Gemoderniseerd Indië-monument nu toch weer omstreden

Monument Indië-Nederland Het Monument Indië-Nederland is twintig jaar geleden ontdaan van zijn controversiële lading. Toch werd het onlangs beklad. „Onzinnig.”

Het Monument Indië-Nederland aan het Olympiaplein in Amsterdam.
Het Monument Indië-Nederland aan het Olympiaplein in Amsterdam. Foto Ramon van Flymen/HH

Racisme? Kolonialisme? Voor de meeste passanten is het Monument Indië-Nederland in Amsterdam vooral een pompeus bouwwerk met weinig betekenis. Het heeft een vijver waarin de kinderen uit de buurt graag rondspetteren. Twee zithoeken bezaaid met lege frietbakjes en blikjes energydrink – vermoedelijk afkomstig van de leerlingen van de tegenovergelegen middelbare school.

Lees ook: Heiligenbeeld ging met het vuil mee

Toch werd het monument vorig weekend ineens besmeurd. „Van Heutsz leeft!”, kalkten onbekenden met rode verf op de muur van het gedenkteken. „Stop alle vormen van racisme. Next stop: Coentunnel”.

Daarmee heeft de beeldenstorm die is opgelaaid naar aanleiding van de wereldwijde antiracismeprotesten ook Amsterdam bereikt. Maar het doelwit dat de activisten kozen, is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk: bijna twintig jaar geleden is dit monument juist van zijn omstreden koloniale lading ontdaan.

Decennialang was het Van Heutsz-monument, zoals het vroeger heette, misschien wel ’s lands meest omstreden gedenkteken. Het werd in 1935 opgericht als eerbetoon aan Jo van Heutsz, de militair en bestuurder die eind negentiende eeuw de opstandige provincie Atjeh in Nederlands-Indië op bloedige wijze onderwierp. Het monument, betaald van geld dat was overgebleven bij de bouw van zijn praalgraf elders in Amsterdam, werd ontworpen door de bekende beeldhouwer Frits van Hall. De inwijding was een gebeurtenis van nationale betekenis: zowel premier Colijn als koningin Wilhelmina was hoogstpersoonlijk aanwezig.

Stalinlaan werd Vrijheidslaan

Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 verloor Van Heutsz zijn status als volksheld. Het monument, bedoeld als verheerlijking van het koloniale verleden, groeide uit tot een mikpunt van maatschappelijk protest. Maar liefst twee keer werd een aanslag gepleegd op het gedenkteken. In 1967 ging er een bom af. In 1984 ontplofte een staaf dynamiet, waarbij een twaalfjarige jongen gewond raakte. In hetzelfde jaar werd de plaquette met de beeltenis van Van Heutsz gestolen – en nooit meer teruggevonden.

Lees hier een recensie van de onlangs uitgekomen biografie van generaal Jo van Heutsz

Decennia vóór Black Lives Matter was er in Nederland dus al controverse over standbeelden en monumenten. Maar het Amsterdamse stadsbestuur wist al die tijd niet goed wat ze met de discussie aan moest, en liet het monument verkommeren. De stad heeft geen traditie in het aanpassen van verwijzingen naar het verleden: de meest verregaande stap was in 1956, toen de Stalinlaan in Amsterdam-Zuid werd omgedoopt tot Vrijheidslaan.

Maar eind jaren negentig konden de bestuurders er niet meer om heen: er móest iets gebeuren. Het monument verkeerde in deplorabele staat, en bovenal: er moest iets veranderen aan de boodschap. „We liepen het risico dat het opnieuw opgeblazen zou worden, of beschoten”, zegt Jan-Coen Hellendoorn, destijds wethouder in stadsdeel Oud-Zuid namens de VVD. „Het monument was een steen des aanstoots.”

Het stadsdeel greep zijn kans toen een aanvraag tot naamsverandering binnenkwam vanuit de Indische gemeenschap. „Er gingen binnen de gemeente Amsterdam stemmen op het monument met de grond gelijk te maken”, zegt Ard Diazoni, toenmalig voorzitter van het Comité Gevallenen Nederlands-Indië, dat de aanvraag indiende. „Maar het is een prachtig monument dat ons aan Indië herinnert. Wij stelden voor: geef het monument desnoods een naam die wat prettiger aandoet, maar behoud het, als plek waar wij als Indische gemeenschap af en toe bij elkaar kunnen komen.”

De naamsverandering, zegt Diazoni, was niet het belangrijkste doel van het comité. „Van Heutsz heeft niet alleen maar slechte dingen gedaan. Hij heeft als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië ook de eenheidsstaat bewerkstelligd.”

