WijkJury Purmerend: Marianne ter Wiel (links), Carmen Latour, Zahra Mirzai, Aldert Camstra, Laura de Laat, Irma Boedhoe, Jorrit Steenbeek, Angela Jungen, Els de Haan, en Namira Salah.

Foto’s Leendert Vooijce

Interview

De WijkJury brengt nieuw publiek in het theater

Theater De WijkJury is een goede manier om publiek met verschillende achtergronden in het theater te krijgen. Ook Purmerend kent een WijkJury. „Ik dacht: waar heb ik me voor opgegeven?”

‘Ik voel me inmiddels ook wel ambassadeur van het theater”, zegt Irma Boedhoe. „Ik kom thuis met verhalen en praat met mijn moeder, mijn zusje, met iedereen en dan hebben zij op een gegeven moment zoiets van: hé, wij moeten ook een keer gaan.”

Boedhoe (49) is pas een jaar theaterganger – sinds ze lid werd van de WijkJury van Theater De Verbeelding in Purmerend. De WijkJury is een concept dat tien jaar geleden werd bedacht door Adelheid Roosen, in eerste instantie om theater voor vrouwen met verschillende achtergronden, afkomstig uit verschillende wijken in Amsterdam als het ware open te breken. Inmiddels hebben zes steden in Nederland een eigen WijkJury (ook Groningen, Utrecht, Den Haag en Veenendaal) en is die niet meer exclusief voor vrouwen, maar wel samengesteld uit mensen die voorheen niet naar het theater gingen.

Nieuw publiek heet dat in beleidstermen en veel theaters en gezelschappen zeggen daar druk mee bezig te zijn. Op de site van Roosen noemt Marc van Warmerdam, algemeen directeur van Orkater, het ‘verborgen publiek’: „Ieder jaar weer bewijst het enthousiasme van de WijkJury (lees: van de ongeoefende kijker) dat er potentieel een aanzienlijk publiek is voor het theater in Nederland. Dat is verheugend, maar tegelijkertijd confronterend. Theaters en gezelschappen slagen er maar niet in dit verborgen publiek te bereiken. En daarom programmeur en producent: ga jaarlijks te rade bij de WijkJury.”

Irma Boedhoe, jurylid Purmerend Foto Leendert Vooijce

Het verbrande huis

In de foyer van De Verbeelding, vergezeld door Els de Haan (70), ook jurylid, en Cor Stam (78), begeleider van de jury namens het theater, vertelt Boedhoe hoe ze twee jaar geleden bij De WijkJury terechtkwam: „Ik ben lid van een Surinaamse vrouwenclub en kon kaartjes krijgen voor Het verbrande huis van Bodil de la Parra. De voorstelling ging over Suriname, dus daar had ik wel interesse in.” Stam: „We hebben goed contact met de leidster van die vrouwengroep. Als zij vrijkaartjes krijgt, dan zorgt zij voor meer mensen.” De twee vrouwen gieren het uit als ze het horen: zo werkt dat dus. Boedhoe vervolgt haar verhaal: „Ik was niet bekend met theater, dus daarom had ik nooit de stap gezet om naar een voorstelling te gaan.” Toch woont ze al veertig jaar in Purmerend, zegt ze. „Maar ik ging ook niet veel uit, naar de bioscoop ofzo. Wij Surinamers doen meer thuis met familie en houden feestjes.”

Na afloop van die voorstelling vroeg Boedhoe of ze vrijwilligerswerk kon doen in het theater. Waarop ze werd gevraagd voor De WijkJury. „Waarom ook niet, het is gratis.” Ze lacht. „Nou ja, je moet wel je verplichtingen nakomen.” Speelde geld een rol? „Destijds wel, want ik had even geen baan, zat in de ziektewet.” Een kaartje kost circa 15 euro en bij Theater De Purmaryn, het andere, iets grotere theater in Purmerend waar de WijkJury ook voorstellingen bezoekt, zijn kaartjes nog iets duurder. Boedhoe: „Maar nu ik zoveel voorstellingen heb gezien, vind ik dat wel redelijk voor een dagje uit.”

