Nul rente? De spaarvarkens zijn niet aan te slepen

De Nederlandsche Bank Sinds de uitbraak van het coronavirus zijn burgers veel meer gaan sparen, zo blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank. Waarom?

Vorig jaar spaarden huishoudens 11 miljard euro, dit jaar is de raming van de centrale bank 35 miljard.
Vorig jaar spaarden huishoudens 11 miljard euro, dit jaar is de raming van de centrale bank 35 miljard. Foto Getty

Sparen? Tegen een rente van 0,01 procent? Of als je moet betalen (2 euro per maand) voor het aanhouden van een spaarrekening, zoals bij Triodos Bank?

Je zou wel gek zijn.

Toch is dat wat Nederlanders sinds de uitbraak van het Covid-19-virus massaal doen. In de eerste drie maanden was het verschil tussen wat mensen opzijzetten op een spaarrekening en het geld dat ze opnemen van hun rekening (‘spaarsaldo’) gemiddeld ruim 1 miljard euro. In april schoot dat bedrag al omhoog naar 3,8 miljard euro. In mei, traditioneel de beste spaarmaand omdat het vakantiegeld wordt gestort, braken de spaarcijfers alle records. Per saldo zetten mensen iets meer dan 9,4 miljard euro op spaarrekeningen, zo blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank. Eind mei stond er 384 miljard euro op spaarrekeningen bij banken: ruim 22.000 euro per inwoner.

Verveelvoudiging spaarquote

De Nederlandsche Bank en regeringsadviseur het Centraal Planbureau verwachten onafhankelijk van elkaar een hausse op de spaarmarkt.

In 2019 spaarden Nederlanders 3,2 procent van hun beschikbaar inkomen, de zogeheten spaarquote, becijfert het CPB. Dit jaar verwacht het instituut maar liefst 11,1 procent. Een record sinds de reeks bestaat (1970). De Nederlandsche Bank verwacht dit jaar een (net iets anders berekende) spaarquote van 8,9 procent. In 2019 spaarden Nederlanders ‘maar’ 2,8 procent van hun beschikbaar inkomen. In ronde getallen: vorig jaar spaarden huishoudens 11 miljard euro, dit jaar is de raming van de centrale bank 35 miljard. Niet al dit geld komt overigens op een spaarrekening bij een bank, zegt een woordvoerder van De Nederlandsche Bank. Het kan ook op een betaalrekening blijven staan of voor de aflossing van een lening worden gebruikt.

Hoe rationeel is spaargedrag?

Waarom toch sparen, ondanks de rentevergoeding van vrijwel nul? Rekening houdend met de inflatie is de reële rente zelfs negatief. Wie meer geld op een spaarrekening heeft staan dan 30.846 euro (61.692 euro voor fiscale partners) betaalt ook nog eens de vermogensrendementsheffing.

„Niet iedereen spaart om erop te verdienen”, reageert Carlijn Prins, die bij RaboResearch, de onderzoeksafdeling van de Rabobank, het financieel gedrag van Nederlanders onderzoekt.

„De homo economicus die voortdurend rationeel op zoek gaat naar het hoogste rendement is op dit moment niet de dominante figuur op de spaarmarkt”, zegt Marcel Klok, macro-econoom bij het economisch onderzoeksbureau van ING. „Wat bepalend is: hoeveel inkomen komt er binnen en hoeveel durf ik uit te geven?” Bovendien, zegt Klok, kost spaargeld misschien geld, maar je hebt wel een buffer en dat is ook wat waard en kan rationeel zijn.

Wie onzeker is, spaart meer

Carlijn Prins Onderzoeker Rabobank

Andere motieven dan de rente-opbrengst zijn op dit moment belangrijker: de economische vooruitzichten verslechteren, het consumentenvertrouwen liet eerder al een historische duikeling zien en mensen worden pessimistischer over hun eigen financiële situatie. „Wie onzeker is, spaart meer”, zegt Prins.

De zorgen die mensen aanzetten tot meer sparen, sluiten ook nog eens aan bij de algemene motieven om te sparen. Een buffer aanleggen voor onverwachte uitgaven. Of om onzekerheid over werk en inkomen weg te nemen. Of twijfel over de toereikendheid van pensioen na zoveel nieuws over mogelijke pensioenverlagingen.

Lees ook de column: Sparen is van de zotte – of juist niet

Ook mensen die geld opnemen

Tegenover de extra spaarders staan nu al mensen die juist geld ópnemen van hun spaarrekeningen, denkt Prins. Mensen die hun inkomen al hebben zien dalen (en spaargeld nodig hebben om rond te kunnen blijven komen), zoals zelfstandigen of mensen die hun baan hebben verloren.

Op dit moment zijn de ‘inleggers’ de grootste groep. Dat is een reflex die Klok ook bij eerdere economische recessies heeft gezien. De inkomens veranderen aan het begin van een neergang nog niet zo veel, bijvoorbeeld omdat cao’s doorlopen. Maar mensen worden ook onzekerder, voorzichtiger en stellen sommige aankopen nog even uit. Gevolg: groeiende spaarpotten. Aan het begin van de kredietcrisis in 2009 reageerden mensen op een vergelijkbare manier. In januari 2009 was het verschil tussen nieuwe inleg en opgenomen spaargeld bijvoorbeeld meer dan 4,1 miljard euro. Ook toen noteerde De Nederlandsche Bank een oplopende animo om meer te sparen. Maar de groei van de spaarquote in 2009 is nog niet eens de helft van de geraamde groei voor 2020.

De ‘spaardrift’ nu is echter ook uniek. „Uitzonderlijk”, zegt Prins van RaboReseach. „Consumenten kónden hun geld in veel opzichten niet eens uitgeven.” De horeca was dicht, vermaaksgelegenheden waren gesloten, vliegvakanties onmogelijk. Huishoudens stalden het verdiende geld maar op betaal- en spaarrekeningen. De extra groei van het spaargeld was daarom ook een vorm van „gedwongen besparingen”, meent Klok van ING. „Dat onderscheidt deze crisis wel van al haar voorgangers.”

Lees ook wat je kunt doen met het geld dat je anders uit zou geven aan etentjes en reisjes

Ongelegen voor kabinet

Voor het kabinet komt de spaarhausse ongelegen. Want wie meer spaart koopt niet meer goederen en diensten en ondersteunt met zijn besparingen juist de economische krimp die het kabinet op alle mogelijke manieren met inkomensmaatregelen probeert te dempen.

Geld moet rollen, maar bezorgde burgers spekken hun spaarvarkens. Wat rationeel is voor elk individu of voor elk huishouden afzonderlijk, pakt negatief uit voor de economie als geheel.

De zorgen die burgers aanzetten om meer te sparen leiden op hun beurt tot zorgen bij de economische beleidsmakers, zoals het zogeheten Financieel Stabiliteitscomité. In die club praten topmensen van het ministerie van Financiën, financieel toezichthouder AFM en De Nederlandsche Bank achter gesloten deuren over de actuele prioriteiten in de economie. In hun meest recente overleg, op 29 mei, concludeerden ze dat de economische groei voor langere tijd onder druk kan komen te staan doordat huishoudens onzekerder worden en minder vertrouwen hebben in de toekomst. Daardoor sparen ze meer, zodat consumptie en bedrijfsinvesteringen achterblijven.