Analyse

Al die miljarden, hebben Kamerleden daar wel grip op?

Voorjaarsnota Woensdag debatteert de Kamer over een unieke Voorjaarsnota. Om de crisis door corona te keren, gaat het overheidsbudget 68 miljard in de min. „Het is heel ruig wat er gebeurt.”

Rechts, minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) in de Tweede Kamer.
Rechts, minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) in de Tweede Kamer. Foto JERRY LAMPEN/ANP

Een enorme bak geld. Duizelingwekkend. Historisch. Ook Tweede Kamerleden die elke dag bezig zijn met de overheidsfinanciën kijken hun ogen uit. De economische noodsteun van het kabinet in deze coronacrisis is nauwelijks bij te houden voor de financieel woordvoerders in de Tweede Kamer. „De miljarden euro’s en de suppletoire begrotingen vliegen je om de oren,” zegt Bart Snels, financieel woordvoerder van GroenLinks.

Een willekeurige greep: ruim 3 miljard euro voor KLM, 1,3 miljard voor het openbaar vervoer, meer geld voor gemeenten, voor cultuur, 650 miljoen euro voor de sierteelt en de fritesaardappelsector, bijna 23 miljard euro loonsubsidie, 3 miljard voor getroffen bedrijven. Het gaat maar door.

De rekening van de crisis is dan ook fenomenaal, laat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) niet na te benadrukken. Het begrotingstekort komt dit jaar uit op 68 miljard euro, schat zijn ministerie. Dat had zonder de coronacrisis een overschot van 2 miljard moeten zijn. En die rekening kan nog oplopen. Want Hoekstra waarschuwt dat „de onzekerheid nog steeds bijzonder groot is” over het virus, de economie en dus ook de overheidsfinanciën.

Woensdag debatteert de Kamer over de laatste stand van de overheidsfinanciën, die Hoekstra vrijdag in de Voorjaarsnota naar de Kamer stuurde. Daaruit blijkt hoe groot en divers de noodsteun is. Er zijn meer dan 50 noodmaatregelen die tot 44 miljard euro extra uitgaven leiden. De belastinginkomsten dalen door de crisis met bijna 30 miljard euro. Ongeveer 10 miljard euro bedraagt het belastinguitstel voor ondernemers. (Niet al deze maatregelen tellen mee in het begrotingstekort van dit jaar.) En dan zijn er nog de garanties die het kabinet geeft, bijvoorbeeld op bankleningen aan bedrijven. Samen zijn die goed voor 33 miljard euro.

Geen idee waar de steun eindigt

Waar het kabinet en de Kamer een halfjaar geleden nog konden bakkeleien over een paar honderd miljoen euro, oogt dat nu plots als een bescheiden bedrag. Hoe houden Kamerleden grip als er zulke grote getallen op ze afkomen? „Dat is af en toe best lastig,” zegt Snels van GroenLinks. „Er is nog nooit zo’n grote bijstelling geweest van de begroting,” zegt Henk Nijboer financieel woordvoerder van de PvdA. „Er gaat een enorme bak geld uit, maar je kan geen staat op de economie maken,” zegt Chris Stoffer van de SGP. „Ik heb geen idee waar deze steun van de overheid eindigt.”

Tien jaar geleden tijdens de financiële crisis werd ook veel geld uitgegeven maar het was toen overzichtelijker, zegt Eppo Bruins van de ChristenUnie. „Toen moesten een paar banken gered worden. Nu heeft een vijfde van alle werkende mensen een baan dankzij de loonsubsidie van het kabinet.” Om te illustreren hoe onvergelijkbaar de crisis in 2008 en die van nu zijn: de loonsubsidie NOW kost gedurende 7 maanden bijna 23 miljard euro, schat het kabinet. ING kreeg in 2008 in zijn eentje een kapitaalinjectie van 10 miljard euro. Het geld van ING kwam later met rente terug, de loonsubsidie niet.

Met elk nieuw steunpakket neemt de grip wel toe, vinden de Kamerleden. „Het debat over het eerste steunpakket uit maart was het meest frustrerende dat ik ooit heb gedaan. We hadden vier minuten spreektijd en twee interrupties,” zegt Snels. „Toen was er nauwelijks controle mogelijk. Nu meer. Maar het blijft spoedwetgeving en heel snelle besluitvorming.” Bruins: „Je ziet dat de steun minder generiek wordt. De voorwaarden die aan bedrijven worden gesteld worden steeds scherper. Daardoor is er ook meer grip.”

