dat gebruikte materialen geen schade aan de gezondheid van de patiënt kunnen toebrengen.

Haemonetics ‘Machines zijn veilig’

Illustratie Midas van Son

Haemonetics noemt in antwoord op vragen elke suggestie dat machines van het bedrijf onveilig zijn „incorrect en ongefundeerd”. Volgens het bedrijf geven de e-mails, in handen van de media, geen accuraat en compleet beeld van de aandacht die het bedrijf heeft voor het onderzoeken van het risicoprofiel van deeltjes. De centrifugekommen zijn volgens Haemonetics ‘biocompatibel’ en geven geen schadelijke effecten.

Over de incidenten in 2011 schrijft het bedrijf dat er destijds grondig onderzoek is gedaan naar de teruggeroepen centrifugekom. In relatie tot de schorsing in Frankrijk wijst het bedrijf erop dat het plasma dat is verzameld met dat type centrifugekommen vanaf januari 2019 door de toezichthouder weer veilig werd geacht voor transfusie. De machinefabrikant schrijft dat over een periode van 15 jaar het totaal aantal klachten over ongewenste deeltjes ongeveer 0,0006 procent van de plasmadonaties betrof. Omdat er volgens het bedrijf in die periode meer dan 360 miljoen plasmadonaties zijn uitgevoerd, gaat het dus om meer dan tweeduizend incidenten waarbij ongewenste deeltjes met het blote oog werden waargenomen en gemeld.

Inspectie ‘Meldingen bleven uit’

Illustratie Midas van Son

De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) baseert haar kennis over deeltjesincidenten voornamelijk op die van fabrikant en bloedbank. De inspectie heeft zelf nooit onderzoek gedaan naar de problemen en zag daar geen reden toe. De risico’s voor donor worden laag ingeschat. „We gingen er vanuit dat het materiaal zou worden afgevoerd door het lichaam” zoals de fabrikant zei. De inspectie heeft van Haemonetics gehoord dat de deeltjes ‘biocompatibel’ zijn en niet cytotoxisch. Voor de IGJ was dit antwoord afdoende.

De IGJ werd vaak niet geïnformeerd. Zo wist de toezichthouder niet dat er mogelijk een zak plasma met zwarte deeltjes aan een patiënt is verstrekt. Deeltjesincidenten in 2012, 2013 en 2014 zijn niet gemeld. Volgens de IGJ is melding daarvan ook niet verplicht omdat Sanquin en Haemonetics geen risico’s zagen. Of deeltjes kleiner dan 170 micron gevaarlijk kunnen zijn, zegt de inspectie „geen specifieke kennis” te hebben. In 2017 informeerde de Franse toezichthouder de IGJ over de schorsing van machines. De inspectie zag toen geen aanleiding nader onderzoek te doen omdat er geen meldingen waren gekomen over zwarte deeltjes in plasma in Nederland.

 

In deze video legt Die Zeit uit hoe plasma van bloedcellen wordt gescheiden en wat er mis kan gaan:

 

Lichaamsvreemd materiaal Wetenschappers sluiten niet uit dat deeltjes toch gevaarlijk zijn

Zowel de Amerikaanse fabrikant van ‘plasmaferesesystemen’ Haemonetics als bloedconcern Sanquin stelt dat risico’s voor patiënt en donor verwaarloosbaar klein zijn. De aangetroffen metaaldeeltjes worden door het filter tegengehouden, reageren ze. Kleinere deeltjes die wel door het filter glippen, zoals aangetroffen koolstofstukjes afkomstig van de centrifuge-ring, zullen door het lichaam automatisch worden afgebroken, verwachten Haemonetics en Sanquin. De inspectie nam dat over. Maar toxicologen en plasmadeskundigen betwisten die conclusie.

„Dat het lichaam dit zelf oplost is wel een erg optimistische stelling”, reageert Jacob de Boer, hoogleraar milieuchemie en toxicologie aan de Vrije Universiteit. Bij onderzoek naar hele kleine plastic deeltjes is het inzicht juist andersom, weet De Boer. „Wij gaan ervan uit: hoe kleiner het deeltje, hoe gevaarlijker, want hoe fijner het lichaamsvreemde deeltje, hoe makkelijker het door een celwand heen kan breken en ontstekingen kan veroorzaken.” Van microplastics is inmiddels bekend dat die vrijwel niet door het menselijk lichaam worden afgebroken.

Dat beaamt Barbro Melgert, hoogleraar farmaceutische immunologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze noemt de claim dat het lichaam deeltjes kleiner dan 170 micron afbreekt „pertinent niet waar. Het ligt eraan om welk materiaal het gaat.” Daarnaast wijst zij erop dat deeltjes van 150 micron nog „best groot” zijn om afgebroken te worden door het lichaam.

Die stofjes horen niet in het lichaam te zitten, zegt Ingeborg Kooter, deeltjesexpert van onderzoeksinstituut TNO, schadelijk of niet. Over de schadelijkheid kan Kooter moeilijk wat zeggen. „De risico’s worden bepaald door een combinatie van ‘hoeveel, wat en het effect van wat’. De dosis bepaalt of iets toxisch is. Als je zes liter water drinkt, ga je dood. Je moet weten om welke stof het gaat, de hoeveelheid van de stof kennen en dan moet je weten welk effect de hoeveelheid van die stof heeft.” Barbro Melgert: „Dit doet heel erg denken aan ons onderzoek naar microplastics. Dat is ook zo’n blinde vlek. Wat je niet meet, wat je niet weet. Dan kun je ook niet zeggen dat iets wel of niet gevaarlijk is.”

Duitse onderzoekers vallen hun Nederlandse collega’s bij. „Het is een slechte zaak dat we niet weten of dit schadelijk is”, zegt de Duitse deeltjesexpert Dirk Walter, hoogleraar aan de Universiteit van Giessen. „Zoiets mag sowieso niet gebeuren”, beaamt Rainer Blasczyk, hoofd van het Institut für Transfusionsmedizin und Transplantat Engineering aan de Medizinische Hochschule in Hannover. „Het kan niet worden toegestaan dat kleine deeltjes van de machine of de kit de bloedbaan binnendringen.” Zelfs als men niet weet of de deeltjes schadelijk zijn. „Lichaamsvreemd materiaal, van welke soort ook, moet niet het lichaam binnenkomen als gevolg van plasmadonatie.”

Reacties? onderzoek@nrc.nl