Coronacrisis dwingt Shell tot forse afboekingen

Oliemarkt Als gevolg van lagere olie- en gasprijzen ziet Shell de waarde van zijn bezittingen, zoals olie- en gasvoorraden, dalen met mogelijk 22 miljard dollar.

Rond de productie van olie boekt Shell 4 tot 6 miljard dollar af.
Rond de productie van olie boekt Shell 4 tot 6 miljard dollar af. Foto Bart Maat/ANP

Shell gaat als gevolg van de lage olie- en gasprijzen forse afwaarderingen doorvoeren. Het concern boekt in het tweede kwartaal 15 tot 22 miljard dollar (13,3 tot 19,6 miljard euro) van de waarde van zijn bezittingen af. Door de wereldwijde coronacrisis is de vraag naar olie en gas sterk gedaald.

De dinsdag bekendgemaakte afboekingen leiden overigens niet tot daadwerkelijke kosten, het gaat om een boekhoudkundige operatie. Over een maand publiceert Shell zijn resultaten over het tweede kwartaal. Het concern is niet het enige bedrijf dat kampt met de moeilijke marktomstandigheden. Eerder deze maand besloot concurrent BP zijn bezittingen, zoals bijvoorbeeld olie- en gasvoorraden, af te waarderen. Bij het Britse concern loopt die afwaardering op tot maximaal 17,5 miljard dollar.

„De afboekingen van Shell zijn niet echt een verrassing”, zegt analist Jos Versteeg van de bank InsingerGilissen. „Het maakt nu ook duidelijk waarom Shell het dividend over het eerste kwartaal zo scherp heeft verlaagd. Dat dividend werd na het eerste kwartaal met twee derde verlaagd en dat was meer dan verwacht. Ze zijn echt somberder geworden.”

Afschrijving op gas

De grootste afschrijvingen – 8 tot 9 miljard dollar – vinden plaats in de gasdivisie. Met name in de Verenigde Staten zijn de gasprijzen erg laag. Ruim vijf jaar geleden nam Shell gasproducent BG voor 70 miljard dollar over. Volgens Versteeg was dat strategisch gezien een belangrijke overname. „Maar als ze nu zoveel op de gasactiviteiten moeten afschrijven, kan je wel concluderen dat ze voor BG toen te veel betaald hebben.”

Rond de productie van olie boekt Shell 4 tot 6 miljard dollar af. Het bedrijf houdt ook de komende jaren rekening met een relatief lage olieprijs. Voor dit jaar gaat Shell uit van gemiddeld 35 dollar per vat, volgend jaar 40 dollar en vanaf 2023 60 dollar. Daarbij gaat het om Europese Brentolie, die nu iets meer dan 40 dollar kost.

Ook de raffinage van olie ontkomt niet aan de malaise

Vooral de waarde van activa in Brazilië en de VS wordt afgewaardeerd. De productie van Amerikaanse schalie-olie kreeg al eerder met een afboeking te maken. Winning van schalie-olie is door de hoge kosten pas vanaf 50 dollar per vat rendabel. Momenteel ligt de prijs van een vat Amerikaanse olie (WTI, West Texas Intermediate) rond de 40 dollar, na een forse duikeling eerder dit jaar.

Ook de raffinage van olie ontkomt niet aan de malaise. Shell komt het tweede kwartaal met een afboeking van 3 tot 7 miljard „in de hele portfolio”, zonder een nadere specificatie. „Normaal kunnen bedrijven als Shell en BP bij lage olieprijzen op een hoger rendement rekenen bij hun raffinage”, zegt Versteeg. In de raffinaderij wordt ruwe olie verwerkt tot onder meer benzine en kerosine. „Door de coronacrisis is de vraag zoveel lager dat ook die markt is ingezakt.” In april was er in Nederland bijvoorbeeld sprake van een halvering van het wegverkeer.

Blijvend effect

BP verwacht dat de pandemie een blijvend effect heeft op de vraag naar olie en gas. De huidige gezondheidscrisis, zo schreef het bedrijf onlangs, zal „de overgang naar een koolstofarme economie en koolstofarm energiesysteem versnellen”. Shell is minder concreet, maar noemt de huidige afwaardering wel in één adem met zijn strategie „de combinatie van energieproducten koolstofarmer te maken”.

Shell is met een verwachte olieprijs voor de lange termijn van 60 dollar per vat iets optimistischer dan BP, dat een niveau van 55 dollar voorziet. „Wat sowieso in het nadeel van deze bedrijven zal werken is dat overheden in ruil voor steun duurzaamheidseisen gaan stellen”, zegt Versteeg. „Zeker in Europa zullen elektrische auto’s en hernieuwbare energie nog meer gestimuleerd worden.”