De SER is kritisch over biomassa als energiebron

Duurzame energie De kabinetsadviseur bepleit een snelle afbouw van subsidies voor bijvoorbeeld houtstook in kolencentrales.

Houtresten op de Sallandse Heuvelrug. Op de lange termijn ziet de SER wel een rol voor biobrandstoffen in zwaar wegtransport en lucht- en scheepvaart.
Houtresten op de Sallandse Heuvelrug. Op de lange termijn ziet de SER wel een rol voor biobrandstoffen in zwaar wegtransport en lucht- en scheepvaart. Foto Vincent Jannink

Het kabinet moet de subsidiëring van biomassa bij energieopwekking „zo snel mogelijk afbouwen”. Dit stelt de Sociaal-Economische Raad in een conceptadvies dat uitlekte via NOS.

Volgens de SER, door het kabinet om advies gevraagd over de inzet van biomassa, zijn er inmiddels voldoende alternatieven voor duurzame energieproductie. Ook is de kabinetsadviseur kritisch over het gebruik van (houtgestookte) biowarmtecentrales die woonwijken van warmte voorzien. De SER ziet die toepassing als tijdelijk en pleit voor aanscherping van de emissie-eisen door de overheid.

Zowel in de politiek als bij omwonenden groeit de kritiek op deze vorm van biomassagebruik. Vorige week nog trapte energieconcern Vattenfall op de rem bij de voorbereiding van de bouw van een biomassacentrale in Diemen waarin houtpellets worden verbrand. Het bedrijf wil eerst duidelijkheid van de politiek of zulke energieopwekking wenselijk is. Inmiddels tekent zich in de Tweede Kamer een meerderheid af om geen biomassa meer voor energieopwekking te gebruiken.

Het gebruik van biomassa (hout, plantenresten, gewassen, organisch afval) is al langere tijd een splijtzwam in discussies over de energietransitie. Volgens critici zorgt het gebruik van biomassa niet alleen voor veel uitstoot, maar wordt in sommige gevallen ook een aanslag gepleegd op natuurlijke hulpbronnen.

Als voorbereiding op het SER-advies organiseerde het Planbureau voor de Leefomgeving een ‘factfindingmissie’, die het in mei afsloot. Conclusie van die rondgang langs 150 organisaties was dat het onmogelijk is concensus te bereiken over het gebruik van biomassa. Tegelijkertijd bleek uit de rondgang van het PBL dat bijna iedereen het wel eens is met de conclusie dat klimaatbeleid zonder biomassa amper mogelijk of betaalbaar is.

Lees ook dit opiniestuk: Bomen stoken in centrales? Waanzin!

Groeiende tweespalt

Ook het SER-rapport, in bezit van NRC, wijst op de groeiende tweespalt over gebruik van met name biomassa van hout (bomen). Die polarisatie is niet alleen het gevolg van meningsverschillen over de milieuwinst door biomassa. Ook is er volgens de auteurs onder voorzitterschap van kroonlid Ed Nijpels onvoldoende vertrouwen in de certificering die duurzame herkomst moet waarborgen.

In het conceptadvies, dat nu aan de achterban van werkgevers, werknemers en milieuorganisaties wordt voorgelegd, bepleit de SER hoogwaardiger gebruik van biomassa, bijvoorbeeld als grondstof voor materialen. „Biogrondstoffen zijn te waardevol om een op een als vervanging te dienen van huidige fossiele toepassingen.” Inmiddels bestaan voor stroomopwekking volgens de SER „voldoende rendabele alternatieven die beter passen in een duurzaam eindbeeld van de energievoorziening”.

In dat duurzame eindbeeld ontbreken in elk geval ook de open haard en de pelletkachel, volgens het rapport installaties „met een te lage milieu-prestatie”. De SER vraagt het kabinet te kijken hoe het gedrag van particuliere bezitters beïnvloed kan worden. Zo moet stoken dan voorkomen worden „als de weersomstandigheden ongunstig zijn, bijvoorbeeld bij smogvorming”.

Van een algemene afwijzing van het gebruik van biomassa rond de energietransitie is overigens geen sprake. Zo ziet de SER op de langere termijn een rol voor biobrandstoffen in zwaar wegtransport, en lucht- en scheepvaart. Hetzelfde geldt voor toepassing ervan bij opwekken van hoge temperatuur voor de industrie. In die gevallen zijn er nog weinig alternatieven voor fossiele brandstoffen.

‘Betrouwbare overheid’

Het SER-advies, dat naar verwachting volgende week formeel naar buiten komt, pleit ervoor de betrokken bedrijven te compenseren als toegezegde subsidies niet worden uitgekeerd, „gezien het belang van een betrouwbare overheid”. Sommige kolencentrales zijn inmiddels aangepast om ook houtpellets te verbranden. Subsidies voor die ‘bijstook’ lopen pas in 2027 af.

Aan die zogeheten SDE+-gelden zijn duurzaamheidseisen gesteld, maar „desondanks blijven er zorgen over de duurzaamheid van de houtproducten”, aldus de SER. Nieuwe subsidies worden niet meer verstrekt, en vorig jaar is een wet aangenomen die kolenstook vanaf 2030 verbiedt. In theorie zouden kolencentrales na die datum kunnen blijven draaien door alleen biomassa te stoken.

Staken van het gebruik van biomassa voor energieopwekking zou er op de korte termijn wel toe leiden dat Nederland nog slechter presteert op het gebied van hernieuwbare energie.

De helft van de duurzame energie in Nederland komt uit biomassa

Onlangs meldde statistisch bureau CBS dat vorig jaar slechts 8,6 procent van de energie duurzaam is opgewekt. Meer dan de helft van die duurzame energie komt uit biomassa, door onder meer het meestoken van houtsnippers in kolencentrales en gebruik van biodiesel. Voor dit jaar heeft Nederland zich in Brussel verplicht op 14 procent duurzame energie uit te komen. Dat doel wordt nu waarschijnlijk alleen gehaald door afspraken met Denemarken te maken over papieren overdracht van duurzame energie.

Duurzame biomassa is schaars en de vraag wordt vaak gesteld welk aandeel Nederland daarin mag nemen. De SER spreekt zich daarover niet uit en laat dat oordeel aan de politiek. De raad merkt wel op dat rijke landen als Nederland hun welvaart grotendeels te danken hebben „aan het onevenredig grote beslag dat zij in het verleden op hulpbronnen en milieuruimte hebben gelegd”. Deze constatering zorgt er volgens de SER voor dat het verdelingsvraagstuk „een belangrijk onderdeel” moet zijn van de besluitvorming.