Opinie

Geef de Kamer de informatie om de regering écht te kunnen controleren

Democratie Niet de regering, maar het parlement moet bepalen welke informatie het krijgt. De Raad van State loopt hier in zijn advies met een grote boog omheen, schrijft .
Illustratie: Hajo

Het was een iconisch beeld in het zoveelste debat over de toeslagenaffaire. Twee Kamerleden, een vrouw en een man, een lid van de oppositie en een lid van een coalitiepartij. Renske Leijten (SP) en Pieter Omtzigt (CDA) behoren tot de meest ervaren en gerespecteerde Kamerleden, samen goed voor dertig jaar Kamerlidmaatschap. De woede en wanhoop was van hun gezichten af te lezen. Ze zwaaiden met een stuk van de Belastingdienst.

Het stuk toonde aan dat tot diep in 2019 ambtenaren van de Belastingdienst hun politieke bazen bleven adviseren om terughoudend te zijn bij het toekennen van schadevergoedingen aan gedupeerde ouders. Het stuk was niet verstrekt aan de commissie-Donner, die onderzoek naar de affaire deed, en niet verstrekt aan de Kamer, hoewel daar herhaaldelijk om gevraagd was. Hun wanhoop ging viral en werd honderdduizenden malen bekeken. Zelfs in de krochten van sociale media en internet werd met groot respect gereageerd op hun optreden.

Dit iconische beeld ging ogenschijnlijk over de toeslagenaffaire, maar gaat eigenlijk over een nog fundamentelere kwestie. Wie bepaalt welke informatie het parlement mag krijgen? Is dat de regering, of is dat het parlement?

Inlichtingen

Gebrekkige informatievoorziening blijkt een terugkerend thema te zijn in parlementaire onderzoeken en enquêtes van de laatste decennia. Artikel 68 van de Grondwet regelt de informatiepositie van het parlement: de ministers en de staatssecretarissen geven de Eerste en Tweede Kamer elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.

Lees ook: Die informatie is van óns, ministers, hou die niet achter

In februari 2020 is hierover nog een indringend debat gevoerd met (waarnemend) minister Knops van Binnenlandse Zaken. Het ging over de vraag of de regering documenten moet verstrekken als de Tweede Kamer daarom vraagt, of dat het de regering vrij staat om haar eigen antwoorden te componeren. Knops hield vol dat de regering „inlichtingen” moest verstrekken en geen documenten, terwijl de voltallige Kamer vond dat zij wel recht had op inzage in bepaalde documenten.

In een motie stelden Omtzigt en anderen dat de regering eerder zelf had aangegeven dat als bepaalde inlichtingen moeten worden verstrekt op basis van de Wet openbaarheid van bestuur, zij zeker aan de Kamer moeten worden verstrekt op basis van artikel 68 van de Grondwet. Het zou volgens de motie zeer onwenselijk zijn dat een Kamerlid bepaalde documenten niet zou krijgen, die wel aan een burger – zoals een journalist – verstrekt zouden worden op grond van de Wob. Dat geldt niet alleen voor de Kamer als geheel, maar ook voor individuele Kamerleden. Namens het kabinet raadde Knops deze motie af, maar de Kamer nam de motie aan met unanieme instemming.

In juni heeft de Raad van State een advies uitgebracht over artikel 68 van de Grondwet waarbij met een boog om deze fundamentele kwestie wordt heengelopen. De Kamer moet ruimhartiger geïnformeerd worden, maar voorkomen moet worden dat de Kamer overladen wordt met informatie, zo luidt kort samengevat de strekking van het advies. Waarmee de bal weer ligt op het speelveld tussen regering en parlement. In het laatste debat is toegezegd dat Kamervoorzitter Arib de kwestie zal bespreken met premier Rutte.

Wob-verzoeken

Nu is er een aantal opties. De meest voor de hand liggende mogelijkheid is dat premier Rutte namens het kabinet beterschap belooft. Het is de vraag hoe geloofwaardig dit scenario is. Alleen al in de toeslagenaffaire is er door achtereenvolgende bewindspersonen minimaal vijf maal beterschap beloofd, tot dusver zonder resultaat.

Het lijkt daarom wenselijk om verdergaande mogelijkheden te verkennen. Bijvoorbeeld een afspraak tussen kabinet en Kamer om een aantal nader te bepalen informatiecategorieën actief openbaar te maken en als document aan de Kamer ter beschikking te stellen. Een andere optie is dat Kamerleden – of hun persoonlijk medewerkers – op veel grotere schaal Wob-verzoeken gaan indienen, teneinde op die manier inzag te krijgen in relevante documenten. De Kamer kan ook voortaan weigeren om nog in debat te gaan met een bewindspersoon en de behandeling van voorstellen uitstellen indien de gevraagde documenten niet verstrekt worden.

Ten slotte kan de Kamer ook het initiatief nemen om artikel 68 aan te passen zodat er geen discussie meer kan bestaan dat ook documenten onder de reikwijdte van de inlichtingenplicht vallen. Het zou wel ernstig zijn als het zo ver zou moeten komen. Wie bepaalt welke informatie het parlement mag krijgen? Is dat de regering, of is dat het parlement? In een volwassen democratie moge het antwoord duidelijk zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.