Opinie

Liefdeskantoor

Claudia de Breij

Claudia de Breij

De stewardessen zijn boos op mij! En de piloten ook. Nadat ik op deze plek schreef dat het kabinet met twee maten meet in het verlenen van steun aan noodlijdende bedrijven (en dat de cultuursector daar een stuk bekaaider vanaf komt dan de luchtvaartsector) voelden sommige KLM-mensen zich midden in hun blauwe hart geraakt.

Onnodig, lieve stessen, want ik misgun de harde werkers van die luchtvaartbranche niets – ook niet in die column. Ik gun de harde werkers uit de cultuursector alleen hetzélfde. Als ik vraag om gelijke behandeling pleit ik er niet voor dat we allemaal even slecht worden behandeld, maar allemaal even goed. All onder de coronacrisis lijdende sectoren matter, en dan kom je dús op voor de sector waar nog het minste steun voor is.

Maar! Lieve stewardessen, beste cultuurmakers, wij hebben állemaal geen recht van spreken als we kijken naar onze collega’s in de seksindustrie. Die mogen pas in september weer open. (Open, ja. De sekswerkers. Heeft u hier beeld bij? Ik wel.)

Dat betekent dat ze nu dus al maanden niks verdienen, terwijl de huur van hun peeskamertjes doorloopt. (O, wacht, peeskamer zul je wel niet meer zeggen. Even denken, hoer is tegenwoordig sekswerker, peeskamer is dan sekswerkruimte. Liefdeskantoor? Met een bureau en een copuleermachine? Enfin.) De sekswerkers, die hebben het echt het slechtst van ons allemaal. Wij, stewardessen, cabaretiers, wij kunnen nog zeggen: ‘Help! We zijn belangrijk! Vliegen en zingen zijn toch zo leuk voor de mensen!’ maar wat zegt Felicia Anna van Red Light United, de belangenvereniging van de sekswerkers? „We verschillen niet van andere contactberoepen zoals schoonheidsspecialisten en kappers.” Mócht ik al hebben gespaard voor een avondje in het rode licht, dan begint de lust hier toch wel te zakken. Als het zo weinig opwindend is, kan ik net zo goed naar de pedicure voor dat geld, want „sekswerk is geen zwoele vrijpartij zoals in Titanic”, zegt Anna in de Volkskrant, „maar vrij klinisch en professioneel, met veel oog voor hygiëne. Het werk is net zo inspannend als het werk van een masseuse.” Hygiëne is sowieso een speerpunt in de sector, dus zoenen gebeurt niet en er werd al regelmatig afgetrokken met een condoom, leer ik. Wauw. Ik heb echt te weinig heteroseks gehad om zoiets tot een goed einde te kunnen brengen. Bij mij zou de kamer er na afloop uitzien als na een droevig feestje met het tapijt vol teleurgestelde ballonnen, maar al dat vakmanschap, pardon, vakvrouwschap, sorry, vakwerkschap blijft nu dus onbenut.

Al zijn de sekswerkers er klaar voor. Er is zelfs al een protocol waarin staat dat zowel de klant als de sekswerker mondkapjes en latex handschoenen moet dragen. Ik zie het voor me. En ween. Wij van cultuur en luchtvaart proberen onszelf zo aantrekkelijk mogelijk te presenteren, maar in de seksindustrie moet je jezelf uit de markt prijzen om er weer op te mogen.

Wie springt voor deze sector op de bres? Ik bel Farmers Defence Force, of ik een tractor van ze mag lenen. Dan rij ik naar het Malieveld en plant daar mijn spandoek: ‘Trots op de hoer’.

Aanvulling (1 juli 2020): het kabinet heeft inmiddels versoepelingen aangekondigd per 1 juli, waaronder voor de sekswerkers.