Reportage

Wat werkgevers doen voor arbeidsmigranten: van ‘coronachefs’ tot ander vervoer

Arbeidsmigranten en corona Welke maatregelen nemen bedrijven om uitbraken zoals in slachthuizen te voorkomen? NRC nam een kijkje, onder meer bij distributiecentra en fruittelers.

Foto Merlin Daleman

‘Could be better”, glimlacht Olga, terwijl ze haar ogen schouderophalend ten hemel slaat. De Poolse hangt voorovergebogen op het stuur van haar fiets, haar geblondeerde krullen vangen nog net een strook avondzon.

Wat er dan beter kan? Er is hier „weinig privé”, zegt ze. Zij en haar man hebben met z’n tweeën een kamer, maar de douches, toiletten en keuken delen ze met hun woonlaag. Het werk „in de bloemen” is zwaar, maar betaalt „goed”. En terug naar Polen, waar ze niet konden rondkomen, wil ze ook niet.

Het is broeierig warm, dus zitten de voornamelijk Oost-Europese arbeidsmigranten van uitzendbureau Ruigrok Productie nog lang op de picknicktafels buiten, voor het pand. Op de Pastoorslaan in Hillegom verblijven 71 mensen, die bij tuinbouwbedrijven en distributiecentra in de buurt werken. Het gebouw telt drie verdiepingen.

Volgens Ton Ruigrok, bij het uitzendbureau verantwoordelijk voor de huisvesting, wonen alle 1.500 arbeidskrachten volgens de regels van de Stichting Normering Flexwonen. Er is minimaal één toilet en een douche per acht mensen en het merendeel van de mensen zit in een kamer voor twee personen.

NRC nam deze maand poolshoogte bij een tiental distributiecentra, vleesverwerkers, groente- en fruitbedrijven en een huisvestingsplek voor arbeidsmigranten, verspreid door het hele land. Welke maatregelen nemen zij om corona-uitbraken te voorkomen, en hoe zien ze toe op de naleving daarvan?

Eind mei sloten enkele slachthuizen, nadat bekend was geworden dat een groot deel van de voornamelijk Oost-Europese uitzendkrachten besmet was geraakt met het coronavirus.

Lees ook: Corona in de fruitteelt: wat ging er mis?

Bij twee fruittelers in de Betuwe, die ook zwaar op Oost-Europese arbeidskrachten leunen, gebeurde deze maand hetzelfde. Daar bleek 11 procent van de werknemers besmet.

Hoe dat kon gebeuren, weet niemand precies. Waarschijnlijk heeft de wijze waarop arbeidsmigranten met elkaar samenleven, ermee te maken. Hun werkgever regelt vaak ook de huisvesting; migranten delen hun slaapkamers geregeld met meerdere personen.

Met diezelfde huisgenoten reizen ze vervolgens ook naar hun werkplek. In kleinere busjes, zoals op de parkeerplaats in Hillegom staan, of in touringcars. In Nederland werken naar schatting 400.000 arbeidsmigranten uit de Europese Unie, voornamelijk Polen, Roemen en Bulgaren.

Aan de poort is goed zichtbaar dat bedrijven zich inspannen om het goed te doen. Niet te veel mensen in een auto of busje – daarop wordt overal toegezien. Maar de anderhalve meter afstand die ondanks de per 1 juli versoepelde maatregelen blijft gelden, dat blijkt op sommige plekken (kleedruimtes, gangpaden) minder eenvoudig te regelen.

Politie-agentje spelen

Van het nieuws over de corona-uitbraken in slachterijen lag Ton Ruigrok wel even wakker. In bussen waarin Ruigrok Productie normaal gesproken zestig medewerkers vervoert, zitten er nu vijftien. Een ‘flexteam’ van twee boa’s rijdt dagelijks langs de grotere woonlocaties in onder andere Hillegom, Lisse en Aalsmeer, om „politie-agentje te spelen”. Zij wijzen arbeidsmigranten op de anderhalvemeterregel en de hygiënemaatregelen.

De Poolse Olga, die niet met haar volledige naam in de krant wil, is niet zo bang voor corona. Ze wijst naar de busjes met felgekleurde bloemen erop op de parkeerplaats. Binnenin is plastic folie tussen de zitplaatsen gespannen.

Met nieuwe medewerkers heeft Ruigrok vooraf een gesprek. Een gesprek over iemands werkervaring voerde het bedrijf altijd al, maar nu vragen ze steviger door. Waar heeft iemand bijvoorbeeld de afgelopen weken gewerkt?

Zo wil Ruigrok voorkomen dat arbeidsmigranten vanuit bijvoorbeeld het Duitse Noordrijn-Westfalen, waar deze maand bij een vleesverwerker ruim een derde van de 6.500 werknemers met corona besmet bleek, „in de auto stappen en hierheen komen, zonder eerst in quarantaine te gaan”.

Lees ook: Corona en arbeidsmigranten: de keuken delen ze met z’n vijftigen

Bij de slagboom van het distributiecentrum van Bol.com in Waalwijk staat een medewerker van de webwinkel, een kladblok in zijn hand. Wat hij daar doet? Controleren of iedereen zich wel aan de regels houdt. Werknemers die niet samenwonen, mogen niet in een volle auto of vol busje naar het werk komen. Arbeidsmigranten die bij elkaar in één huis wonen, gelden volgens de RIVM-richtlijn niet als één huishouden.