Je moet snel handelen in zo’n crisis,

Henk Nijboer financieel woordvoerder PvdA

De Kamerleden calculeren net als het kabinet in dat niet alle steun goed terechtkomt: het moet nou eenmaal snel. Nijboer: „Het is heel ruig wat er gebeurt. Er gaat gefraudeerd worden.” Maar het crisisbeleid kan nog steeds op brede steun rekenen. Nijboer: „Je moet snel handelen in zo’n crisis. Je kunt niet eindeloos delibereren over details.” Wat hij wel probeert, is op grote lijnen bijsturen: krijgen kwetsbare mensen wel genoeg steun?

De echte rekening van de crisis zal nog lang onduidelijk zijn. Zo is moeilijk in te schatten welke verliezen de staat zal lijden op de garanties die het nu afgeeft. Nijboer: „Ook oude garantstellingen kosten nu waarschijnlijk meer dan normaal.” Denk aan de Nationale Hypotheekgarantie.

En dan is er nog Europa. De Europese Unie voert ook crisisbeleid, waar Nederland aan meebetaalt, en ook daar worden garanties afgegeven. Bruins: „Er komen rekeningen aan voor de belastingbetaler, waar pas in de loop van het jaar een inschatting van te maken is.”

Wie profiteert ervan?

Hoe controleren de Kamerleden of al die steunmaatregelen even zinnig zijn? Dus of het geld op de juiste plek terechtkomt, of het goedkoper kon, wie ervan profiteert en wie verliest? Het antwoord is vaak eerlijk en ontnuchterend: dat lukt nu matig.

Evert-Jan Slootweg van het CDA vergelijkt het crisisbeleid van het kabinet met dat in andere landen en met lessen uit het verleden. Maar of het beleid effectief is? „Het doel is zoveel mogelijk banen behouden. Of dat werkt kun je, als ik heel eerlijk ben, alleen achteraf zien. De geschiedenis zal beoordelen of we het nu adequaat doen.” Bruins: „Er is geen gespiegeld land waar je een maatregel niet neemt.”

Ik heb liever dat je achteraf denkt: we hebben te veel gedaan dan te weinig

Chris Stoffer financieel woordvoerder SGP

Stoffer is financieel woordvoerder van de zuinigste partij op het Binnenhof, de SGP. De partij met 3 zetels staat erom bekend te hameren op het zoveel mogelijk in de schatkist houden van de miljarden. Maar juist Stoffer zit er nauwelijks mee dat hij weinig controle heeft op de effectiviteit van die tientallen miljarden. „In een crisis moet je handelen, niet gaan zitten krenteren. Ik zie mijn taak eerder andersom: is de steun wel ruimhartig genoeg? Ik heb liever dat je achteraf denkt: we hebben te veel gedaan dan te weinig. Natuurlijk zou je meer grip willen als Kamerlid. Maar dat kan niet want dan ga je nadenken en doe je niks.”

Maar als het kabinet dan zo snel zoveel geld uitgeeft, dan moet het achteraf wél scherp evalueren, zeggen financieel woordvoerders Joost Sneller van D66 en Snels van GroenLinks. Ze hameren er al jaren op dat het kabinet maatregelen beter moet onderbouwen. Snels: „We snappen allemaal dat het in crisistijd anders gaat. Maar als je vooraf niet iedere euro kunt wegen, moet je achteraf extra scherp evalueren. Wat zijn de lessen voor de volgende keer?”

Sneller en Snels dringen erop aan dat Hoekstra op Prinsjesdag duidelijk maakt hoe het crisisbeleid wordt geëvalueerd. Sneller: „Wat hielp nou echt? Wat zouden we anders doen?” Bijvoorbeeld: „Hebben we in de kern gezonde bedrijven overeind gehouden of zombiebedrijven?”

De Kamerleden mogen zich nu coulant opstellen, ze sorteren wel voor op de rekeningen die achteraf moeten worden vereffend. Neem de verzekeringsmarkt voor leverancierskredieten die het kabinet noodgedwongen overnam, met een garantstelling van 12 miljard euro. Alle verzekeraars dreigden zich terug te trekken: te riskant geworden. Dat had het economisch verkeer tussen veel bedrijven lamgelegd.

Snels: „Ik snap dat die ingreep nodig was: dit ging om de bloedsomloop van veel mkb-bedrijven. Maar hoe gaan we het miljard euro terugvragen dat het kabinet hierop potentieel denkt te verliezen? Het kan niet zo zijn dat verzekeraars in goede tijden winst maken en in slechte tijden de overheid verlies mag nemen.” Sneller: „Dit is de tweede keer in tien jaar dat deze markt opdroogt; tijdens de financiële crisis moest de overheid ook al inspringen. Dan is de vraag of dit wel een markt is.”