Racismedebat zaait verdeeldheid bij Nationale Politie

Geheime Facebookgroep Moeten agenten zich afzijdig houden in het debat over racisme? Politiechef Martin Sitalsing vindt van niet en plaatst een foto van zichzelf, knielend.

Agenten knielen tijdens een Black Lives Matter-demonstratie in Amsterdam.
Agenten knielen tijdens een Black Lives Matter-demonstratie in Amsterdam. Foto Robert Meerding/Novum

„Linkse flapdrollen.” Zo noemt Barbara de leidinggevenden bij de Nationale Politie. De operationeel specialist bij de politie in Noord-Nederland en tevens hulpofficier van justitie reageert op een collega die op een besloten Facebookgroep de wens uitspreekt dat de leiding van de politie „snel een statement maakt dat we dit nooit meer gaan zien”. Barbara waarschuwt hem voor illusies. „IJdele hoop”, zegt ze.

De twee politieagenten discussiëren over collega’s die in uniform knielen tijdens de Black Lives Matter-demonstraties. Online, in kranten en op tv verschenen de afgelopen weken beelden van Nederlandse agenten die tijdens protestbijeenkomsten niet alleen de openbare orde bewaken, maar ook met een vuist in de lucht openlijk hun sympathie uiten voor de strijd tegen racisme en discriminatie. De uit Amerika overgewaaide acties veroorzaken grote verdeeldheid binnen de Nationale Politie.

Over het handelen van de ‘blauwe demonstranten’ is onder meer een hoogoplopend debat gaande op de Facebookgroep ‘Collega’s politie’. Het is een netwerk dat naar eigen zeggen ruim negenduizend leden telt, en dat „bedoeld is voor actieve medewerkers van de politie en voor collega’s die met pensioen zijn of door ziekte of ongeval ongewild gedwongen zijn het werk te verlaten”. De groep wordt omschreven als ‘een geheime Facebookgroep’. „Buitenstaanders kunnen niet zien wie er lid zijn”, staat op de aanmeldpagina. Alleen na speciale screening door een van de zes politiebeheerders kun je toetreden.

Op 12 juni slaat op het politieforum de vlam in de pan na een post van een lid dat zich bedient van de schuilnaam Goe Nana. „Wij zijn er voor iedereen”, is zijn tekst bij een foto van twee knielende agenten met mondkapje die de rechtervuist ballen. Het bericht leidt tot veel gemopper en gescheld, zo blijkt in de Facebookgroep die NRC heeft kunnen inzien. Een grote meerderheid van de leden verwerpt het actievoeren. „Als politie houden we ons niet bezig met politiek”, zegt bijvoorbeeld Maarten.

De reacties van de meeste collega’s zijn minder subtiel. „Ik kan wel kotsen als ik dit zie”, zegt Johan. „Iedereen is gek aan het worden”, meent Bally. „Helemaal knettergestoord”, vindt Franke. „Ik schaam me om hun collega te zijn”, zegt Ken. „De Hitlergroet is verboden en dit wordt wel getolereerd”, constateert Cu.

Voor een enkeling zijn de haatreacties te veel. „Misselijkmakend”, noemt Freek het hoe collega’s „finaal met de grond gelijk worden gemaakt”. Freek, hoofdagent in Oost-Nederland, laat weten zijn lidmaatschap van de Facebookgroep uit ongenoegen over de onverdraagzaamheid te hebben opgezegd. Barbara, die klaagde over leidende flapdrollen, wil geen toelichting geven op haar uitlatingen. „Het is in de beslotenheid van de Facebookgroep waarin ik deze uitspraak doe. Het was niet bestemd voor iemand buiten de politie. Ik heb geen zin om dit verder toe te lichten voor volk en vaderland”, mailt ze.

Nieuwtjes uitwisselen

Paul, een van de beheerders en werkzaam als politievrijwilliger in Den Haag, is bereid iets te vertellen over de groep als zijn achternaam geheim blijft. Hij vertelt dat het forum is opgericht door politiecollega’s uit Noord-Holland „om nieuwtjes uit te wisselen”. De groep bestaat al een jaar of zes. Hoeveel van de leden in actieve dienst zijn, weet hij niet. „Vooral oud-agenten hebben de feeling met de werkelijkheid nogal eens verloren en pleiten vaak voor een optreden met de lange lat”. Het forum is geheim omdat collega’s het „niet prettig vinden als criminelen op Facebook zouden kunnen zien welke familieleden we hebben”.