Een koloniaal gedenkteken behóuden, op verzoek van de gemeenschap uit die voormalige kolonie – het klinkt in het licht van de huidige discussie bijna onwerkelijk.

Klassiek polderen

Wat volgde was een klassiek Hollands poldertraject. Er werd een rapport opgesteld door instituut Clingendael, dat concludeerde dat een naamsverandering historisch en maatschappelijk te verantwoorden viel. Er kwam een klankbordgroep van buurtbewoners die mochten meepraten. Eén van de leden was ex-provo Roel van Duijn, die al decennia tegen het monument ageerde. „Er werd voortdurend gekeken of er voldoende draagvlak was”, zegt oud-wethouder Hellendoorn.

In 2001 schaarde de stadsdeelraad zich achter de naamsverandering. Exit Van Heutsz: voortaan ging het bouwwerk door het leven als ‘Monument Indië-Nederland’. In de jaren erna werd het ontdaan van zijn koloniale karaktertrekken. De beeltenis van Van Heutsz kwam niet meer terug, de sokkel waarop hij geprijkt had bleef voortaan leeg. Er werden vier nieuwe zuiltjes toegevoegd met vredige zwart-wit beelden uit de Indische archipel. Op de achterkant van het monument verscheen een bord met een tekst over de dubieuze reputatie van Van Heutsz.

Lees ook het commentaar van NRC: Een onbehouwen beeldenstorm slaat ook het debat aan diggelen

Er was goed nagedacht over historische gevoeligheden. Zo staan zowel het jaartal 1945 (de proklamasi van Indonesische onafhankelijkheid door Soekarno) als 1949 (soevereiniteitsoverdracht door Nederland) op het monument. Hellendoorn: „Het heet ook heel bewust Monument Indië-Nederland, in die volgorde.” Ard Diazoni: „Wij waren heel blij met het resultaat. Het was precies het doel waarnaar wij streefden.”

De aanpassingen hadden het beoogde effect: na de – expres sobere – heropening was er nooit meer gedoe over het gedenkteken. Ontdaan van Van Heutsz was het bouwwerk onomstreden geworden. In 2012 hield een groep kunstenaars, academici en activisten nog een manifestatie bij het monument over „dekolonisatie van de openbare ruimte”. Verder bleef het stil.

Tot vorig weekend.

De rode verf is snel weer verwijderd, bij het monument herinnert niets meer aan de bekladding. Maar die vraag die blijft hangen: zijn de aanpassingen aan het Monument Indië-Nederland nog wel voldoende voor de huidige tijd?

Colonial space

Nee, zegt cultuurhistorica en activiste Nancy Jouwe, die een van de initiatiefnemers was van de manifestatie in 2012. „Die veranderingen van destijds waren verstandig. Maar die nostalgische beelden van het oude Indië die ze hebben toegevoegd, versterken het idee van de colonial space als liefliijk en rechtvaardig. En dat was het niet.”

Jouwe is een voorstander van nieuwe aanpassingen. „Je zou beelden op het monument kunnen projecteren van de slachting in Atjeh. Dat is een krachtig gebaar dat het narratief meteen verandert.” Maar ook „neerhalen” van het gedenkteken vindt ze „een interessante optie”. „In plaats ervan zou je een monument kunnen neerzetten voor Kartini [voorvechtster van vrouwenrechten in Nederlands-Indië, red.]. Zij is heel nadrukkelijk verbonden met de koloniale geschiedenis, maar ook met de onafhankelijkheid van Indonesië.”

Lees ook het interview met emeritus hoogleraar historische cultuur Maria Grever: ‘Kijk uit dat je niet alles omvertrekt’

Oud-wethouder Jan Coen Hellendoorn vindt dat het monument moet blijven zoals het is. „De geschiedenis poets je niet weg. Er is een relatie geweest van 350 jaar tussen Nederland en Indië, daarin zijn goede en slechte dingen gebeurd. Met het huidige monument kan iedereen voor zichzelf een mening vormen over de koloniale periode.” De bekladding vindt Hellendoorn „onzinnig”. „Het is niet voor niets géén Van Heutsz-monument meer.”

Ook voor Ard Diazoni is het volstrekt duidelijk: laten staan, dat monument. „Monumenten zijn ijkpunten van de geschiedenis. Als zodanig moet je ze laten staan en cultureel hoogachten. In Italië staan ook monumentale dingen, die gaan we toch ook niet kapotmaken?” De bekladding van monumenten in de afgelopen weken – niet alleen dat in Amsterdam – heeft hem geraakt, zegt Diazoni. „Ze moeten er met hun tengels van af blijven.