Kamer steunt kabinet: geen marktwerking in ambulancezorg

Ambulancewet De coronacrisis heeft het denken over zorg in Den Haag veranderd. Zelfs de VVD steunt nu een wet die marktwerking in de ambulancezorg uitsluit.

Een ambulance in Amsterdam op weg naar een spoedmelding. Foto Lex van Lieshout / ANP.
Een ambulance in Amsterdam op weg naar een spoedmelding. Foto Lex van Lieshout / ANP.

Een wet van een VVD-minister die marktwerking uitsluit. En een Tweede Kamer die er vervolgens unaniem mee instemt. Het zegt iets over het veranderende denken over de zorg in politiek Den Haag. Het idee dat marktwerking de zorg beter maakt, kan op steeds minder steun rekenen, zeker na de coronacrisis, waarin samenwerking de sleutel tot succes bleek.

De Tweede Kamer stemde dinsdag over een nieuwe wet die de inrichting van de ambulancezorg voor de komende jaren regelt. VVD-minister Bruno Bruins hakte daar vorig jaar de knoop over door. Er komt - zoals al een aantal jaren het geval is - geen concurrentie tussen aanbieders via aanbestedingen, maar de huidige aanbieders krijgen een monopolie voor onbepaalde tijd. Een logische keuze, ook in de ogen van Bruins’ opvolger Martin van Rijn. De wet, die Van Rijn vorige week in de Kamer verdedigde, biedt volgens hem „duidelijkheid, zekerheid en stabiliteit aan patiënten en medewerkers”. En, zo stelde hij: bij ambulancezorg moeten alleen medische afwegingen tellen, en geen economische.

SP-Kamerlid Maarten Hijink is blij dat marktwerking in de ambulancezorg definitief van de baan is. „Bij andere spoeddiensten, zoals de politie of de brandweer, kun je je niet voorstellen dat je daar concurrentie toelaat. Maar in de zorg was dat denken de laatste jaren heel normaal geworden.”

De SP was altijd al tegen marktwerking, maar ook de VVD - de warmste voorstander van marktwerking in de zorg in het parlement - steunde het wetsvoorstel dinsdag. Kamerlid Hayke Veldman zegt dat het niet „de natuurlijke keuze” van zijn partij is om concurrentie uit een sector te weren, maar dat de ambulancezorg een geval apart is. „Normaal ben ik erg voor competitie, maar in dit geval maken we er een uitzondering op. Je wil geen Amerikaanse toestanden, waarbij er soms twee verschillende ambulances tegelijk komen aanrijden voor één patiënt.”

Overigens is het niet zo dat marktpartijen per 1 januari, als de nieuwe wet moet ingaan, uit de ambulancezorg worden geweerd. De ambulancezorg is nu ingedeeld in 25 regio’s, waarin een publieke óf private aanbieder het ziekenvervoer voor z’n rekening neemt. Dat blijft zo, omdat het kabinet en ook patiënten erg tevreden zijn over de geleverde kwaliteit, blijkt uit onderzoek. De ambulancezorg volledig in publieke handen nemen zou volgens het kabinet te kostbaar zijn, omdat private partijen dan onteigend moeten worden.

Europese regels

In de Kamer zijn er nog wel zorgen of de nieuwe ambulancewet in lijn is met Europese wetgeving. Door het vrije verkeer in de EU moeten economische activiteiten in principe worden aanbesteed. Het kabinet heeft de ambulancezorg in de nieuwe wet aangemerkt als een ‘niet-economische dienst van algemeen belang’. De Raad van State was daar in het advies over de wet kritisch over, omdat de ambulancezorg naast spoedritten bestaat uit geplande ritten om bijvoorbeeld mensen thuis op te halen. De Raad stelde daarom dat het „zeer onzeker is dat ambulancezorg als niet-economische dienst is aan te merken en daarmee van de regels inzake het vrij verkeer is uitgesloten”.

In Nederland voeren de aanbieders in elke ambulanceregio zowel de spoedritten als de gewone ritten uit. De ambulancezorg opknippen is volgens het kabinet zeer onwenselijk. In het wetsvoorstel verwijst minister Van Rijn naar de coronacrisis, toen het aantal spoedritten terugliep, maar juist veel patiënten met ambulances van het ene naar het andere ziekenhuis moesten worden overgeplaatst. „Deze situatie laat zien dat spoedeisende en niet-spoedeisende ambulancezorg onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden”, schreef de minister.

D66-Kamerlid Rens Raemakers vreest de „juridische onzekerheid” die door de kritiek van de Raad van State ontstaat. Hij hoopt niet dat een buitenlandse aanbieder naar de rechter stapt om toch mee te kunnen dingen naar een deel van het ambulancevervoer. „De ambulancesector is er niet bij gebaat dat het straks toch weer anders moet.”

Minister Van Rijn probeerde die vrees vorige week in het Kamerdebat weg te nemen. Hij had advies ingewonnen bij de landsadvocaat, die denkt dat de wet ‘EU-proof’ is. Verder had tijdens het hele wetgevingstraject maar één buitenlandse partij naar de nieuwe Nederlandse wet bij het ministerie geïnformeerd.

Winstuitkering blijft mogelijk

De zorg voor onbepaalde tijd aan één partij gunnen, vinden de liberale fracties wel erg lang. VVD’er Hayke Veldman is bang dat dit ten koste kan gaan van „innovatie en vernieuwingsdrang” in de ambulancesector. De wet wordt daarom op verzoek van de liberalen en het CDA na vijf jaar geëvalueerd.

Een wijzigingsvoorstel van de SP en GroenLinks om winstuitkeringen in de ambulancezorg te verbieden haalde het niet. In de sector, waar vaste tarieven gelden, wordt amper winst gemaakt en dus is de kans op excessen klein, vinden de coalitiepartijen. Een gemiste kans om een van de laatste marktmechanismen uit de ambulancezorg te halen, vindt links.