Kwik in verf was funest voor Mayastad

Archeologie De Maya’s waren dol op rode verf. Dat wonnen ze uit het mineraal cinnaber. Het kwik hierin kwam in het drinkwater terecht.

Ruïnes van de Mayastad Tikal, gelegen in het huidige Guatemala. De inwoners waren voor hun drinkwater afhankelijk van regen.
Ruïnes van de Mayastad Tikal, gelegen in het huidige Guatemala. De inwoners waren voor hun drinkwater afhankelijk van regen. Foto iStock

Het moet een prachtig gezicht zijn geweest: de kleurig geschilderde paleizen en tempels van de Mayastad Tikal die stonden te schitteren in de zon. Helaas voor de plaatselijke bevolking heeft de rode verf die ze gebruikten om deze gebouwen te verfraaien waarschijnlijk ook een desastreuze uitwerking gehad op hun gezondheid. Die verf wonnen ze uit het mineraal cinnaber, dat vol zit met kwik. Door regenval kwam dit giftige metaal in het drinkwater terecht. Dat concludeert een team onderzoekers van de Universiteit van Cincinnati in het tijdschrift Scientific Reports.

Tikal lag in het noorden van het huidige Guatemala. Het was een van de machtigste steden van de klassieke Mayaperiode (300-900 na Christus), die aan het eind van de negende eeuw een scherpe bevolkingsdaling beleefde die resulteerde in de totale leegloop van de stad. Archeologen hebben die krimp tot nu toe verklaard aan de hand van lange periodes van droogte, gecombineerd met overbevolking en uitputting van de grond rondom de stad. De onderzoekers uit Cincinnati voegen daar nu dus een nieuwe verklaring aan toe: de Tikalezen vergiftigden zichzelf.

Tikal had geen directe toegang tot drinkwater. Er lag geen rivier in de buurt van de stad en het grondwater bevond zich op tweehonderd meter diepte. De bevolking was dus afhankelijk van regenwater. Om ervoor te zorgen dat er ook tijdens droge periodes voldoende water was, legden ze daarom ondergrondse reservoirs aan. De pleinen van de stad liepen heel lichtjes af, zodat het regenwater naar deze reservoirs stroomde.

Een van de onderzoekers in het Perdidoreservoir in Tikal. Foto Nicholas Dunning/UC

De Amerikaanse onderzoekers namen monsters op de bodem van vier van deze inmiddels drooggevallen reservoirs: het Paleisreservoir, het Tempelreservoir, het Perdidoreservoir en het Corrientalreservoir. De eerste twee opslagplaatsen lagen dicht bij het ceremoniële hart van de stad, de laatste twee meer aan de periferie. Met behulp van koolstofdatering en massaspectrometrie werd de leeftijd van de verschillende sedimentslagen vastgesteld.

In 25 monsters die genomen waren bij het paleis en de tempel en die afkomstig waren uit de periode waarin de bevolking van Tikal sterk kromp, werd kwik aangetroffen in een giftige hoeveelheid. Tien andere monsters bevatten ook kwik, maar dan in mindere mate. In het Paleisreservoir werden vier monsters genomen die zelfs tien keer meer gif bevatten dan het menselijk lichaam zonder schade kan verwerken.

Meegegeven aan de doden

Het kwik was hier terechtgekomen dankzij de rode verf die bij de Maya’s zeer in trek was. Die werd gewonnen uit cinnaber. De verf werd gebruikt om gebouwen en artefacten mee te kleuren, en werd soms meegegeven aan de doden. In één graf in Tikal lag een lichaam in tien kilo tot poeder gemalen cinnaber.

Kwik was niet het enige dat de onderzoekers in de reservoirs aantroffen. Ze vonden ook hoge concentraties fosfaten. Die vinden vaak via uitwerpselen en voedselresten hun weg naar het water. Uit monsters bleek dat de hoeveelheid fosfaten in het reservoir in de negende eeuw na Christus vier keer hoger was dan in de periode ervoor. Dit komt, denken de onderzoekers, omdat nabij deze plek een keuken was gebouwd die de bewoners van het paleis van eten moest voorzien. Regenwater liep hier via afval en etensresten het reservoir in.

De fosfaten zorgden ook voor giftige algengroei in de reservoirs bij het paleis en de tempel. Planktothrix en Microcystis, twee soorten algachtige bacteriën, maakten hier het water nog meer ondrinkbaar.

De reservoirs aan de randen van de stad bevatten geen problematische hoeveelheden gif. De gewone man en vrouw kregen dus gezond voedsel en vocht, terwijl de elite in het centrum zichzelf langzaam vergiftigde.

Opvallend zwaarlijvig

Kwikvergiftiging kan leiden tot problemen met de stofwisseling die uitmonden in obesitas. Nu wil het geval dat van Donkere Zon, een belangrijke heerser in de nadagen van Tikal, bekend is dat hij opvallend zwaarlijvig was. Dit zou mede kunnen komen door zijn kwikdieet.

„Het gezag van Mayaheersers in deze periode was nauw verbonden met hun vermogen voor schoon drinkwater te zorgen”, schrijven de onderzoekers. Daar slaagden ze in de negende eeuw niet meer in. „Dit moet geleid hebben tot een gedemoraliseerde bevolking, die geconfronteerd met afnemende beschikbaarheid van water en voedsel, eerder geneigd was hun huizen te verlaten.”

De uiteindelijke ondergang van Tikal was, aldus de onderzoekers, „een complex geheel van onderling verbonden calamiteiten”, waarbij naast droogte en uitputting van de omgeving vergiftiging een rol speelde.