‘Nederlandse regering negeert corruptie Nigeria’

Hans Smaling De ervaren diplomaat Hans Smaling moest onlangs tegen zijn zin met pensioen. Hij vermoedt vanwege zijn kritiek op de betrokkenheid van Nederlandse multinationals en de Nederlandse overheid bij de „endemische corruptie” in Nigeria. „Ik heb het nergens zo erg gezien.”

In 2019 was premier Rutte op handelsmissie in Nigeria, samen met topmannen en -vrouwen van Shell, IHC, Heineken, Philips, Nutreco, FrieslandCampina, Parlevliet en East-West Seed. Foto Bart Maat/ANP
In 2019 was premier Rutte op handelsmissie in Nigeria, samen met topmannen en -vrouwen van Shell, IHC, Heineken, Philips, Nutreco, FrieslandCampina, Parlevliet en East-West Seed. Foto Bart Maat/ANP

Opdrachten binnenhalen in Nigeria zonder smeergeld te betalen? „Onmogelijk.” Nigeriaanse politici enthousiast krijgen voor Nederlandse bedrijven, zonder cadeaus? „Niet te doen.” En deze boodschap in Den Haag verkondigen? „Helaas net zo ingewikkeld.”

Van alle posten waar de onlangs gepensioneerde Hans Smaling diplomaat was – Washington, Jakarta, Peking, Paramaribo, om er een paar te noemen – was Nigeria de allermoeilijkste. En nadat hij het ministerie had gewaarschuwd over mogelijke betrokkenheid van Nederlandse multinationals – en indirect ook de Nederlandse overheid – bij de „endemische corruptie” daar, was het meteen ook zijn laatste post.

Smaling, nu 67, was al voorbij de zestig toen hij aantrad als ‘economisch gezant voor West-Afrika’. Standplaats: een bijkantoor van de Nederlandse ambassade in Lagos. Zijn gloednieuwe functie van diplomatieke regional business developer was bedacht tijdens het kabinet-Rutte I en bedoeld om het Nederlandse bedrijfsleven te promoten in een regio met mooie groeicijfers.

Hij had zijn twijfels, vooral voor zijn gezin. Hoe laveer je jonge kinderen veilig door het hysterische verkeer van Lagos, naar een school die wordt bewaakt door mannen met kalasjnikovs? En hoe organiseer je een veilig huis in een land waar kidnapping heel gewoon is? Aan de andere kant: zo is het leven van een diplomaat. En ondanks zijn lange staat van dienst had hij de posten ook niet meer voor het uitkiezen.

Veel problematischer, zag Smaling toen hij in het voorjaar van 2015 een kennismakingsrondje deed door de regio, was de staat van de Nigeriaanse economie. De schrijnende armoede, pal naast het ultrakapitaal. Het gebrek aan toekomst voor kinderen, waar er steeds meer van kwamen. De vervuiling, de fragiele economie die volledig afhankelijk was van olie en gas. Het zwakke bestuur. Maar vooral: de wijdverspreide corruptie. Er gebeurt in Nigeria niets, níéts, zonder dat er met geld wordt geschoven, zegt Smaling. „Ik heb het nergens zo erg gezien.”

Dat Nederlandse bedrijven in Nigeria hun handen vuil moeten maken – al dan niet via slimme constructies – is voor hem een gegeven. De Nederlandse overheid moet daar ver van blijven en indien nodig ingrijpen, vindt hij. Maar dat botste met zijn nieuw gecreëerde functie, waarin hij complete businessplannen moest schrijven. „In feite moest ik namens de Nederlandse overheid de belangen van de bv Nederland pushen en indirect vormen van mogelijke corruptie faciliteren. Belachelijk.”

Boterhammen en tieners

Hans Smaling zit in een rieten stoel in de achtertuin van zijn huis in Wassenaar, zijn Indonesische vrouw serveert boterhammen, zijn tieners zitten binnen. Hij leest een boek over de veranderende rol van Amerika in de Indische Oceaan.

Hij is tegen zijn zin sinds 1 juni gepensioneerd, maar het departement is nog niet uit zijn systeem. Zo zit de „fundamentele onmogelijkheid” van zijn laatste functie in Nigeria hem nog hoog. Net als zijn kritiek op het huidige, „te veel op handel gerichte” buitenlandbeleid van Nederland. Hij vermoedt dat Buitenlandse Zaken vanwege zijn kritiek daarop van hem af wilde.

Na 34 jaar buitendienst weet Smaling prima hoe het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland opereert. Hij weet hoe je dat als diplomaat kan faciliteren, maar ook hoe je daar soms gepaste afstand van houdt. Na zijn opleiding op instituut Clingendael, het diplomatenklasje, begon hij in 1987 als consul in Suriname. De decennia erna bekleedde hij hoge functies op de posten in Beijing, Ryad, New York, Jakarta, Washington, Boekarest. Tussendoor was hij plaatsvervangend chef van de West- en Oost-Afrika-desk bij Buitenlandse Zaken.

In de meeste landen kunnen Nederlandse bedrijven normaal en goed zakendoen, zag Smaling. Maar niet in Nigeria. Neem de Zwitsers-Nederlandse grondstoffenhandelaar Vitol, die vanuit Rotterdam zwaar vervuilde diesel naar Nigeria verscheept waar tot wel tweehonderd keer zoveel zwavel in zit als wat in Europa is toegestaan.

Smaling: „Is dat dan wat we willen?” Vanuit zijn netwerk kreeg hij informatie over grote Nederlandse bedrijven die problemen met de Nigeriaanse douane ‘afkochten’. Hij hoorde „hardnekkige geruchten, uit betrouwbare bronnen” over oliebedrijf Shell, dat koffers vol contant geld over zou hebben gehad om het mega-olieveld OPL 245 voor de Nigeriaanse kust te bemachtigen. De Shell-top op het hoofdkantoor in Den Haag zou daar van af hebben geweten. „Ik heb de hoofdofficier van justitie in Nederland hier in het najaar van 2017 in een persoonlijk gesprek nog op gewezen. Dat het OM daar écht naar moesten kijken.”

Lees ook: U wist dat Shell toestemming voor de deal nodig had?

Jezelf terugverdienen

Juist in dit land moest Smaling ‘zichzelf terugverdienen’ – in die termen spraken de kabinetten-Rutte over ambassades. Minder ouderwetse diplomatiek, meer belangenbehartiging voor Nederlands bedrijven. De afdeling voor buitenlandse economische betrekkingen, DGBEB in Haags jargon, was hiertoe in 2012 overgeheveld van Economische Zaken naar Buitenlandse Zaken.

Voor „de bevordering van de concurrentiepositie van Nederland” werd een nieuwe functie gecreëerd: die van economic envoy/regional business developer. Deze speciale gezanten werden gestationeerd in voor Nederland economisch interessante gebieden, zoals Singapore, Dubai, Lima, Kopenhagen en Nigeria.

Toen hij in 2015 naar Nigeria vertrok had Smaling bedenkingen. Hij was rond de millenniumwisseling al even diplomaat geweest in het land. Nigeria leek rijker dan voorheen, door de hogere olieprijs, maar er waren geen fundamentele veranderingen. „De bureau-economen bij het DGBEB hadden zich blindgestaard op de mooie groeicijfers, zonder zich in de onderliggende problemen te verdiepen.”

Hij probeerde zijn functie vorm te geven, met een initiatief voor een landbrug door het dichtgeslibde Lagos. „Ik dacht: dit is infrastructuur, dat is goed voor het land. En Nederlandse bedrijven zijn hier expert in.” Samen met de Duitse bouwgigant Julius Berger, Boskalis, Van Oord, Royal Haskoning, private Amerikaanse financiers, de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, de Wereldbank èn de Nigeriaanse overheid kwam er een plan.

„We konden beginnen. Maar er gebeurde niets, het hele idee ging als een nachtkaars uit. Waarom? Omdat volgens de Nigeriaanse overheid de private partijen zich niet aan hun afspraken hadden gehouden. Lees: omdat er geen smeergeld werd betaald. En dan gaat de carrousel niet draaien.”

En zo begon Smaling steeds meer te twijfelen aan zijn functie: „Nigeria is een belangrijk land, too big to fail zoals de Amerikanen en de Britten zeggen. Maar Nederland zit er nu alleen voor zichzelf. Als we daar iets willen betekenen, dan moeten we samen met de internationale gemeenschap en de Nigeriaanse overheid werken aan het investeringsklimaat, aan de opbouw van het land, aan macro-economische stabiliteit, hervormingen en regelgeving. Niet zoals de Chinezen, die zonder vragen over smeergeld projecten financieren. We moeten er diplomatiek in zitten, zoals we dat in het verleden ook in Indonesië deden. Uiteindelijk levert dat veel meer op, voor iedereen.”

Dat was niet wat het departement van de economisch gezant wilde horen, kreeg hij terug. „Ik moest positief geformuleerde businessplannen opstellen, kansen genereren voor Nederlandse bedrijven, klussen wegzetten.”

‘Immoreel maar wel voordelig’

Meerdere malen waarschuwde Smaling zijn leidinggevenden. Hij uitte zijn kritiek bij departement en in 2017 ook bij de verantwoordelijke ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel).

