Benno Tempel: ‘Gaat reizen eigenlijk niet over verlangen?’

Openhartig Het Kunstmuseum Den Haag kon in juni eindelijk weer open, met onder andere de expositie Breitner vs Israels – Vrienden en rivalen. Directeur Benno Tempel (48) beantwoordt acht vragen, vrij naar Marcel Proust.
Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP, bewerking NRC

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

„Tweeslachtig. Het is een treurige, verdrietige tijd. Door corona, de pijn die nu zo zichtbaar wordt door Black Lives Matter. Maar ik voel ook hoop dat er nu eindelijk eens dingen gaan veranderen. Meer inclusiviteit, meer oog voor wat we als samenleving echt belangrijk vinden. We klappen voor de zorg, zet dat om in steun. En de politiek zou zich eens uit moeten spreken over hoe belangrijk cultuur is voor een samenleving.”

Wat is uw meest typerende eigenschap?

„Ik hou ervan ineens een ander kant op te denken. Dan verwachten mensen dat ik A ga zeggen, en dan is het ineens B. Dat vind ik ook interessant in muziek of in kunst, dat er een onverwachte twist in zit, een break. Dat maakt het spannend.”

Waarvan heeft u het meeste spijt?

„Dat het niet gelukt is een belangrijk schilderij te kopen van Max Beckmann, een grote Duitse kunstenaar. Dat was once in a lifetime. Dat ik de Van Eijck-tentoonstelling in België niet gezien heb door corona, terwijl ik begin dit jaar nog in de buurt was en dacht: dat doe ik later wel een keer. Privé vind ik het moeilijk dat mijn huwelijk met mijn eerste vrouw, de moeder van mijn kinderen, stuk liep. Het ging niet meer, dat weet ik, maar toch voelt het als falen.”

Wat is het mooiste panorama?

„Ik hou enorm van Ierland en Schotland, de oceaan, dat weidse, ruige eeuwenoude landschap waardoor je de link met het verleden voelt. Niet dat ik er vaak kom, hoor. Maar gaat reizen niet over verlangen? Alleen al de Sehnsucht is soms voldoende.”

Wat is uw favoriete historische tijdperk?

„Het Interbellum. Dat breekpunt waarop een oude wereld op z’n grondvesten schudt en er een nieuwe wereld ontstaat. Wat er toen in de kunst en de literatuur en de wetenschap gebeurde, is waanzinnig. Thomas Mann, James Joyce, Nescio, Duchamp, het kubisme, de bestudering van de kosmos, medische ontdekkingen. Er werd een urgentie gevoeld die enorme krachten losmaakte.”

Voelde u zich ooit ergens thuis?

„Al sinds mijn puberteit merk ik dat er iets in mij opengaat als ik een museum binnenloop. Ik las altijd veel als kind, maar wat ik zag in schilderijen of beeldhouwwerken kon ik vaak niet goed verklaren. Ik had er geen woorden voor. Die onbegrijpelijkheid vond ik interessant.”

Lijkt u nog op het kind dat u vroeger was?

„Elk mens heeft denk ik een leeftijd die het best bij hem past. Ik voel me soms nog een jongetje van acht. Lekker keten. Ik ben ook snel enthousiast. Já! Hé, kóm, ga je mee?”

Maakt u deel uit van iets groters?

„Niet in religieuze zin, wel in spirituele. Hoe de lijnen vanuit de geschiedenis resoneren in het heden. De verbondenheid die ik ervaar met voorwerpen uit het verleden en de mensen die ze destijds maakten of gebruikten, kan me ontroeren.”