Over aankoeken gesproken

De Golf | Aflevering 1

Met het oog op de zeespiegelstijging kochten schrijver Bruno en academica Loes een woonschip. Een feuilleton van
Illustratie Olivia Ettema

‘Je verleden koekt aan”, zegt Bruno. „Als kaarsvet op een wijnfles. Er komt maar bij en er komt maar bij. Wacht je te lang, dan zijn de lagen niet meer te onderscheiden. Daarbij: de toekomst slinkt, op den duur zie je het nut van het gepulk niet meer. Dit laat ik mijn personage zeggen in mijn laatste boek. Ik had het niet eens in de gaten, maar Loes, mijn vrouw, zei: dit gaat over jou. Een aardige manier om te zeggen dat ik een ouwe vent aan het worden ben, toch? Zij heeft me hierheen gestuurd. Ik denk dat dat wel duidelijk is.” Hij zet een zware stem op: „Er moet gepulkt gaan worden!”

Bruno lacht gezellig naar de man tegenover zich en kijkt om zich heen. Geen boeken, misschien zouden die ook te veel afleiden. „Ben je eigenlijk iemand die leest? Iets anders dan je vakliteratuur?”

„Ons appartement in het centrum stond vol met boeken. Maar sinds we op de boot wonen, is onze collectie tot een kwart teruggebracht. Loes heeft een deel naar haar kantoor verhuisd. Ik had eerst al onze dubbele exemplaren eruit gezocht. Wil je weten hoeveel dat er waren? 126. Allemaal weggedaan. Daarna heb ik scherpe keuzes gemaakt. Het is verbazingwekkend hoeveel boeken je toegestuurd krijgt als je weleens wat recenseert. Over aankoeken gesproken. Maar ik ben wel ietsje te rigoureus geweest, denk ik. Laatst liep ik te zoeken naar de bijbel. Ik kocht mijn eigen exemplaar uiteindelijk terug in de kringloopwinkel.”

Het is verbazingwekkend hoeveel boeken je toegestuurd krijgt als je weleens wat recenseert

Het is lang geleden dat hij zoveel achter elkaar heeft gepraat en hij constateert tevreden dat de woorden soepel uit zijn mond rollen. Maar moet hij Van der Zon daarbij steeds blijven aankijken? Er is verder in de ruimte niets dat zijn aandacht trekt, geen ingelijste kunst, geen meubels, het is een opvallend kale kamer. Een plant staat er. Een met gaten. „Ben je hier net ingetrokken?”, vraagt hij. „Of zit je er altijd zo bij?”

Hij bekijkt Van der Zon nu uitgebreid. Niet wat je noemt een knappe man. Een klein, leeg gezicht, veel wang. Als Francis Bacon ernaar kon kijken zou hij rosbief zien hangen aan weerskanten van dat neusje. Of was dat Lucian Freud? Doet er niet toe. Hij moet bekennen: het is nog totaal niet afgeleefd, zoals dat van hemzelf, en God heeft hem pas op het allerlaatst een tong gegeven. „Wat kan ik voor je doen?”, had hij gevraagd. Verder had hij alleen z’n mond open gedaan om zachtjes in zijn elleboog te hoesten.

Hij is nog van de school van die andere Freud. Niet dat hij nu in analyse is. Dan zou hij elke dag moeten komen en dat is onmogelijk. Maar het lijkt er misschien toch wel wat op.

„Ik kom voor een ernstig gesprek”, had hij geantwoord. „Misschien wil je… Mag ik trouwens je zeggen?”, Van der Zon had geknikt. „Zeg maar Job.”

‘Oké”, zei Bruno. „Ik zoek iemand die mijn problemen kent, want die hou ik tegenwoordig meestal voor me.” Hij pauzeerde om Job de mogelijkheid te bieden een paar warme woorden uit te spreken. Er volgde echter een opgelaten stilte. De echo daarvan klinkt nog steeds door.

„Goed”, had hij toen gezegd. „Waar zal ik beginnen?”