Hoe gaat ‘crisismanager’ Merkel Europa bijeenhouden?

Europese Unie Woensdag treedt Duitsland aan als EU-voorzitter. Merkel verkeert in een sterke positie om Europa door het economische postcoronadal te loodsen. Tegelijk speelt de vraag: wil en kan zij de EU grondig hervormen?

Merkel met de toenmalig Britse premier David Cameron (links) in 2014.
Merkel met de toenmalig Britse premier David Cameron (links) in 2014. Foto Olivier Hoslet/EPA

Zelfverzekerd begint Angela Merkel in de slotfase van haar kanselierschap aan een historisch zware opgave. Hoe kan de Europese Unie, ernstig aangeslagen en verzwakt door de coronacrisis, er weer bovenop worden geholpen?

Het komende half jaar bekleedt Duitsland het roulerend EU-voorzitterschap. Dat plaatst de bondskanselier, nog meer dan anders, in het centrum van de Europese politiek.

„Europa heeft ons nodig”, zei ze onlangs zonder valse bescheidenheid in de Bondsdag. „Zoals wij Europa nodig hebben.” De pandemie heeft volgens Merkel „blootgelegd hoe breekbaar het Europese project is”. De Unie staat door de coronacrisis en de economische neergang die daarvan het gevolg is „voor de grootste uitdaging in haar bestaan”.

Bijna vijftien jaar is Merkel nu aan de macht. Geen van de Europese regeringsleiders draait zo lang mee. De komende maanden zal niet alleen haar grote ervaring als crisismanager op de proef worden gesteld. Ze zal ook willen bewijzen dat ze in de EU gelooft, en dat ze bereid is politiek kapitaal te besteden aan het bijeenhouden en versterken van de EU.

Tot in haar eigen partij is er lang aan getwijfeld of ze wel echt oog had voor het Europese belang. „Ze maakt mijn Europa kapot”, zou Helmut Kohl (bondskanselier van 1982 tot 1998) in 2011 tegen vrienden hebben geklaagd.

Maar nu zegt Merkel – „als iemand die de eerste 35 jaar van haar leven in de DDR heeft geleefd” – dat Europa „me met zijn democratische belofte van vrijheid en gelijkheid met grote dankbaarheid vervult. En met de verplichting om me met volle kracht in te zetten voor deze Europese belofte.” Voor iemand die eigenlijk niet van grote woorden houdt, is dat bijna een geloofsbelijdenis.

Haar uitgangspositie voor het komende half jaar is sterk. Ze is in Duitsland nog altijd de meest gewaardeerde politicus – 71 procent van de Duitsers is volgens een recente peiling tevreden over haar.

Haar coalitieregering, die aanvankelijk door een reeks interne conflicten een zwakke indruk maakte, trekt sinds het begin van de coronacrisis op met gesloten gelederen. Haar christendemocraten staan hoger in de peilingen dan jaren het geval was, en zouden tegen de 40 procent van de stemmen krijgen.

Bovendien kan haar Europese politiek op bijzonder brede steun rekenen in het Duitse parlement. Euroscepsis zoals die in het Nederlandse parlement zo sterk is vertegenwoordigd, wordt in de Bondsdag alleen vertolkt door de radicaal-rechtse AfD.

Dat alles geeft Merkel waardevolle rugdekking voor als Duitsland straks in Brussel compromissen moet sluiten en diep in de buidel moet tasten.

Merkel met de Franse president Emmanuel Macron in 2017. Foto Julien Warnand/EPA

Dubbele opgave

De bondskanselier heeft zich een dubbele opgave gesteld voor het Europese voorzitterschap. Ze wil allereerst de gevolgen van de coronacrisis voor de volksgezondheid beperken en ten tweede economisch herstel krachtig bevorderen. Met het oog op de wat langere termijn wil ze de EU beter toerusten voor een toekomst waarin Europa meer op zichzelf is aangewezen. Het doel is de Europese soevereiniteit te bevorderen in een wereld die in toenemende mate wordt gedomineerd door de Verenigde Staten en China.

Nóg twee grote kwesties staan de komende maanden hoog op de Europese agenda: de onderhandelingen over de nieuwe EU-begroting en de afhandeling van de Brexit. Maar daarbij heeft Duitsland als EU-voorzitter niet het voortouw.

Europees klimaatbeleid, digitalisering en de betrekkingen met China, zullen het met minder aandacht moeten doen dan Berlijn zich had voorgenomen voordat de coronacrisis uitbrak. Voor het migratiebeleid komt de Europese Commissie in september met een nieuw initiatief.

Eigenlijk galmde het startschot voor het Duitse voorzitterschap, dat officieel op 1 juli begint, zes weken geleden al door Europa. Op maandag 18 mei presenteerden Merkel en de Franse president Macron samen hun reusachtige financiële herstelplan ter grootte van 500 miljard euro.

Het plan was een belangrijk signaal. Duitsland, dat zich altijd had verzet tegen het samenvoegen van schulden in de EU, was er nu mee akkoord dat de Unie schulden aangaat voor de financiering van het reddingsplan. Om de EU bijeen te houden maakte Merkel een politieke draai van jewelste, als opmaat naar de zes maanden waarin zij het voorzitterschap bekleedt.

