Minder toezicht op geheime diensten door coronacrisis

AIVD en MIVD De commissie die de geheime diensten in de gaten houdt, de TIB, kampt met tegenslagen. Bovenop de grote werklast kwamen de coronacrisis en het vertrek van een prominent commissielid.

Bijna lege winkelstraten in Den Haag midden op de dag tijdens de coronacrisis, die ook het toezicht op de inlichtingendiensten hinderde.
Bijna lege winkelstraten in Den Haag midden op de dag tijdens de coronacrisis, die ook het toezicht op de inlichtingendiensten hinderde. Foto Phil Nijhuis

Het toezicht op de geheime diensten heeft geleden onder het corona-virus. De driekoppige commissie die vooraf toestemming moet geven voor hacks en digitale onderscheppingen van bijvoorbeeld email- of appverkeer, door de AIVD en MIVD, kon tijdens de lock-down niet in volledige samenstelling bij elkaar komen. In veruit de meeste gevallen beoordeelde de commissie dit voorjaar verzoeken met z’n tweeën, zo blijkt uit het dinsdag gepubliceerde jaarverslag van Toetsingscommissie Inzet Bijzondere bevoegdheden (TIB).

„Het risico dat de drie leden elkaar bij een gezamenlijke toetsing zouden besmetten, waarna verdere toetsing onmogelijk zou worden, was te groot” , aldus het jaarverslag. Op afstand via video vergaderen was geen optie, gezien het uiterst geheime karakter van het materiaal dat moet worden getoetst.

In hoeverre de kwaliteit van de controle op de geheime diensten hieronder geleden heeft, wordt niet duidelijk uit het jaarverslag. Eerder al gaf voorzitter Mariëtte Moussault aan dat de werklast groot is voor de kleine toezichtscommissie die geen plaatsvervangers kent. „We houden zeker geen tijd over”, zei Moussault daarover eerder tegen NRC. Van 1 april 2019 tot 1 april 2020 moest de commissie in totaal 2.355 verzoeken van de twee diensten toetsen op rechtmatigheid, een stijging van ongeveer tweehonderd verzoeken ten opzichte van het jaar ervoor. Daaronder waren vele tientallen spoedverzoeken.

Lees hier Hoe spionnen worstelen met de coronacrisis

De coronacrisis was niet de enige tegenslag voor het toezichtsorgaan dat in 2018 is ingesteld na de invoering van de nieuwe Wet op de Inlichtingendiensten (Wiv) waarover een referendum werd gehouden. Begin juni van dit jaar maakte Ronald Prins, een van de drie leden, plotseling bekend te vertrekken, dit vanwege een nieuwe functie. Met zijn grote technische kennis en ervaring, gold de oprichter van digitaal beveiligingsbedrijf Fox-IT als gezaghebbend lid van de commissie. De andere twee leden, onder wie de voorzitter, zijn juristen en hebben geen ervaring met digitale inlichtingenvergaring.

Steeds meer toestemming

Het jaarverslag dat dinsdag is gepubliceerd, bevestigt grotendeels een trend die al langer gaande was: de diensten slagen er steeds beter in goedkeuring te krijgen van het toezichtsorgaan voor hun geplande operaties. Daarbij gaat het om operaties die al eerder zijn goedgekeurd door de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie (Kajsa Ollongren en Ank Bijleveld). In het eerste jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet (2018-2019) werd nog ongeveer een op de twintig reeds ministerieel goedgekeurde verzoeken van de AIVD alsnog afgewezen door de commissie (4,5 procent) Dat percentage is gezakt naar 1,7 procent. In de praktijk komt dat neer op enkele tientallen verzoeken die jaarlijks alsnog worden geweigerd. Bij de MIVD ligt het percentage afwijzingen iets hoger op 3,1 procent (was 5,8 procent).

Vaak gaat het om onvoldoende motivering en informatie door de diensten, en wordt het verzoek later alsnog rechtmatig verklaard. Soms wordt echter de noodzaak van het verzoek niet duidelijk, of is het verzoek te ruim geformuleerd.

In enkele gevallen zouden buitenlandse journalisten en advocaten doelwit zijn geworden van digitale inbraak

De commissie constateert dat de MIVD sommige geplande digitale inbraken of onderscheppingen uiteindelijk anders uitvoert dan waarvoor toestemming is gegeven. Daar is de dienst op aan gesproken. Dezelfde MIVD krijgt ook kritiek op de manier waarop ze in sommige gevallen samenwerkt met buitenlandse diensten. Zo zouden bij enkele verzoeken tot samenwerking, buitenlandse journalisten en advocaten doelwit zijn geworden van digitale inbraak of onderschepping met medewerking van de MIVD. „De MIVD heeft bij verzoeken ten behoeve van buitenlandse partnerdiensten een aantal maal selectielijsten overgelegd die journalisten en/of advocaten bleken te bevatten”, aldus het verslag.

‘Opmerkelijk’

De vrees die eerder bestond dat via de samenwerking tussen diensten grote hoeveelheden onderschepte datasets over de grens zouden verdwijnen, is overigens tot nu toe niet bewaarheid, blijkens het jaarverslag.

Uit het verslag blijkt verder dat de commissie verzoeken ook toetst aan toezeggingen die het kabinet aan de Tweede Kamer zijn gedaan, en niet alleen aan de wet. „Opmerkelijk”, zegt Peter Koop, deskundige op het gebied van digitale inlichtingen. „Je zou verwachten dat de commissie verzoeken alleen aan de wet toetst”, De specialist die de diensten en het toezicht erop al jaren kritisch volgt, wijst op een passage in het jaarverslag die gaat over het ongericht onderscheppen van digitale informatie. Er was daartoe al een verzoek gedaan dat was goedgekeurd, maar de dienst wilde het verzoek verder uitbreiden. „Deze uitbreiding was in strijd met toezeggingen van de minister tijdens de behandeling van de Wiv 2017 en in brieven van de regering”, aldus het jaarverslag. De wet wordt niet genoemd als toetsingskader.

De nieuwe Inlichtingenwet (Wiv) wordt dit jaar geevalueerd. In haar jaarverslag laat de commissie doorschemeren dat de regels aanpassing behoeven, met name waar het gaat om de regels voor het hacken van grote hoeveelheden gegevens. „De TIB heeft ervaren dat de Wiv 2017, mede in verband met de complexiteit van het cyberdomein, niet in alle gevallen aansluit op de praktijk”, aldus de commissie.