Opinie

Bijna iedereen heeft een underdog in zich

Floor Rusman

Vraag van de week: is Johan Derksen een underdog? Zit hij, de man van de foute grappen, in de verdrukking? Of maken hij en de zijnen juist de dienst uit? Het is een belangrijke vraag, want iedereen wil graag de underdog zijn. Die positie levert immers sympathie op. En iedereen vóélt zich ook de underdog, althans daar lijkt het op. Derksen voelt zich een underdog, maar zijn objecten van spot ook, want zij worden gestigmatiseerd. Witte mannen voelen zich underdogs, net als iedereen die geen witte man is. Zelfs Trump, de machtigste man ter wereld, voelt zich een underdog.

Een samenleving met alleen maar underdogs. Kan zoiets wel? Het antwoord is, gek genoeg: ja. We zijn allemaal part-time underdogs.

Hoe vaak en hoe erg hangt van een paar zaken af, om te beginnen van de context. Je kunt in de ene situatie een underdog zijn en in de andere niet. Een getinte man kan een gerespecteerde leidinggevende zijn, en op straat etnisch geprofileerd worden.

Het is bovendien blikafhankelijk. Iemand kan in dezelfde context wel óf niet een underdog zijn – het is maar hoe je ernaar kijkt. Denk aan dat tekeningetje van een vrouwfiguur waarin sommigen een heks zien en anderen een mooi meisje.

Johan Derksen is ook zo’n tekening. Wat zien we erin? Nadia Bouras, docent geschiedenis aan de Universiteit Leiden, twitterde na de Op1-uitzending waarin Fidan Ekiz Derksen verdedigde: „Je zou bijna denken dat hij de underdog is en niet die dikbetaalde invloedrijke mediaman.” Nadia Bouras ziet in Derksen een goed verdienende man die in zijn eigen tv-programma mag zeggen wat hij wil en daarmee al jarenlang de toon zet. Wie net iets anders kijkt, ziet een grove-grappenmaker die door de snel veranderende mores plotseling in de marge belandt. „Een starre man”, aldus de tv-recensent van Trouw; „eenzaam”, volgens Arjen Fortuin in NRC. Een man op de terugtocht; een underdog.

‘De witte man’ is ook zo’n tekening. Arjen van Veelen pleitte afgelopen weekend in deze krant voor het oprichten van een standbeeld voor „de gewone man” (die hier gelijk leek te staan aan de laagopgeleide witte man). Van Veelen zag een man die macht en aanzien kwijtraakt aan vrouwen, robots en niet-witte mannen, en als trap na ook nog bespot wordt en verdacht gemaakt. Het artikel leverde naast lof ook hoon op: de witte man is nog steeds de norm, vonden critici, dus Van Veelen moest „niet zo janken”.

Nog een tekening, nu van progressieve jonge vrouwen aan de universiteit. Zijn zij underdogs? Ja: ze hebben vaak flexcontracten en ze werken in wat nog steeds een mannenbolwerk genoemd kan worden. Nee: juist vanwege hun sekse zijn ze in het voordeel, met dank aan het diversiteitsbeleid. De TU Eindhoven stelt nieuwe vacatures sinds enige tijd zelfs alleen open voor vrouwen. Met hun progressieve denkbeelden zijn deze vrouwen bovendien in de universitaire microkosmos deel van de mainstream.

Bijna iedereen heeft een underdogje in zich dat schreeuwt om erkenning. In de gesprekken over machtsongelijkheid, of die nu gaan over Zwarte Piet, seksisme of de grappen van Johan Derksen, komen die allemaal aandacht tekort. Men ziet het underdogje in zichzelf, maar niet dat in de ander – en hoeft dus geen empathie te tonen. Dit stemt niet hoopvol: als iedereen iets anders waarneemt, hoe moet er dan ooit een gesprek ontstaan?

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.