Duitse justitie onderzoekt 30.000 verdachten in misbruikzaak Bergisch Gladbach

Kindermisbruik De politie denkt dat bij het grote misbruikonderzoek ‘EG Berg’ 30.000 verdachten betrokken zijn. Er zijn er tot nu toe zo’n zeventig geïdentificeerd.
Duitse politiemensen in Frankfurt. Archiefbeeld.
Duitse politiemensen in Frankfurt. Archiefbeeld. Foto Ralph Orlowski/Reuters

Justitie in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen heeft in een groot kindermisbruikonderzoek dertigduizend verdachten in beeld. Dat heeft hoofdaanklager Markus Hartmann maandag bekendgemaakt. Het onderzoek genaamd ‘EG Berg’ loopt al maanden en leidde de politie al naar zo’n zeventig verdachten, maar de identiteit van het overgrote deel is nog niet achterhaald, aldus Hartman. „We willen de daders en facilitatoren van kindermisbruik uit de anonimiteit van het internet halen.”

De politie kwam de misbruikzaak eind oktober op het spoor toen in Bergisch Gladbach, even buiten Keulen, de 43-jarige Jörg L. werd aangehouden op verdenking van misbruik van zijn twee jaar oude kind. Het misbruik zou al begonnen zijn toen ze drie maanden oud was. Het onderzoek leidde politie en justitie naar een ondergronds netwerk van kindermisbruikers die informatie en terabytes aan beelden met elkaar deelden.

Het onderzoek bleek zo omvangrijk dat er tientallen en op het hoogtepunt zelfs driehonderdvijftig politiemensen tegelijk mee bezig waren. Een van de verdachten, de 27-jarige militair Bastian S., werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Hij misbruikte zijn dochter, stiefzoon, nichtje en nog een vierde kind. Hij noemde Jörg L. in de rechtbank een goede vriend, meldden Duitse media. De twee wisselden hun slachtoffers ook met elkaar uit.

Taskforce

Voor het vervolg van het onderzoek is vanaf woensdag een nieuwe taskforce actief, kondigde de minister van Justitie Peter Biesenbach van Noordrijn-Westfalen maandag aan. Die zal geleid worden vanuit de speciale cybermisdaadafdeling van het openbaar ministerie in de deelstaat. Toch overschrijdt het onderzoek nu al de grenzen van de deelstaat. Er zijn ook verdachten aangehouden in andere delen van het land en in het buitenland.

„De daders die met elkaar communiceerden beschouwen kindermisbruik als ‘normaal’ en treffen daar een aanzienlijke groep gelijkgestemden. De drempel wordt verlaagd. En dat is het criminalistiek opmerkelijke in deze zaak”, aldus Hartmann. Biesenbach vindt dat de manier waarop deze groep geopereerd heeft ook aantoont dat er effectiever opgetreden moet worden in de niet-openbare delen van het internet, waaronder chatgroepen en op fora. Het blijkt moeilijk om de identiteit van gebruikers te achterhalen omdat dat soort gegevens niet opgeslagen worden. „Als we kindermisbruik via internet effectief willen bestrijden, moeten we ook naar de wettelijke regels voor data-opslag praten. Het ene kan niet zonder het andere.”