Recensie

Recensie Film

Niet al te diepgravende docu over Stones-gitarist Ron Wood

Documentaire Ronnie Wood is een kleurrijk figuur. De anekdotes volgen elkaar dan ook snel op in de documentaire die over hem is gemaakt.

Ron Wood vertelt in de documentaire ‘Somebody Up There Likes Me’ smakelijk over zijn jeugd en muzikale voorkeuren.
Ron Wood vertelt in de documentaire ‘Somebody Up There Likes Me’ smakelijk over zijn jeugd en muzikale voorkeuren.

Dit jaar zit de Britse gitarist Ronnie Wood (1947) 45 jaar bij de Rolling Stones, als opvolger van Mick Taylor. Wood is een kleurrijk figuur, vooral dankzij zijn verleden als alcoholist en drugsgebruiker. Hij zat meermaals in een afkickkliniek. De anekdotes volgen elkaar dan ook snel op in de documentaire die regisseur Mike Figgis over Wood maakte.

Figgis doet zelf de interviews, maar heel diep graven die niet. Naast aandacht voor zijn muzikale loopbaan in achtereenvolgens The Birds, de Jeff Beck Group, The Faces, de Stones en als soloartiest is er aandacht voor zijn beeldende kunst – Wood is een niet onverdienstelijk kunstschilder. Hij is bevriend met Damien Hirst, die in Somebody Up There Likes Me hoog opgeeft over de kwaliteiten van Wood als kunstenaar.

Figgis interviewt ook Rod Stewart (zanger van The Faces), en Stones-leden Mick Jagger, Keith Richards en Charlie Watts. Voor Stones-fans is het allemaal gesneden koek, al is het archiefmateriaal van zijn periode voor hij toetrad tot de Rolling Stones het rijkst.

Ondanks zijn copieuze drugs- en alcoholgebruik is er niets mis met het geheugen van Wood: hij vertelt smakelijk over zijn jeugd en muzikale voorkeuren, met name de blues die zoveel Britse musici in de jaren zestig inspireerde.