Paul zegt dat de leden geacht worden respectvol met elkaar om te gaan. Zonder elkaar te beledigen. „Maar nu door de discussie in Amerika lopen ook bij ons de gemoederen hoog op. Dat is jammer want onze politie is natuurlijk absoluut niet te vergelijken met de Amerikaanse politie.”

Leiding wist van niks

Veel leidinggevenden bij de Nationale Politie zeggen desgevraagd niet te hebben geweten van het bestaan van de besloten Facebookgroep. Dat geldt ook voor Gery Veldhuis, politiechef van Noord-Nederland. Hij heeft geen bezwaren tegen collega’s die knielend mee demonstreren tegen racisme: „Ik heb ze gezien en ben trots op ze.” Een politiecommissaris uit het zuiden van het land zegt „elke keer weer bezig te zijn dergelijk besloten politiegroepen open te breken om kwesties bespreekbaar te maken”. Hij zegt dat het „corrigerend vermogen” van politiemensen om elkaar aan te spreken op fout gedrag nogal eens tekort schiet omdat men „maatjes niet in de steek wil laten”.

Martin Sitalsing, politiebaas van Midden-Nederland en namens de politietop belast met de aanpak van racisme en discriminatie, reageerde op de commotie over de op 25 mei omgekomen George Floyd door een foto van zichzelf op LinkedIn te plaatsen, knielend en in uniform. „Ik voelde me geraakt als politiemens. Ik wilde me uitspreken tegen politiegeweld en racisme. Laat het maar schuren”, vertelt Sitalsing op het politiebureau in Utrecht. Sitalsing, van Surinaams-Hindoestaanse komaf, vroeg zijn echtgenote de foto in de voortuin bij hun woning te maken.

Martin Sitalsing Foto privécollectie

Als begeleidende tekst schreef hij dat „wij als politiemensen over de hele wereld een toonaangevende rol hebben in het beschermen van grondrechten”. Een „kritische blik” is volgens hem vereist om discriminatie te voorkomen. Het bericht leverde hem 9.500 steunbetuigingen op en vijfhonderd veelal positieve commentaren. Vijfhonderdduizend mensen hebben zijn foto bekeken.

Rob van Bree, ook lid van de korpsleiding Midden-Nederland, schrijft dat het bericht hem deed beseffen dat hij zelf ook meer had moeten doen tegen racisme. „Juist voor politiemensen is het belangrijk om te voorkomen dat vooroordelen ons werk beïnvloeden en/of leiden tot gevoelens van onveiligheid. Dat is namelijk exact hetgeen waartegen wij als politie strijden. En dus moeten we in mijn ogen het onderwerp bespreekbaar maken.”

Zijn baas Sitalsing zegt dat de Nationale Politie worstelt met „een leiderschapsvraagstuk”. De politie vindt het volgens hem te moeilijk „het debat aan te gaan met elkaar” over de problemen in de multiculturele samenleving. De baas van de Utrechtse politie vertelt dat ze bij de laatste Oud en Nieuw in zijn stad 38 aanhoudingen hebben verricht. Alle 38 jongens waren van Marokkaans-Nederlandse komaf die agenten belaagden met vuurwerk. „Een collega was doof geworden door een vuurpijl. Dan moet de teamchef wel in gesprek gaan met de collega’s bij wie de stoom uit de oren komt. Natuurlijk hoor je dan onfatsoenlijk taalgebruik richting Marokkanen en dan is het knap als de leiding enige nuancering weet aan te brengen tijdens een debriefing.”

Volgens Sitalsing ontbreekt het nog te veel aan dit soort leiderschap. „„We moeten leren leiding geven: de eenheid bewaren, als team naar buiten treden en intern ruimte en veiligheid bieden aan diversiteit.”

De Nationale Politie is volgens Sitalsing „geen slechte” politieorganisatie. „Het gros van de collega’s zijn goede politiemensen met het hart op de goede plek. We moeten wel zorgen voor een meer vertrouwde politie. In sommige wijken worden we niet meer herkend door de eenzijdige samenstelling. Dat moet verbeteren.”