Inmiddels heeft de Europese Commissie een eigen, nog omvangrijker plan op tafel gelegd, waarover nu moeizaam wordt onderhandeld. Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden hebben er bezwaar tegen gemaakt dat hulpgelden voor landen in grote financiële nood als giften of subsidies uitgekeerd kunnen worden, in plaats van als leningen, die terugbetaald moeten worden.

In Duitsland is daar politiek veel minder weerstand tegen. In de Bondsdag noemde oud-SPD-leider Martin Schulz, die ook voorzitter was van het Europees Parlement, Nederland en zijn medestanders honend „rijkdomsseparatisten”. Alleen de liberale FDP protesteerde openlijk tegen die misprijzende formulering.

Merkel drukte zich dit weekeinde diplomatieker uit. „Ik verwacht van ieder van ons dat we ons ook eens verplaatsen in de situatie van de anderen, en vanuit hun perspectief naar de problemen kijken”, zei ze in een interview met de Süddeutsche Zeitung en enkele andere Europese kranten. Voor landen die al erg veel schulden hebben „zijn extra leningen minder zinvol dan subsidies. Ik werk eraan om ook die landen te overtuigen die tot nu toe met leningen instemmen, maar subsidies afwijzen.”

Merkel met toenmalig Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker (links), EU-commissaris Frans Timmermans (achter) en toenmalig voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk (rechts) in 2015. Foto Olivier Hoslet/EPA

Geopolitieke achtergrond

Dat Merkel opeens de hand niet meer op de knip houdt, heeft zowel een economische als een geopolitieke achtergrond. Als grootste en sterkste economie van Europa heeft Duitsland vergeleken met veel zuidelijke landen relatief goede kaarten om de crisis te boven te komen. In eigen land heeft de regering-Merkel al honderden miljarden uitgetrokken om de economie weer op gang te brengen, bedrijven draaiende te houden of zelfs deels te nationaliseren.

Armere EU-lidstaten hebben veel minder financiële mogelijkheden. Als zij geen hulp krijgen, dreigt niet alleen een belangrijke afzetmarkt voor Duitsland te verschrompelen, maar de kloof tussen arme en rijke landen in de EU dreigt dan nog groter te worden dan hij al is.

Dat zou het machtsevenwicht in de EU gevaarlijk kunnen verstoren, beseft de politieke klasse in Duitsland. Als het grote, rijke land midden in Europa nóg sterker wordt terwijl andere landen achterblijven, dan kan dat de weerzin tegen en de angst voor een wederom opvallend dominant Duitsland gemakkelijk aanwakkeren.

„We mogen niet toelaten dat de pandemie leidt tot het uiteendrijven van de economische perspectieven van de lidstaten, en daarmee tot een verzwakking van de gemeenschappelijke interne markt, een kernelement van Europa”, zei Merkel eerder deze maand. Het is, met andere woorden, een welbegrepen Duits eigenbelang om te zorgen dat de balans in Europa niet verder verstoord raakt.

Onduidelijk is nog of Merkel ook veel werk zal maken van het voornemen de Unie op een nieuwe leest te schoeien. Macron wacht al bijna drie jaar tevergeefs op Duitse bereidheid om aan zijn hervormingsplannen mee te werken.

Het regeerakkoord van het huidige (vierde) kabinet-Merkel, van CDU/CSU en SPD, leek aanvankelijk een teken dat Berlijn de uitgestoken hand van Parijs wilde aannemen. „Een nieuw begin voor Europa”, luidt de ambitieuze titel daarvan. Tot veel concrete, nieuwe stappen hebben die woorden niet geleid – totdat Merkel en Macron hun herstelplan presenteerden.

Opeens meenden Duitse politici, onder wie minister van Financiën Olaf Scholz (SPD), dat nu eindelijk een stap gezet was op weg naar een echte politieke unie en een Verenigde Staten van Europa. Merkel zelf gebruikt die laatste term niet. Ze pleit voor behoedzaamheid in deze kwestie, en zegt dat er in de huidige crisissituatie geen tijd is om verdragsveranderingen door te voeren.

Wel benadrukt Merkel vaak dat de Europese landen veel nauwer moeten samenwerken, bijvoorbeeld bij buitenlandse politiek en defensie. Maar het voorzitterschap duurt maar zes maanden, en in die korte periode kan Duitsland op dit gevoelige terrein hoogstens nieuwe besprekingen in gang zetten.

De ervaren politicus Alexander Lambsdorff van de liberale FDP, in Europa zusterpartij van de VVD en D66, verwacht niet dat Merkel met grote impulsen voor hervorming en verdere integratie van de EU komt, of zelfs met maar een visie daarop. „Dat heeft ze nooit gedaan. Ze is altijd een crisismanager geweest, nooit een Helmut Kohl. Dat zal niet meer veranderen.”

Correctie (29 juni 2020): in een eerdere versie van dit artikel stond dat Duitsland voorzitter wordt van de Europese Raad. Dat moet zijn: voorzitter van de Raad van de Europese Unie, of korter: EU-voorzitter. Hierboven is dat aangepast.