Opinie

Verschil tussen goed en fout universitair geschmier

Maxim Februari

Op sommige zinnen blijf je kauwen. Sigrid Kaag heeft zich als enige kandidaat gesteld voor het lijsttrekkerschap van D66. Een serieuze krant (NRC, 23/6) schrijft daarover: „Als de leden haar kandidatuur ondersteunen, dan treedt zij in de voetsporen van Els Borst, de eerste vrouwelijke partijleider van D66.” Wat krijgen we nou? denk ik dan.

Als Kaag partijleider wordt, treedt zij in de voetsporen van Rob Jetten en Alexander Pechtold. En, jawel, ook die van Els Borst, maar die voetsporen zijn al wat ouder. Sinds wanneer is het normaal de lijsttrekkers op sekse te segregeren? Is dit het soort profilering waarmee we de samenleving willen besturen?

In mei noemde Jan Paternotte, D66-woordvoerder over discriminatie, zijn partijleider Rob Jetten „de eerste LHBTI’er in Nederland die een grote regeringsfractie leidt”. Daarmee voor het gemak vergetend dat Boris Dittrich diezelfde fractie ook al eens heeft geleid. En, erger nog, vergetend dat je die LHBTI-status helemaal niet aan iemand kunt aflezen en dat je dus niet weet hoeveel fractieleiders er ooit zijn geweest met, bijvoorbeeld, een intersekse conditie. Wat is dit voor een raar wedstrijdje?

Wie er het onderdruktst is. Het is een gênant spel als het wordt gespeeld door de bevoorrechten. Degenen die het zich kunnen permitteren vooroordelen te bevestigen en te versterken onder het mom van emancipatie. Dat triomfantelijke wijzen op de eerste vrouw of de eerste LHBTI’er lost geen enkel probleem op, integendeel, het is heel kwestieus. Maar je laat wel zien dat je braaf bent.

Volgens mij is het niet toevallig dat vooral seculiere, hoogopgeleide en welgestelde mensen zo Mormoonachtig religieus zijn over ras, zegt de Amerikaanse linguist John McWhorter. Door te erkennen dat racisme bestaat, en dat ze ertegen zijn, krijgen ze een gevoel van zelfbevestiging en groepsverbondenheid. Vervolgens hoeven ze niet meer kritisch te kijken naar de omstandigheden van ieder afzonderlijk geval.

Ik las en beluisterde McWorther opnieuw nu ik de verklaring onder ogen kreeg die is opgesteld door tachtig wetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam. Zij drukken hun „solidariteit met de wereldwijde protesten uit tegen racistisch gemotiveerd onrechtvaardig politieoptreden en onrecht op grond van ras in al zijn vormen”. Goed. Braaf. En dan komen ze met een schuldbekentenis.

„Wij hebben gefaald”, zeggen ze een paar keer. „Wij hebben gefaald om te begrijpen hoe ras en andere vormen van verschil het welzijn en de prestaties van onze studenten en medewerkers beïnvloeden.” Nooit een verheffend gezicht en ook nu niet: zondaren die op hun knieën de trap opkruipen om boete te doen. Het is zelfingenomen. Beledigend voor de academici tot wie ze zich richten en die recht hebben op wetenschappelijke argumentatie in plaats van een zelfkastijding. Het is adding insult to injury.

De Amerikaanse econoom Glenn Loury reageerde onlangs furieus toen Brown University met een vergelijkbare schuldbelijdenis kwam. De tekst hangt aan elkaar van de platitudes, schreef hij. Het begrip ‘ras’ is gebruikt zonder erover na te denken; de tekst is infantiel, ongenuanceerd en ontbeert kritische reflectie. „Is this what a university is supposed to be doing?” Dat kun je de Amsterdamse faculteit politicologie ook vragen. Als er een wetenschappelijke kwestie is, ga je het wetenschappelijke debat aan. Maar je koketteert niet met je schuldgevoelens. De wereld draait niet om jou en je wokeness.

Een paar jaar geleden liet Microsoft gespreksrobot Tay los op het internet. Ze zoog er racistische praatjes op en begon zelf ook racistische taal uit te slaan. Niet omdat ze racistisch was, suste John McWorther indertijd in Time, want machines kunnen niet racistisch zijn. Ze hebben geen brein en geen intenties.

Inderdaad, maar volgens mij zit daar precies het grote gevaar. We leven samen met software die onze vooroordelen volkomen onbevooroordeeld opzuigt en automatiseert. Zulke software neemt steeds vaker ingrijpende beslissingen over ons leven. Hij maakt daarbij niet vanzelf verschil tussen braaf seksisme – Sigrid Kaag is de opvolger van Els Borst – en stout seksisme. Tussen goed en fout academisch geschmier over ras.

Daarom moeten we zorgen dat we hem uiterst kritisch voeden. Met inzicht in de bijzonderheden van elk geval. Wat betekent het dat er een LHBTI’er aan de top staat van je organisatie? Hoe kun je dat zien? Is het überhaupt relevant? Wat voor soort LHBTI’er? Er zijn er duizenden. Zijn lesbische vrouwen overbodig zodra het quotum aan homomannen is bereikt? Wat zeg je nou eigenlijk met dat parmantig-brave seksisme en racisme van je? Is dat nog steeds even braaf als Tay ermee aan de haal gaat?

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.