„Ik schreef een bijdrage in de weekendmap voor de ministers. Daarin stelde ik de endemische corruptie in Nigeria aan de orde. Ik schreef dat ik het merkwaardig vond dat de Nederlandse overheid bedrijven faciliteert, die zich daar in moeten laten met corrupte praktijken. We gaan toch niet terug naar de tijden van de gouverneur-generaal in voormalig Nederlands-Indië, Abraham van Riebeeck, die zei: „Het is immoreel maar wel voordelig”. Ook noemde ik Shell. Het was duidelijk dat geen enkel bedrijf – zelfs niet Shell – in Nigeria ontkomt aan grove corruptie.”

Lees ook: Nederlandse ambassadeur lekte naar Shell

Ook sprak Smaling regelmatig met de ambassadeur in de hoofdstad Abuja, Robert Petri. Die werd in 2019 van zijn post gehaald, nadat hij zelf geheime informatie over het strafrechtelijk onderzoek naar Shell aan het oliebedrijf had gelekt, zoals NRC onthulde.

De kritiek was dat Petri te dicht op Shell zat. Het waren die artikelen die Smaling ertoe aanzette NRC te benaderen. Smaling wil het voor Petri opnemen. „Petri lijkt de scapegoat van het departement en krijgt alle schuld toebedeeld. Hij mag niet met de pers praten. Maar hij is door Buitenlandse Zaken op pad gestuurd met de opdracht om vierkant voor het Nederlandse bedrijfsleven te staan.”

Maar antwoord op al zijn opmerkingen – bij Petri, op het departement, bij de ministers – kreeg Smaling nooit. Wel werd de functie van economic envoy in Lagos na zijn vertrek opgeheven en moest ook Smaling zelf vertrekken.

Dat hoorde hij vlak voordat hij in 2018 terug zou keren naar Den Haag, tijdens een videocall met de hoogste ambtenaar van de afdeling Buitenlandse Economische Betrekkingen. „Die zei: „Hans, we weten dat je intern aan het solliciteren bent, maar wij vinden dat je met pensioen moet en plaatsmaakt voor jongere mensen.” Ik heb hem geantwoord: „Ga zelf maar met pensioen’. Ik was wel 65, maar had een ambtelijke aanstelling tot mijn 70ste. Dit was leeftijdsdiscriminatie.”

Terug in Den Haag wilde Smaling een mooie laatste klus vinden, op het departement of een buitenlandse post. Hij had bijna veertig jaar lang – Lagos daargelaten – met veel plezier en betrokkenheid bij Buitenlands Zaken gewerkt en hoopte op een goede afsluiting van zijn loopbaan. Maar het was alsof er een stille afspraak lag. Dat Smaling niet meer de juiste man was voor de moderne diplomatie.

De koopman voert de boventoon

Buitenlandse Zaken is bureaucratischer en ambtelijker geworden, alle mooie verhalen over een moderne slagvaardige organisatie ten spijt, zegt de oud-diplomaat. „De bezuinigingsdrift is doorgeslagen. Zie de verslechterde arbeidsvoorwaarden of het tragische gebouw aan de Rijnstraat in Den Haag, dat te klein is en waar de gevel vanaf valt.”

Intern lijkt alles om geld besparen te draaien, terwijl naar buiten toe de nadruk te veel ligt op geld verdienen voor Nederland, zegt Smaling. „De koopman voert de boventoon. Ambtenaren die daar kritiek op hebben, worden niet gewaardeerd. Vroeger was er meer debat en nieuwsgierigheid naar de wereld.”

En bovendien, zegt Smaling, is het kortzichtig om te denken dat het Nederlandse belang altijd samenvalt met het belang van bedrijven als Shell en Heineken. „Het sommetje klopt niet. Er is op lange termijn veel meer te winnen voor Nederland als Nigeria een normaler functionerende economie heeft. Daar profiteren allerlei bedrijven van en niet alleen een paar multinationals die bereid zijn heel ver te gaan, in ruil voor de zeer hoge winsten die ze dankzij het verpeste systeem uit Nigeria meenemen.”

Noem het welbegrepen eigenbelang, zegt Smaling. „Er is nooit echte interesse geweest vanuit Den Haag voor dit belangrijke land. We proberen bedrijven te helpen er wat te verdienen, maar dat is te schraal. Het echte punt is dat als we het daar niet beter maken, er straks heel veel arme Nigerianen naar Europa komen. De bevolking groeit explosief, in 2050 naar vijfhonderd miljoen inwoners.”

Dit kritische geluid zal Buitenlandse Zaken nog missen, zegt Smaling. „Rutte was eind 2019 op staatsbezoek in Nigeria, met Shell-topman Ben van Beurden en allerlei directeuren van grote bedrijven. Hij was er om de deuren te openen. Maar ik weet hoe dat daar gaat, daar moet Nederland zich geen enkele illusie over maken.”

Reageren? Onderzoek@nrc.nl

Correctie (29 juni): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Lagos de hoofdstad is van Nigeria. Sinds 1991 is echter Abuja de hoofdstad. Dat is aangepast.