Opinie

Staatssteun voor KLM moet niet gebaseerd zijn op vals sentiment

Luchtvaartmaatschappij

Commentaar

Het is dus in totaal 3,4 miljard euro staatsgeld voor de KLM geworden. Een bedrag dat nauwelijks nog opvalt tussen de tientallen miljarden aan steunbedragen die sinds maart als gevolg van de coronacrisis zijn uitgetrokken om mensen en bedrijven overeind te houden. Het leeuwendeel (2,4 miljard) van de steun aan KLM bestaat uit een garantieregeling voor private kredietverlening, het resterende miljard is een achtergestelde lening die in tranches zal worden uitbetaald.

Hiermee moet de al lang niet meer zelfstandige KLM niet alleen door de als gevolg van de wereldwijde corona-uitbraak veroorzaakte liquiditeitscrisis geloodst worden, maar moet het bedrijf er ook sterker uit naar voren komen, zegt het kabinet. Als grootaandeelhouder bepleitte Nederland al langer een herstructurering van de onderneming. Corona is hiervoor een extra reden, zo valt op te maken uit de brief die de ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) aan de Tweede Kamer hebben geschreven.

De 3,4 miljard euro die nu beschikbaar wordt gesteld biedt de staat de mogelijkheid extra voorwaarden te stellen. Waarbij de vraag is hoe hard en realistisch deze zijn. Temeer als bedacht wordt dat overal ter wereld concurrenten van KLM door nationale overheden worden bijgesprongen en dat het competitieve voordeel van Nederlandse steun zodoende relatief is. Maar het laat tegelijk zien dat het kabinet nauwelijks een keuze had. Niets doen is in deze vechtmarkt geen optie.

Schiphol en daarmee de Nederlandse economie zijn zodanig met KLM verweven dat het vrije marktmodel hier niet volledig kan opgaan. Niet voor niets is de Nederlandse overheid aandeelhouder. Dat heeft veel minder met KLM te maken dan met Schiphol als thuishaven van het bedrijf. Schiphol heeft nu eenmaal zijn cruciale functie in de economische structuur van Nederland. Dat wil zeggen, nog wel. Ook hier staat de wereld niet stil en moet er voor worden gewaakt dat de zo bijzondere betekenis van KLM tot dogma verheven wordt

Maar op dit moment is steun voor KLM onvermijdelijk, al blijft het een moeizaam verhaal. Een stringent en ingrijpend klimaatbeleid willen voeren en tegelijk één van de grote vervuilers steunen heeft iets paradoxaals. Daarom heeft het kabinet er verstandig aan gedaan duurzaamheid een rol te geven bij de voorwaarden, hoewel de voorzichtige toon dan wel weer opvalt. De ‘eis’ dat KLM zich „committeert” aan bestaande (internationale) afspraken om uitstoot te beperken en geluidshinder terug te dringen is immers niets anders de opdracht zich aan de reeds gemaakte regels te houden.

De voorwaarde om fors in te grijpen aan de kostenkant is begrijpelijk. Afzien van dividend en bonussen is logisch voor een bedrijf dat aan het infuus ligt. Maar dat ook verordonneerd wordt dat werknemers die minstens drie maal modaal verdienen ten minste 20 procent van hun salaris moeten inleveren gaat de bevoegdheden van de staat te boven. Het is aan de leiding van KLM te bepalen hoe de opgelegde kostenreductie tot stand wordt gebracht.

Nog altijd spreken velen over KLM als ‘onze nationale trots’. Toch moet niet op valse sentimenten gebaseerde trots maar rationeel belang leidend zijn bij het te hulp schieten van het bedrijf. Zulk belang heeft zijn grenzen. Dat geldt zelfs voor de KLM.