‘Hulp aan gestrande Nederlanders schiet tekort’

Wat mag je verwachten van de overheid als je in het buitenland vastzit? De huidige regels zijn vaag. Dat moet anders, klinkt het in de Kamer.

Een bijna leeg Schiphol, halverwege maart. Door de coronacrisis konden veel Nederlanders niet of met veel moeite naar huis terugkeren. Foto Olivier Middendorp
Een bijna leeg Schiphol, halverwege maart. Door de coronacrisis konden veel Nederlanders niet of met veel moeite naar huis terugkeren. Foto Olivier Middendorp

De minimale consulaire bijstand die Nederlanders bij noodsituaties in het buitenland mogen verwachten, moet in een wet worden verduidelijkt en verankerd. D66 en GroenLinks hebben minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken (VVD) hiertoe maandag oproepen.

Op het moment van de corona-uitbraak zaten zo’n 200.000 Nederlanders voor vakantie of werk in het buitenland. Volgens de twee partijen was er te veel onzekerheid over wat die wel en niet in zo’n situatie kunnen verwachten van de Nederlandse staat. Dat zou ook hebben geleid tot familiedrama’s en onnodig snel oplopende kosten. „Ik heb heel veel bezorgde telefoontjes en mailtjes ontvangen”, zegt Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks).

Lees ook: Hoe kom je thuis als de wereld op slot is?

Anders dan in Duitsland en België staat de Nederlandse consulaire dienstverlening niet beschreven in een wet, maar in vagere ‘beleidskaders’. Dat is bewust zo: volgens het kabinet is er voor consulair werk ruimte nodig voor flexibiliteit en maatwerk. Volgens Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) hebben de ambtenaren „fantastisch geïmproviseerd” tijdens de coronacrisis. Maar hij vindt dat er een „ondergrens” moet komen. „Veel mensen in de problemen kregen nu ook te horen: sorry, het is crisis, overmacht”, zegt hij. „En ze hebben dan niets om zich op te beroepen.”

Met name ook Nederlanders met een buitenlandse partner uit een niet-EU-land kwamen in de problemen, toen Nederlandse ambassades en consulaten wegens corona de deuren sloten en er geen reisdocumenten meer werden afgegeven. Sjoerdsma en Van Ojik benadrukken dat de pandemie Buitenlandse Zaken voor een „ongekende consulaire opgave” stelde. Maar beiden vinden ze dat de overheid in dat soort situaties wettelijk verplicht moet zijn om „met een alternatief te komen”, wat dat verder ook is. „Dat is aan beleidsmakers”, zegt Sjoerdsma. „Maar het moet in ieder geval duidelijk zijn wat Nederlanders in het buitenland van onze overheid kunnen verwachten.”

Versnippering van diensten

De twee willen maandag ook een andere kwestie aanstippen: de versnippering van consulaire diensten. Het administratieve deel daarvan wordt steeds vaker gedaan door commerciële partijen. En de inhoudelijke afhandeling kan niet meer zoals vroeger door elke ambassade worden gedaan, maar gaat langs een regionale ‘sleutelambassade’ of via Den Haag. Dat bespaart kosten, maar heeft er ook toe geleid dat burgers niet goed meer weten waar ze verhaal kunnen halen. Volgens Van Ojik is hierover veel frustratie op Nederlandse ambassades. „Zij krijgen wel de klachten, maar hebben niet meer de instrumenten om er iets aan te doen.”

De voorgestelde wet heeft ook betrekking op de reisadviezen die het ministerie geeft. De Algemene Rekenkamer concludeerde in 2019 dat het aanpassen daarvan slechts in 11 procent van de gevallen binnen 24 uur lukt, de termijn die Buitenlandse Zaken nastreeft. Gemiddeld duurt het langer dan twee dagen. Dit kan ertoe leiden dat mensen toch afreizen naar een land waar een dag eerder een aanslag heeft plaatsgevonden. De aanpassingstermijn van adviezen moet strakker, en wettelijk worden vastgelegd, vinden Sjoerdsma en Van Ojik. „Reisadviezen kunnen politiek gevoelig liggen, zorgvuldigheid is dus heel belangrijk”, zegt Sjoerdsma. „Maar 11 procent is bedroevend laag.”