‘Ik dacht: ik ben anderen tot last’

Suïcidepreventie In Oost-Brabant worden alle tweedeklassers van middelbare scholen gescreend op depressieklachten en suïcidaliteit.

De screening op suïcidaliteit en depressieve klachten is onderdeel van het standaard gezondheidsonderzoek van de GGD in Brabant
De screening op suïcidaliteit en depressieve klachten is onderdeel van het standaard gezondheidsonderzoek van de GGD in Brabant Camille Wesser

Ze had veel vriendinnen en een „super thuissituatie”, maar tóch voelde ze zich niet lekker, vertelt een 17-jarige oud-deelneemster van Strong Teens and Resilient Minds (STORM). „Ik vond mezelf heel weinig waard, had het gevoel dat ik anderen alleen maar tot last was. Ik was moe, had geen zin om dingen te doen.”

Erover praten deed ze nauwelijks: ze vond dat ze niet mocht klagen en stopte haar gevoelens weg. Nu, vier jaar later, gaat het „best goed”. Daarom blijft ze liever anoniem. Haar naam is bij de redactie bekend.

Net als zo’n vijftienduizend andere middelbare scholieren uit haar regio werd de Brabantse in de tweede klas gescreend op suïcidaliteit en depressieve klachten. De screening wordt jaarlijks uitgevoerd sinds het schooljaar 2016-2017. Scholieren in Oost-Brabant krijgen bijvoorbeeld de vraag welke zin het beste hun gevoelens en gedachten van de afgelopen twee weken beschrijft: Ik ben soms verdrietig. / Ik ben vaak verdrietig. / Ik ben altijd verdrietig. En: Voor mij zal nooit iets goed verlopen. / Ik weet niet zeker of alles goed zal komen met mij. / Alles zal goed komen met mij.

Bij de ouders van de Brabantse viel enige tijd later een brief op de mat, met als kern: uw dochter is mogelijk somber. In de brief werd meteen al de STORM-training ‘Op Volle Kracht’ genoemd. Ze schreef zich in en volgde acht groepsbijeenkomsten, waarin ze in een groepje van drie en onder begeleiding van twee gedragsdeskundigen leerde spreken over haar sombere gevoelens en advies kreeg aangereikt om daarmee om te gaan.

Andere bril

De training gebruikt technieken uit de cognitieve gedragstherapie, waarbij de centrale gedachte is dat een negatief gevoel voortkomt uit een negatieve interpretatie van een gebeurtenis. Het idee: wie leert met een andere bril naar een situatie te kijken, kan zich beter gaan voelen.

De eerste bijeenkomst vond de Brabantse „heel spannend”, maar ze durfde zich al snel open te stellen. Ze begon haar gevoelens serieus te nemen en ontdekte dat ze er iets aan kon doen. „Het was leerzaam”, vertelt ze. „Gedachten beïnvloeden je gevoel en gedrag, maar het kan zijn dat je gewoon verkeerd denkt.”

Een voorbeeld: „Als ik een klasgenoot tegenkwam en diegene me niet aankeek, kon ik me heel eenzaam en verdrietig voelen. Zij vindt me niet leuk, dacht ik dan. Daar kon ik dan lang mee zitten. Door de training heb ik geleerd wat helpende en niet-helpende gedachten zijn. Dat je ook kunt denken: mijn klasgenoot heeft me gewoon niet gezien.”

Vooral de manier waarop STORM is georganiseerd, is vernieuwend, zegt Daan Creemers. Hij is als klinisch psycholoog en onderzoeker bij GGZ Oost Brabant verbonden aan het project. „We werken heel systematisch, door jaarlijks álle tweedejaars te screenen komen jongeren met depressieve klachten al vroeg in beeld.” Ook is er veel samenwerking en overleg tussen verschillende partijen, zoals GGD, ggz en scholen, zegt Creemers.

Van de jongeren die sinds 2016 in Oost-Brabant gescreend zijn, had ongeveer 10 procent depressieve klachten. Zo’n honderd jongeren volgden de training Op Volle Kracht. Vanwege de coronacrisis ligt STORM tijdelijk goeddeels stil; bedoeling is om in het nieuwe schooljaar weer te beginnen.

Dieptepunt

GGD’s in de rest van Nederland onderzoeken minstens eens per vier jaar middelbare scholieren, maar vragen naar depressieklachten en suïcidaliteit is niet standaard. Dat juist in Brabant zo’n groot preventieproject is gestart, lijkt geen toeval: in deze provincie plegen al jaren relatief veel mensen suïcide, met 2017 als pijnlijk dieptepunt. Toen overleden in Nederland 81 tieners door zelfdoding, van wie een kwart in Brabant.

Een commissie onder leiding van 113 Zelfmoordpreventie deed onderzoek naar deze plotselinge landelijke stijging en vond geen duidelijke verklaringen. Wel bleek dat veel ouders die hun kind verloren, zich vaak niet gehoord voelden door hulpverleners.

Directeur Rutger van Deursen van IVO-Deurne, een scholengemeenschap van vier middelbare scholen, werd rond 2015 binnen een jaar tijd geconfronteerd met vier suïcides van (oud-)leerlingen. Ze waren tussen de 14 en 17 jaar oud. De impact op school was „immens”, vertelt Van Deursen. „Toen dachten we: hier moeten we wat tegen doen. ”

Nu zijn scholen deelnemen aan STORM merkt Van Deursen dat signalen van depressiviteit en suïcidaliteit sneller worden opgemerkt. Alle mentoren van het tweede leerjaar volgden een training van 113 Zelfmoordpreventie.

Ze leerden onder meer dat je ‘gewoon’ kunt vragen naar doodsgedachten. „Daar schrok ik eerst van”, zegt Van Deursen. „Ik dacht: zou dat niet juist kunnen leiden tot een toename van suïcides? Maar al vrij snel had ik in de gaten dat je zelfdoding juist kunt voorkomen als je het niet onder de mat schuift.”

Van Deursen zit al dertig jaar in het onderwijs. Ook hem valt op hoe goed de samenwerking is tussen alle betrokken partijen. „Als ik een expert nodig heb op het gebied van depressie of suïcide, is de lijn heel kort. En je neemt elkaar serieus, iedereen weet waar hij of zij over praat.”

De 17-jarige Brabantse is blij dat er destijds hulp kwam. Ze is heus nog wel eens onzeker, maar raakt minder snel van slag. Als ze bang is dat een ander negatief over haar denkt, checkt ze vaker bij diegene of haar gedachte wel klopt. „En als ik me toch rot blijf voelen, dan blader ik terug in mijn trainingsboek.” Dan kijkt ze bijvoorbeeld naar pagina 12, waar ze voor zeven dagen invulde welke aardige dingen mensen tegen haar zeiden: ‘Wat een leuk shirt heb je aan.’ ‘Je haar zit leuk.’ ‘Ik hou van je.’

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl.