Van commando tot parlementsvoorzitter

Ronnie Brunswijk, parlementsvoorzitter Suriname De laatste jaren schudde hij zijn omstreden imago van zich af en werd hij een echte leider voor zijn achterban.
In zijn parlementstoespraak sprak Brunswijk over de strijd die zijn voorouders leverden tegen Nederlandse kolonisten.
In zijn parlementstoespraak sprak Brunswijk over de strijd die zijn voorouders leverden tegen Nederlandse kolonisten. Foto Ranu Abhelakh/ANP

In Nederland is Ronnie Brunswijk (59) vooral bekend als leider van de guerillabeweging Junglecommando. Maandagmiddag lokale tijd werd hij per acclamatie gekozen tot voorzitter van het nieuw geïnstalleerde Surinaamse parlement. Hij is al jaren een machtige en zeer invloedrijke figuur in de Surinaamse politiek. Omstreden is hij eveneens.

In 2010 steunde Brunswijk zijn vroeger aartsvijand en NDP-leider Desi Bouterse en nam zitting in diens eerste regering. Met zijn Algemene Bevrijdings-en Ontwikkelingspartij (ABOP) behaalde hij bij de verkiezingen in mei dit jaar negen zetels – daarbij handig gebruik makend van het Surinaamse kiesstelsel, waarbij politici in het binnenland met relatief weinig stemmen toch veel zetels kunnen veroveren. Brunswijk beloofde vervolgens steun te verlenen aan een nieuw te vormen regering onder leiding van VHP-leider Chan Santokhi. Deze hoopt bij een volgende parlementsvergadering gekozen te worden tot president.

Bloedige strijd

Brunswijk had al vaker aangegeven geïnteresseerd te zijn in de rol van parlementsvoorzitter, een zeer machtige functie in het Surinaamse parlement. Als leider van het Junglecommando vocht hij tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) een bloedige strijd uit met het Nationaal Leger van toenmalige bevelhebber Bouterse. Zowel in Nederland als in Frankrijk is Brunswijk bij verstek veroordeeld voor drugshandel. De laatste jaren is Brunswijk succesvol ondernemer in Suriname. Hij bezit een aantal goudmijnen in het oosten van het land, en bezit een eigen voetbalclub en een voetbalstadion.

Lees ook: Plaats voor Anton de Kom in Nederlandse canon is ‘stap naar eerherstel’, zegt zijn zoon

Brunswijk is van Aukaans-Surinaamse afkomst, hij stamt af van marrons, ontsnapte plantageslaven die in de achttiende eeuw in het binnenland vrije leefgemeenschappen stichten. In zijn toespraak in het parlement, vlak na zijn installatie, vertelde Brunswijk over de strijd die zijn voorouders leverden tegen de Nederlandse kolonisten. „Nu, zoveel eeuwen later, hanteert een nakomeling van deze ontvluchte plantageslaven de voorzittershamer in het parlement.”

In het verleden kwam Brunswijk een aantal keer in opspraak door geweldsincidenten, met als resultaat een ruig imago dat lang aan hem kleefde. De laatste jaren lukte het hem dit van zich af te schudden. Hij maakte zijn studie bedrijfseconomie af in Suriname en in 2018 studeerde hij af als master of business administration (MBA) aan de Akamai University in Hawaï. Hij ontwikkelde zich tot leider voor zijn achterban

Bij de onderhandelingen na de verkiezingen in mei, tussen Santokhi en de vier oppositiepartijen (waaronder de ABOP), viel Brunswijk op door zijn doortastendheid en rustige uitstraling. Maar Brunswijk is zich bewust van de macht die hij heeft in het prille collectief en schroomt niet er voor zijn partij en zichzelf het beste uit te halen, zo bleek afgelopen weekend. Schriftelijke afspraken over de verdeling van ministeries, waarbij de verschillende coalitiepartijen hun wensen kenbaar hadden gemaakt, werden door Brunswijk verbroken. Hij wilde er meer uit halen.

Het parlementsvoorzitterschap is volgens ingewijden dan ook niet Brunswijks einddoel. De voormalige guerrillaleider zou uiteindelijk liefst vicepresident willen worden, melden Surinaamse media. In zijn eigen gelederen zou echter niet iedereen blij zijn dat Brunswijk zo veel macht wil; er zouden meer kansen moeten komen voor de nieuw generatie. Brunswijk benadrukte tijdens zijn speech dat zijn verkiezing heeft bewezen dat de marrons – in Suriname nog altijd een achtergestelde groep – nu een volwaardige plek hebben in samenleving en politiek. „Dit is historisch.”