Els de Haan, jurylid Purmerend Foto Leendert Vooijce

Mime

De gepensioneerde Els de Haan kwam via haar vrijwilligerswerk bij de WijkJury. Cor Stam: „Een coördinator van Club Welzijn, de welzijnsorganisatie in Purmerend, heeft de vraag op mijn verzoek uitgezet bij de Sociale Wijkteams.” De Haan ging „bijna niet” naar theater. In De Purmaryn was ze alleen „heel lang geleden” een keer geweest.

Naar theater gaan heeft ze inmiddels omarmd. Al was de kennismaking niet meteen een succes. „Die eerste keer was vre-se-lijk!.” De vrouwen lachen bij de herinnering. De Haan: „Het was een mimevoorstelling. Van Theatergroep Bambie. Twee mannen liepen tien keer heen en weer, en bij de elfde keer tilden ze een hoedje op. Op een gegeven ogenblik was een van de twee een eilandje geworden en de ander ging zwemmen over het toneel.” Boedhoe: „Als de rest ook zo zou zijn, dan hoefde het van mij niet meer.” De Haan: „Ik dacht: waar heb ik me voor opgegeven?”

Stam: „Bambie maakt ook mooie en hilarische voorstellingen. Maar deze kwam niet over. Ik kan me voorstellen dat je het niet snel waardeert als je nooit naar theater gaat. Maar onlangs zijn we weer naar Bambie geweest en dat beviel al beter.” Boedhoe: „Van de eerste werd ik depri. De tweede voorstelling was anders, met circus. Ik dacht: ik ga gewoon, want dan kan ik het vergelijken met andere voorstellingen. Ik kan het verschil nu zien.” De Haan: „De tweede voorstelling die we met de WijkJury zagen, was van Nasrdin Dchar. Hem kende ik niet, dus ik dacht: o jee, zal dit nou wat zijn? Maar dat vond ik geweldig. Dat is mijn favoriet geworden.”

Twaalf voorstellingen ziet De WijkJury in principe (zeven in dit gekortwiekte seizoen). Stam: „Ze gaan nog meer dan de gemiddelde theaterbezoeker.” Het programma is gevarieerd: muziektheater, toneel, dans en jeugdtheater. En intensief: om de zoveel tijd is er gedurende het seizoen een aparte nabespreekavond. Bij een bezoek aan een voorstelling vertelt de huisdramaturg voorafgaand wat de juryleden kunnen verwachten en na de voorstelling is er een nagesprek. Stam: „In bijna alle gevallen met spelers van de groep.” Boedhoe: „Het is te leuk om te horen wat er achter de schermen gebeurt. Hoe komen ze aan subsidie, aan medewerkers, aan licht en geluid.”

Lees ook over het theaterproject Doula’s van de Stad: Het zijn de moeders die de wereld redden

Jongeren

Hebben de juryleden nu ook tips of ideeën om het theater aantrekkelijker te maken? Van Boedhoe mag de foyer gezelliger ingericht worden. „De eerste keer dat ik hier kwam, dacht ik: ik ga kijken en ik ga weer weg.” En meer reclame zou goed zijn, op scholen bijvoorbeeld, zegt ze, want haar kinderen kennen De Verbeelding niet.

Stam: „Het is moeilijk om jongeren binnen te krijgen. Je moest eens weten hoeveel moeite we hebben gedaan om scholen te interesseren. Dat lukt voor geen meter.” De Verbeelding is een vrijwilligersorganisatie, legt hij uit, met een professionele programmering, en inwonend bij poppodium P3. Alleen in het weekend zijn er voorstellingen. Stam: „Dus als je al een docent enthousiast krijgt, dan wil die meestal weer niet in het weekend met zijn leerlingen op stap.”

De missie om met de WijkJury ander publiek te bereiken, is wel gelukt, zegt Stam. „Deze juryleden hebben liefde voor theater opgevat en enthousiasmeren ook mensen uit hun omgeving. Dat is mooi om mee te maken.”