Zit een auto toch vol, dan geeft de medewerker de nummerborden door aan zijn teamleider. De auto’s op het terrein tonen de vele nationaliteiten; Poolse, Roemeense, Duitse, Belgische, Bulgaarse en Litouwse nummerplaten.

De 26-jarige Erikes Siska uit Litouwen zegt dat zijn handen „niet normaal, zo droog” zijn van het vele handenwassen. Hij vertrekt met één huisgenoot in een auto, iets wat veel werknemers doen.

Dalibor Varga (37) uit Kroatië heeft een eigen auto, en woont ook met een andere werknemer in een studio. „Maar daar is ruimte genoeg om afstand te houden”, zegt hij. „Geen probleem.” Een touringcar waar normaal honderd mensen in passen, vertrekt als er zeven medewerkers inzitten.

Volgens een 54-jarige medewerker van vleesverwerker Meat Friends in Beilen, kom je met meer dan twee mensen in de auto „het terrein niet op.” Samen met een collega komt hij de parkeerplaats op rijden. Aan de hoofdsteunen van de twee voorste autostoelen, heeft hij met touwtjes een plastic scherm geknutseld. „Goed geregeld, hè?” Met zijn naam wil hij echter niet in de krant.

Schoonmaker Miljan Waljovic (23) uit Servië, die met zijn fiets aan de hand voor het distributiecentrum van groente- en fruitbedrijf Smeding in Breda staat, vertelt dat hij hier twee weken vóór de coronacrisis kwam werken. „Eerst moest ik twee keer per dag de deurknoppen en kranen schoonmaken, nu doe ik het elke dag.”

De meest ingrijpende maatregel treft de vele chauffeurs die voor Smeding rijden: die mogen het bedrijf niet meer in. Hij was gewend er zijn meegenomen warme maaltijd op te eten en een kop koffie te drinken, maar dat mag nu niet meer, zegt een van hen.

Nu in tweeploegendienst

Om het contact tussen medewerkers terug te brengen, werken ze bij vleesverwerker Westfort in IJsselstein in twee ploegen. Om opstoppingen buiten te voorkomen, beginnen mensen niet op hetzelfde moment. Tijdens de wisseling van de dienst, rond half één ’s middags, staan er maximaal twaalf mensen op anderhalve meter afstand van elkaar te wachten.

Westfort stelde daarvoor ‘coronachefs’ aan, die onder andere in de kleedruimtes de drukte moeten reguleren. Een van hen is Erwin den Dulk, die buiten bij de vestiging in Oudewater in de gaten houdt of ieder wel voldoende afstand houdt. Volgens hem gaan zij nog wel verder: „We gaan ook bij medewerkers thuis langs om te kijken onder welke omstandigheden ze wonen.”

Niet overal controle

Maar hoeveel maatregelen er ook worden genomen, medewerkers van de distributiecentra vertellen ook dat afstand houden niet overal mogelijk is. Of dat mensen simpelweg niet altijd afstand van elkaar némen. Soms ligt het ook buiten de macht van de werkgever om erop toe te zien wie zich aan de regels houdt, en wie niet. Niet overal kunnen zij alles controleren – zeker niet achter de voordeur.

Uitzendbureau Ruigrok levert bijvoorbeeld uitzendkrachten aan Detailresult Groep. Zij werken onder andere in een distributiecentrum van de supermarkten Dekamarkt en Dirk van den Broek in Velsen-Noord. Twee medewerkers die alleen op voorwaarde van anonimiteit willen vertellen, zeggen dat er bij het in- en uitklokken aan het begin en einde van de dag nog steeds ‘opstoppingen’ van medewerkers ontstaan, waarbij die geen anderhalve meter afstand van elkaar nemen.

Ook vertellen zij dat door de grote drukte waar supermarkten de afgelopen maanden mee te maken hadden, de orderverzamelaars elkaar niet kunnen ontwijken in de gangpaden. Afstand houden, betekent op elkaar wachten tijdens het inladen van producten, en daar is geen tijd voor; medewerkers moeten bepaalde normen halen.

Detailresult bestrijdt dat er „in deze periode” wordt „gestuurd op persoonlijke targets”. Ook zegt het bedrijf dat op de plekken waar het lastig is om afstand te houden, „aanvullende afspraken” zijn gemaakt en „extra middelen beschikbaar gesteld zijn.” „Controlerende instanties” hebben aangegeven dat alle noodzakelijke maatregelen voor een veilige werkomgeving genomen zijn, zegt Detailresult.

Zo zijn er instructies voor handen wassen, desinfecteren en klachten herkennen – in verschillende talen. Ook heeft het bedrijf de pauzetijden en de klokinstructies aangepast, is de kantine anders ingericht en wordt er vaker schoongemaakt. Met de uitzendbureaus zijn nieuwe afspraken over het vervoer en de huisvesting gemaakt, meldt het bedrijf.

De twee medewerkers die NRC sprak, bevestigen dat er maatregelen op de werkvloer zijn genomen, maar zij zien ook de risico’s die bleven. Want waar het op discipline aankomt, neemt niet iedereen zijn verantwoordelijkheid.

De namen van mensen die in dit artikel worden opgevoerd, zijn bij de redactie bekend. M.m.v. Bram Endedijk, Marc Hijink, Carola Houtekamer, Andreas Kouwenhoven, Mark Middel, Karlijn Saris, Arjen Schreuder, Karel Smouter en Annemarie Sterk