Verward, geprovoceerd en detentieongeschikt

Wie: Nico (59)

Kwestie: belaging, bedreiging, groepsbelediging

Waar: rechtbank in Assen

De Zitting

In het verdachtenbankje zit een grijze man met een afwezige blik in de ogen. Zijn schouders gestoken in een staalblauw colbert is het moeilijk voor te stellen dat deze vijftiger in het penitentiair psychiatrisch centrum „niet te handhaven” was. Nico is, zoals dat in justitiekringen heet, ‘detentieongeschikt’.

De verdachte was in het huis van bewaring zo agressief en onhandelbaar, vertelt de officier van justitie, dat hij met een rechterlijke machtiging moest worden opgenomen in een ggz-instelling. Daar kalmeerde hij pas nadat hij een paar dagen in een separeercel was opgesloten en gedwongen medicijnen had geslikt.

In feite bestaan er twee Nico’s. Vandaag zien we de Nico die zijn medicijnen inneemt. Maar doet hij dat niet, zoals ruim een jaar geleden, dan openbaart zich vroeg of laat een andere Nico. Een manisch depressieve man die in een psychose zijn omgeving de stuipen op het lijf jaagt. De buren in zijn flat, de fitnesslerares waar hij een oogje op had, de rouwende ouders van een overleden ex.

Het flatportiek behing hij met posters van de NSB, de Waffen-SS en de Noorse massamoordenaar Anders Breivik. Als bewoners die weghaalden, hing hij nog kwetsender pamfletten op. Op het prikbord dreigde hij „de ingewanden” van een flatgenoot „te voeren” aan diens hond. Een buurvrouw kreeg te horen dat ze „de Pasen niet ging halen”, omdat hij de flat „in lichterlaaie” zou zetten.

„Ik deed het om te provoceren”, bekent Nico. Als kleinkind van een NSB’er wordt hij al een leven lang „buitengesloten, gepest en als paria behandeld”. „Ik heb geen sympathie voor Hitler, maar als je zo wordt gezien, versterk je dat.” Toen een flatbewoner dreigde zijn hond op hem af te sturen, beloofde Nico hem „levend te villen”. Alleen de dreiging van de buurvrouw staat hem niet bij, maar „misschien is dat psychisch, door dissociatie”.

Snapt u dat de flatbewoners bang voor u zijn geworden, wil de oudste rechter weten.

Nico aarzelt. „Ik denk ook: het is mij overkomen, dan is het niet erg dat het anderen overkomt.”

„Zou u het weer doen?”

„Nu leef ik niet in een omgeving die mij als onwelkom ervaart.”

Afgewezen voelde Nico zich ook op de sportschool toen de fitnesslerares cadeautjes afsloeg – drie VVV-bonnen in hartjespaper. Keer op keer bleef hij tegen haar zin hangen. Toen de sportschool hem had geroyeerd, viel hij haar op sociale media lastig – „ik ging sarren”, zegt hij zelf. Met een foto van zichzelf voorzien van iets wat op een wapen leek. Grimmig: „Dat was niet om haar het hof te maken.”

Het patroon herhaalt zich, vat de voorzitter samen. Elke keer doet Nico er een schepje bovenop: in de flat, op de sportschool, als hij wordt aangesproken op het NSB-verleden van zijn grootvader. „Waarom?” Als de verdachte geen sjoege geeft, antwoordt zij: „Het is bij u: jij doet mij pijn, ik doe jou pijn, en het liefst nog een stukje harder. Terwijl u er ook voor kunt kiezen niet te reageren.”

Nico schudt het hoofd: „Dat heeft mijn vader gedaan. Hij was 52 jaar, en toen kreeg hij een hartaanval.”

Deskundigen adviseren om Nico de feiten verminderd toe te rekenen. Dat neemt de officier van justitie over. Ze eist vijftig dagen celstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden plus locatieverboden voor de flat en het winkelcentrum. Tijdens zijn driejarige proeftijd moet hij zich laten behandelen door de ggz-instelling, onder verplicht reclasseringstoezicht. „Om herhaling te voorkomen is het allerbelangrijkste dat meneer zijn antipsychotica blijft slikken.” En dwangmedicatie opleggen lukt alleen met een zorgmachtiging via de wvggz, niet met een strafrechtelijke maatregel.

De advocaat knikt instemmend. De medicijnen maken het verschil. „Hier zit een heel ander iemand dan vorig jaar werd aangehouden.” Ze pleit voor een gevangenisstraf niet langer dan het voorarrest en voortgaande ggz-behandeling eventueel onder reclasseringstoezicht. Een voorwaardelijke celstraf voor iemand die niet detentiegeschikt is vindt ze „een verkeerd signaal”. Net als een locatieverbod op het winkelcentrum. „Dat is overkill.”

Met uitzondering van het winkelcentrumverbod – „nergens blijkt uit dat verdachte daar contact heeft gezocht met zijn slachtoffers” – volgt de rechtbank de eis. Voor belaging, bedreiging en groepsbelediging wegens godsdienst krijgt Nico vijftig dagen celstraf – de duur van zijn voorarrest. Daarnaast mag hij „de ingezette ggz-behandeling” voortzetten, maar wel onder reclasseringstoezicht. Dwangmedicatie is vereist, herhaling moet worden voorkomen. „Zonder medicijnen vertoont verdachte agressief, obsessief en grensoverschrijdend intimiderend gedrag.”