Opinie

Dat is geen steen, dat is purschuim!

Joyce Roodnat leest en ziet veel kleins dat meesterlijk is, van een novelle van Nella Larsen, een tien minuten durend toneelstuk met Betty Schuurman tot piepkleine kasteeltjes van Malou Cohen.

Joyce Roodnat

Ik lees de novelle Schutkleur van de Afro-Amerikaanse schrijfster Nella Larsen. Uit 1929. Over een vrouw in Harlem die haar milieu vergiftigt door voor wit door te gaan. Het hakt erin. Droef en bitter is de novelle, prachtig geschreven, Billie Holiday had ’m kunnen zingen. Iedereen moet dit lezen (in de bundel Drijfzand, Uitg. Nieuw Amsterdam, 2018). Maar hoe? Altijd klinkt het dat ‘niemand’ korte verhalen of novelles wil lezen. Wat klein is, kan de moeite niet waard zijn, ook al is het een meesterwerk.

In de schouwburg in Den Haag zie ik het stuk Buffering van Stijn Devillé. Betty Schuurman speelt een vrouw die skypet met haar dochter. Haar pc liep vast, dat weet ze en toch praat ze. In de tien minuten die het stuk duurt, zie ik Schuurman veranderen van een nonchalante vrouw in een brok doodsbenauwde wanhoop en weer terug. Tien minuten is kort, maar weinig is het niet. Integendeel het is precies goed. Álles gebeurt in die tien minuten: baren, zogen, moederschap, dood en doorbijten. Kort en dus niet ‘handig’ voor een theater, maar de programmeurs zouden in de rij moeten staan om het hun publiek aan te bieden. Verzin maar een list.

En nu bekijk ik kasteeltjes in Museum Jan Cunen in Oss. Piepklein, het zijn er drie, ze kruipen tegen de muur op. De Haagse kunstenaar Malou Cohen maakte ze. Twee staan er aan de rand van de afgrond, de ene op een brokje rots, de andere aan de rand van een gipstegel. De derde zit in een eironde vorm met een gat. Twee zijn niet meer dan ruïnes, en toch laten ze in mijn hersens feilloos het lampje ‘kasteel’ opgloeien. De derde is, voorzover te zien in dat verweerde ei, juist gedetailleerd, hij doet denken aan de minisculpturen van middeleeuwse beeldensnijders.

Malou Cohen: Kasteel zonder naam (2020). Foto Joyce Roodnat

Maar wat is het voor materiaal? Aardewerk? Ik bel Malou Cohen en vraag het. „Misschien is het een afknapper”, waarschuwt ze. Want: „Dat kasteel is een plaatje, ik knipte het uit een boek en ik stopte het in zo’n sierpeul uit een tuincentrum, ik vond hem bij mijn moeder. Het was zo snel klaar, ik dacht, is dit niet te makkelijk. Maar nee, het wás wél iets, ik zag een mysterie.” Voor de andere twee kasteeltjes sneed ze een bouwseltje uit afvalhout en verkleinde ze de schaal van een huisje uit een bouwpakket. Dat brokje rots? Nee joh, dat is geen rots, dat is een stuk purschuim, ze raapte het op bij de zee.

Cohens kleine kastelen bespelen de verbeelding en ondergraven het gevoel voor verhoudingen. Ik kijk en ik krimp, de kasteeltjes worden kastelen. Nu groei ik, voor de kasteeltjes ben ik gigantisch, zoals elk mens een reus is voor elke watervlo. Dan ben ik mezelf weer. En accepteer dat Malou Cohen gevonden rommeltjes laat uitbotten in kleinodiën (wat een woord. Dat ik dat nog eens zou vinden en gebruiken).

Correctie (3 juli 2020): In een eerdere versie van deze column stond foutief vermeld dat de bundel ‘Drijfzand’ van Nella Larsen wordt uitgegeven door uitgeverij Lebowski. De bundel wordt uitgegeven door uitgeverij Nieuw Amsterdam. Dat is hierboven in de tekst verbeterd.