Heiligenbeeld ging met het vuil mee

Protesten jaren zestig Al in de jaren zestig werden beelden belaagd op de golven van maatschappelijk protest. Dat gebeurde van Zaandam tot Maastricht.

Het Lieverdje op het Spui in Amsterdam werd door de Provo met verf beklad.
Het Lieverdje op het Spui in Amsterdam werd door de Provo met verf beklad. Foto ANP

„Dat we in Limburg een gebrek aan provo’s hebben, komt omdat we zo weinig standbeelden hebben”, constateerde het Limburgsch Dagblad in 1966. „Zet in ieder Heerlense of Maastrichtse wijk een standbeeld neer en je zult zien: binnen de kortste keren klimt er een provo in. Wel s.v.p. zorgen voor een fritestent in de buurt, anders gebeurt er nog niks.”

Lees ook: Gemoderniseerd Indië-monument nu toch weer omstreden

Net als nu ging de golf van maatschappelijk protest in de jaren zestig van de vorige eeuw gepaard met acties tegen standbeelden. Onder invloed van Provo tartten politiek georiënteerde jongeren het gezag, dat werd gesymboliseerd door standbeelden. In Amsterdam hield Provo zijn happenings bij Het Lieverdje op het Spui. Dat beeld werd met verf beklad, net als dat van tsaar Peter de Grote in Zaandam, de schilder Ary Scheffer in Dordrecht en Johan de Witt in Den Haag (in het laatste geval was toepasselijk gekozen voor witte verf).

Van Heutsz in Coevorden

In Coevorden werd al in april 1965 het beeld van Jo van Heutsz, voormalig gouverneur van Nederlands-Indië, voorzien van een spandoek met de tekst ‘Het Coevorder Lieverdje’. Op een ander spandoek stond: „Ontslapen onder het hakenkruis. Gesneuveld bij het uitmoorden van het negen en dertigste Atjehse dorp, bij het verkrachten van de 79ste vrouw, om het geschokte gezag van het Nederlands Indische Bestuur opnieuw te funderen.” Bij de twee veroordeelde jongemannen zat ene Relus ter Beek, later onder meer minister van Defensie en commissaris van de koningin in Drenthe. In september van hetzelfde jaar namen anderen het Van Heutsz-monument in Amsterdam onder handen.

Nog in dezelfde maand dat het hiervoor geciteerde artikel in het Limburgsch Dagblad verscheen, werd in Maastricht het beeld van de ‘Mestreechter Geis’ (Maastrichtse Geest) uit de grond gerukt. De officier van justitie sprak van een poging ,,om herrie te schoppen” waarbij ,,Maastricht was afgedaald tot Amsterdams Peil”. Dertien verdachten kregen een boete van honderd gulden (45 euro).

In juni 1966 was Roermond aan de beurt. Het bisschoppelijk paleis werd beklad en het standbeeld van Pierre Cuypers, bouwheer van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam en geboren in Roermond, kreeg rode menie over zich heen. Op zijn sokkel stond in witte letters „Provo”.

In november 1966 kwamen provo’s samen in het kasteel van het Limburgse Borgharen. Aan het einde van het tweedaagse evenement was er een happening bij het beeld van de negentiende-eeuwse fabrikant Petrus Regout in het naburige Maastricht. Het beeld van „de uitbuiter” werd ingesmeerd met waspoeder en bespuwd. ’s Mans hoofd werd voorzien van een papieren steek.